nieuws

Zelfs bij De Meeuw weten ze: duurzaamheid kent soms wel een prijs

utiliteitsbouw Premium 1211

Zelfs bij De Meeuw weten ze: duurzaamheid kent soms wel een prijs

Uiteindelijk wil De Meeuw volledig circulair kunnen bouwen. Zo ver is het nog niet, maar het bedrijf is een aardig eind op weg. Door modulaire units als basis te gebruiken en door zoveel mogelijk te hergebruiken, is de hoeveelheid bouwafval met driekwart teruggebracht.

Toen topman Ronald Slaats vier jaar geleden aantrad bij De Meeuw moest de hele keten nog erg wennen aan het concept circulair bouwen, herinnert hij zich. “Ik zag wel dat we een duurzaam en flexibel inzetbaar product voor huisvesting maakten, maar wat we deden was nog niet duurzaam genoeg. Het productieproces was niet circulair in de zin van het sluiten van alle kringlopen en afval voorkomen.” Een van Slaats’ eerste actiepunten was daarom het maken van afspraken met de leveranciers over de terugname van restpartijen voor recycling.

Bij demontage van de tijdelijke gebouwen die na dienst te hebben gedaan weer terugkomen in de eigen fabriek, probeert De Meeuw materialen zo veel mogelijk te hergebruiken bij de productie van nieuwe units. Dat kan voor bijvoorbeeld trespa-voorzetgevels, vloeren, kolommen, binnenwanden, kozijnen, hout en steenwol, maar nog niet voor alles.

Veel restpartijen materialen gaan terug naar de leveranciers voor recycling, als dat niet mogelijk is, worden ze verkocht op de markt voor tweedehands bouwmaterialen

Veel restpartijen materialen, zoals systeemplafonds, binnenbeplating en kleinere stukken steenwol, gaan terug naar de leveranciers voor recycling. Als dat niet mogelijk is, worden ze verkocht op de markt voor tweedehands bouwmaterialen. Pas als er echt geen andere opties zijn, gaat de laatste stroom naar de afvalverwerker. Aanvankelijk waren niet alle leveranciers even enthousiast over terugname van materialen, maar inmiddels is die werkwijze gemeengoed geworden. “Dat is wel veranderd in een paar jaar tijd”, constateert Slaats. “Het betreft immers hun eigen grondstoffen, voor hun eigen productieproces.”

Ronald Slaats: ‘‘Er is niets leuker dan bouwen, een bedrijf mooier maken. Maar ik ben niet de grote vernieuwer.’’

Het doel is zo veel mogelijk hergebruik, mits de kwaliteit minimaal gelijk is aan die van nieuwe grondstoffen. Maar van een volledig gesloten keten is nog geen sprake. Door de hoge mate van standaardisatie van plafonds, binnenwanden en kozijnen is het voor De Meeuw nu nog lastig om zelf restpartijen uit de traditionele bouw te gebruiken als grondstof voor de productie van units. Er wordt wel gekeken naar mogelijkheden, bijvoorbeeld gebruik van betongranulaat als basis voor nieuw beton.
Niettemin is er de afgelopen jaren al veel bereikt. Vergeleken met de traditionele bouw wist De Meeuw de CO2-uitstoot in korte tijd te verminderen met 20 tot 30 procent en de hoeveelheid bouwafval met 75 procent. Nog minder afval is haalbaar volgens Slaats, als er een oplossing gevonden wordt voor onder meer verlijmde vloeren.

Standaardisatie van de units geeft snel inzicht in de componenten waaruit een gebouw bestaat

Dat De Meeuw al tientallen jaren industrieel en modulair bouwt, helpt mee om gebouwen tijdens de periode van gebruik makkelijk aan te passen en om duurzamer om te gaan met grondstoffen. In de ontwerpfase wordt al rekening gehouden met demontage, hergebruik en recycling. Standaardisatie van de units geeft snel inzicht in de componenten waaruit een gebouw bestaat. Zo heeft elk pand een materialenpaspoort. Dat scheelt afval, maar maakt ook hergebruik makkelijker.

Betere resultaten

Financieel zijn bij De Meeuw de vooruitzichten voor 2018 weer beter na een sterk teruglopende winst in 2017. De nettowinst daalde van 7,2 miljoen euro in 2016 naar 900.000 euro in 2017. Het bedrijf had onder meer last van een sterk afnemende vraag naar huisvesting voor asielzoekers. Ook uitgestelde projecten vanwege een langer dan voorzien vergunningentraject, waarvoor al wel capaciteit gereserveerd was in de fabriek, speelde het bedrijf volgens Slaats parten. “Dat blijft een onvoorspelbare factor.” Hij wil geen precieze voorspelling doen voor dit jaar, maar winst en omzet zullen in ieder geval stijgen. “De resultaten zullen aantoonbaar beter zijn, met miljoenen.” De stijging is onder meer te danken aan een groot aantal spoedklussen, waaronder huisvesting voor arbeidsmigranten, en een betere spreiding van de activiteiten over de sectoren waarin De Meeuw actief is: zorg, onderwijs, bedrijfsleven en wonen.

Een recent voorbeeld van zo’n bijna geheel circulair project is de Orangerie in Eindhoven. In 2006 bouwde De Meeuw het pand voor een zorginstelling, waar het acht jaar dienstdeed als onderkomen voor senioren. Na wat aanpassingen aan het pand woonden er de afgelopen jaren asielzoekers. Nadat zij begin vorig jaar vertrokken, heeft De Meeuw het gebouw samen met DAT Afbouw gedemonteerd. Alle 815 woonunits kregen na renovatie een tweede leven: het grootste deel van de units en een groot deel van de materialen is hergebruikt voor Stek Oost, een net opgeleverd appartementencomplex in Amsterdam-Oost dat corporatie Stadgenoot voor tien jaar gaat verhuren aan 250 jongeren, studenten en statushouders. Andere units gaan onder meer deel uitmaken van een school en een kinderdagverblijf. Losse materialen worden door derden hergebruikt of zijn gerecycled. Zo ging 54 ton oude plafondpanelen naar plafondfabrikant OWA die ze recyclede tot nieuwe panelen.

‘We moeten nog kijken hoe we hergebruik van bouwmaterialen en grondstoffen nog efficiënter kunnen doen’

Duurzaamheid kent soms wel een prijs, erkent Slaats. “We moeten nog kijken hoe we hergebruik van bouwmaterialen en grondstoffen nog efficiënter kunnen doen. Arbeidstijd is ook belangrijk. Soms is het verleidelijker om hout vol schroeven en lijm weg te gooien en nieuw te kopen in plaats van een balk schoonmaken en de schroeven te verwijderen.”

Bijna negentig jaar geleden begon De Meeuw met de productie van bouwketen, maar de activiteiten zijn behoorlijk verbreed. Bouwketen maakt het bedrijf nog steeds, maar het bouwt ook complete scholen, ziekenhuizen, kantoorpanden, winkelruimte en sinds 2016 woningen en wooncomplexen onder de noemer Nezzt. Van heel tijdelijk tot semi-permanent. Het onderscheid tussen tijdelijk en permanent is soms zelfs niet meer zichtbaar. Zo staat het eigen hoofdkantoor in Oirschot er al sinds 1992, al is het een tijdelijk gebouw. Toch associeert het grote publiek De Meeuw nog met bouwketen en noodlokalen, constateert Slaats. Dat steekt soms. “Onze modulaire eenheden voldoen aan de laatste regelgeving en de hoogste standaarden voor de bouw. Onze range is van heel tijdelijk tot high end en permanent. Dat laatste is nog vrij onbekend.” En dus steekt het bedrijf nu veel moeite in het belichten van die veelzijdigheid.

‘In Nederland zijn flexwerkers niet meer te vinden, vandaar dat er nu veel Oost-Europese werknemers rondlopen op de werkvloer’

Het tekort aan personeel baart Slaats zorgen. “Ik kan in de regio Eindhoven niet aan mensen komen. We komen simpel handjes tekort.” Na zijn komst bij De Meeuw in 2014 bracht Slaats het aantal vaste werknemers in de productie terug van 120 naar 40 tot 50. Het gevolg is dat er meer flexwerkers nodig zijn. In Nederland zijn ze niet meer te vinden, vandaar dat er nu veel Oost-Europese werknemers rondlopen op de werkvloer. Dat is niet altijd even praktisch. “Het taalprobleem is wel lastig. We zijn nu bezig met procesverbetering en daarvoor hebben we constant drie tolken nodig.” Om toch personeel te vinden en vast te houden, moet je moeite doen. “Je moet zorgen dat je een aantrekkelijke werkgever bent.” Dat zit niet alleen in salaris, meent Slaats, maar ook in zaken als bedrijfscultuur. “De menselijke factor wordt onderschat.”

Toen Slaats vier jaar geleden begon als CEO, had De Meeuw een aantal moeilijke jaren achter de rug. Het bedrijf staat er nu een stuk beter voor. “We zijn toekomstbestendiger geworden.” Toch is Slaats bescheiden over zijn rol. “Er is niets leuker dan bouwen, een bedrijf mooier maken en een nog sterker merk te geven. Maar ik ben niet de grote vernieuwer. Je kunt alleen andere accenten leggen en mensen prikkelen. Je moet geen dingen veranderen die goed zijn.”

Reageer op dit artikel