nieuws

Hoofdpijngebouw wordt voorbeeld van circulariteit

utiliteitsbouw Premium 1104

Hoofdpijngebouw wordt voorbeeld van circulariteit

Het waterschap Zuiderzeeland transformeerde het eigen waterschapshuis in Lelystad van een kwalitatief ondermaats kantoorpand tot een prijswinnend icoon van circulariteit. De renovatie van het gebouw moet een voorbeeld zijn voor de ambities van het waterschap: energieneutraal in 2050. “Je kunt merken dat de mensen hier er iedere dag mee bezig zijn.”

Het juryrapport van de Gouden Kikker, de prijs voor het meest duurzame  bouwproject, had begin dit jaar niet alleen lof voor het gebouw zelf. Juist de integrale manier waarop de renovatie is aangepakt  en de wijze waarop duurzaamheid in de organisatie is ingebed, werden geprezen. Het is in het gebouw ook terug te zien: onderdelen uit waterschapswerken die normaal gesproken worden afgevoerd, zijn in het gebouw teruggebracht. Zo werd afgekeurde oeverbeschoeiing hergebruikt als afscherming van de centrale trap en is een deel van een oud gemaal teruggebracht als koffiebar.

Geen topstuk

Opmerkelijk is dat het gebouw eigenlijk  nog vrij jong is. Het waterschapshuis werd in 2000 gebouwd als de trotse nieuwe zetel van twee gefuseerde waterschappen, maar het gebouw bleek kwalitatief niet bepaald een topstuk uit de bouwcollectie van rond de eeuwwisseling. Al twee jaar na de oplevering  werden twee zware metalen dakpanelen van de torens van het waterschapshuis gehaald. Ze bleken niet bestand tegen de wind. Ook een aantal gebouwkolommen bleken uit het lood te staan en een rioleringsbuis was zodanig verkeerd aangelegd, dat de toiletten niet konden worden gebruikt. De aanpassingen kostten  het waterschap tonnen. In de jaren erna bleek het kantoor vooral te klein: de gefuseerde organisatie kreeg meer taken en het gebouw was daar niet op ontworpen.

Renovatie nodig

Het waterschap zat daarom al jaren met het gebouw in de maag. Slopen van een vijftien jaar oud gebouw was geen optie, maar omdat de installaties inmiddels ook waren verouderd, was renovatie nodig. Het waterschap besloot om het gebouw helemaal energieneutraal te maken door de toepassing van warmte/koude-opslag en de opwekking van energie met pv en sedumdak. Om de ruimte beter te benutten, is het Nieuwe Werken ingevoerd: grote open kantoorruimtes met flexibele werkplekken. Uiteindelijk stak Zuiderzeeland circa 3,5 miljoen euro in de aanpak.

Duidelijk idee

circulariteit

Afgekeurde oeverbeschoeiing is hergebruikt als afscherming van de centrale trap.

Na een lange voorbereidingsfase werd het project in 2016 gegund aan aannemer Derksen & Singerling en installateur Engie. Volgens projectleider Ruud  van Dansik van Derksen & Singerling was het niet zo vreemd dat ze bij de  Amsterdamse bouwer uitkwamen. “Wij hebben veel ervaring met hergebruik  en circulaire projecten. Dat heeft zeker geholpen bij de aanbesteding.” Van Dansik trof een verouderd gebouw aan, maar met medewerkers die enthousiast  waren over de aanpassingen.  “Het gebouw was nog helemaal niet oud, maar kwam wel duidelijk uit een andere tijd. Het was eigenlijk niet voorbereid op de eisen die we nu aan kantoorgebouwen  stellen. Maar men had wel een duidelijk idee waar het naartoe moest met het gebouw.”

Tachtig procent hergebruik

Dat bleek tijdens het bouwproces; Van Dansik kreeg een uitgewerkt plan. “Dit was al bijzonder goed uitgezocht. Veel van de details waren door de opdrachtgever al heel duidelijk omschreven en uitgewerkt. Zoals wat er moest gebeuren met grijs water, of de installatie van de warmtepompen. Dat hadden ze goed op de rit. Maar gelukkig was het voor ons ook nog wel mogelijk om zelf wat voorstellen  te doen. Uiteindelijk hebben wij ervoor gezorgd dat de deuren en scheidingswanden ook konden worden hergebruikt.” Volgens het waterschap is  zo’n tachtig procent van de materialen in het gerenoveerde gebouw afkomstig uit oude onderdelen uit het gebouw of elders uit de organisatie. De plafondplaten zijn nieuw, maar gemaakt uit de resten van de oude platen.

Heel klein mannetje

Voor de bouwer was het vooral veel  sloopwerk en terugbrengen van het  interieur. De gevel bleef onaangetast. “De grootste uitdaging zat ’m toch in de  installaties. Door de standaard gebouwinstallaties te vervangen door deze duurzame oplossingen heb je een veelvoud aan leidingen en techniek nodig. Maar in dit gebouw waren eigenlijk geen constructieve aanpassingen mogelijk, en bovendien wilde men niet nog meer gebruiksruimte kwijtraken. Dus  uiteindelijk heeft installateur Engie alles in de bestaande ruimtes moeten  doen. In het plafond was dat niet zo problematisch, maar het ketelhuis staat nu  zo vol dat wij wel eens grapten dat daar  straks een heel klein mannetje de filters  moet vervangen.”

Het gebouw wordt nu  helemaal elektrisch verwarmd, maar  beschikt nog wel over een gasketel om  pieklasten op te vangen. Duurzame alternatieven daarvoor bleken te duur. Helemaal energieneutraal is het gebouw overigens nog niet. Daarvoor moet het naastgelegen parkeerterrein nog  worden voorzien van pv-panelen. Dat gebeurt deze zomer.

Meer artikelen uit de special Duurzaamheid & Energie >>

Bekijk ook het digimagazine Duurzaamheid & Energie >>

Reageer op dit artikel