nieuws

Ontwerp school is nog te star

utiliteitsbouw

Het snel veranderende gebruik en de sterk wisselende bezettingsgraad van scholen vragen om gebouwen met een grote flexibiliteit en dito installaties.

“Zowel bouwkundig als installatietechnisch wordt er nog te star ontworpen.
Duurzaamheid gaat lang niet alleen over de meest efficiënte manier van warmte en
koude opwekken”, meent ing. Arie Huisman, manager bij DWA specialist in
installatie- en energieadvies. “De grootste slag is te halen op het
behoefteafhankelijk klimatiseren van gebouwen.” Het bureau is verantwoordelijk
voor het installatietechnische ontwerp van de Haagse Hogeschool in Delft, een
toonbeeld van energiezuinigheid. Vandaag houdt DWA een seminar over het
realiseren van een gezond, flexibel en energiezuinig schoolgebouw. “Veel
schoolcomplexen zijn in de praktijk verre van energiezuinig. De dynamiek en het
gebruik van gebouw en installaties zijn vaak niet op elkaar afgestemd.”

24-uurs-bedrijf

Volgens Huisman wordt schoolhuisvesting vandaag de dag nog te veel op de
huidige vraag en behoefte afgestemd. “Zowel bouwkundig als installatietechnisch
worden gebouwen te star ontworpen. Die werkwijze is achterhaald. Het gebruik en
de behoefte van scholen verandert razend snel. Daarbij hebben met name
hogescholen en technische universiteiten vaak een zeer wisselende
bezettingsgraad. Het zijn 24-uurs-bedrijven waarbij het niet voorspelbaar is
wanneer en hoe lang een ruimte in gebruik is. Vooraf moet al nagedacht worden
over meervoudig ruimtegebruik en flexibiliteit. Daarop moet vervolgens de
installatie-infrastructuur uitgelegd worden.” Door de installaties optimaal af
te stemmen op het wisselende ruimtegebruik kan tevens met aanzienlijk minder
vierkante meters worden volstaan. “Dankzij multifunctioneel en meervoudig
ruimtegebruik is de Haagse Hogeschool op een hogere bezettingsgraad ontworpen
(80 procent in plaats van 60 procent) waardoor het gebouw uiteindelijk kleiner
is gerealiseerd dan een vergelijkbaar schoolgebouw.” Het schoolcomplex in Delft
kenmerkt zich naast een pakket aan duurzame energietechnieken door een integraal
installatie- en energieconcept. Behoefteafhankelijk klimatiseren in combinatie
met een geavanceerd interactief regelsysteem resulteren naast een grotere
flexibiliteit, in een optimaal binnenklimaat en een forse energiebesparing.
“Gebouwautomatisering is een efficiënt hulpmiddel om op die veranderende
energiebehoefte in te spelen. Dat vereist wel een andere ontwerpbenadering
waarin al in een vroeg stadium bij het dimensioneren van de verwarmings- en
ventilatie-installaties moet worden geanticipeerd op het veranderende gebruik.
Veel uitvoerende partijen zijn nog niet gewend conceptueel te denken. “

Interactief

Het door Royal Haskoning ontworpen schoolgebouw dat medio vorig jaar werd
opgeleverd, is voorzien van het zogeheten Octalix-regelsysteem waarmee het
geavanceerde gebouwbeheerssysteem zijn eerste grootschalige toepassing vond. Het
systeem meet, regelt en controleert de energieprestaties van alle installaties
en stemt vraag en behoefte van verwarming, koeling, ventilatie en
CO2-concentraties op elkaar af. “Het slimme zit hem in de koppeling van
componenten. Dit volledig interactieve regelsysteem stuurt niet alleen de
installaties aan, maar regelt ook alle verschillende energiestromen.” Het
regelsysteem stemt vraag en aanbod optimaal af en kan ook – zonder fysieke
aanpassingen – componenten en opnemers toewijzen aan regelingen (ruimten). Die
toewijzing is zelfs op afstand te regelen. De flexibiliteit van het systeem is
daarmee onbeperkt. Het binnenklimaat van veel schoolgebouwen laat momenteel nog
veel te wensen over. Maar liefst 25 procent van het ziekteverzuim is terug te
voeren op een slecht binnenmilieu. Is het zo moeilijk een gezond schoolgebouw te
realiseren? “Er bestaat een zekere discrepantie tussen veel ventilatielucht
versus energiebesparing. Door toepassing van zo’n vraaggestuurd systeem is deze
tegenstelling te overbruggen.” De hogeschool behaalt een reductie in
energiekosten van 65 procent (jaarlijks circa 55.000 euro). Hiervan is 50
procent toe te schrijven aan het integrale energieconcept. Met het regelsysteem
wordt het duurzame energieconcept optimaal benut en aangestuurd en resulteert in
een extra energiebesparing van 15 procent.

Gebouwautomatisering

Gebouwautomatisering zou volgens Huisman dan ook integraal deel moeten
uitmaken van installaties. “Het is een energiebesparende oplossing voor alle
gebouwen die aan veranderd ruimtegebruik onderhevig zijn en wisselende
gebruikspatronen hebben. Daarnaast is het een instrument om gebouwbeheerders te
ontzorgen. Door installaties dusdanig flexibel te ontwerpen kunnen zij zelf
ruimtewijzigingen doorvoeren zonder fysieke veranderingen aan installaties.” DWA
ontwikkelde zelf een monitoringsinstrument (Monavisa) waarmee de prestaties
zowel in energie, comfort en uitval van componenten op objectieve wijze
gemonitord kunnen worden. De verdere reductie van energieverbruik vraag ook om
de garantie dat gebouwen daadwerkelijk beter presteren: niet alleen op papier
voorspeld maar ook in de praktijk aangetoond. Huisman verwacht dat deze
ontwikkelingen op termijn tot andersoortige contractvormen leidt. “We gaan naar
meer integrale contracten. Ik denk dan aan prestatiecontracten zoals in de weg-
en waterbouw, waar partijen inschrijven op het realiseren van een gebouw en het
garanderen van de prestaties gedurende de levensduur van een complex.”
Gebouwautomatisering hoeft volgens Huisman overigens niet substantieel veel
duurder te zijn. “Op termijn win je die extra kosten terug. Deze aanpak biedt
meer comfort, functionaliteit, flexibiliteit, vergt minder vierkante meters en
zorgt voor waardevermeerdering van het gebouw. Afgezien daarvan leidt het tot
minder ziekteverzuim en een hogere productiviteit. Ook dat is winst.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels