nieuws

Nereda zuivert met minder energie, chemicaliën en ruimte

utiliteitsbouw Premium

Nereda zuivert met minder energie, chemicaliën en ruimte

In opdracht van Waterschap Veluwe, verrijst de eerste grootschalige Nereda-installatie ter wereld op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) in Epe. Deze unieke installatie kan afvalwater op een duurzame manier zuiveren, met minder energie, minder chemicaliën en met minder ruimte.

“De bouw van de eerste full scale Nereda-installatie is de volgende stap in
het NNOP, het Nationaal Nereda Onderzoeksprogramma”, vertelt George
Onderdelinden, projectdirecteur van advies- en ingenieursbureau DHV. Hij is
verantwoordelijk voor de bouw van de installatie. “Het NNOP is een samenwerking
tussen STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer), TU Delft, DHV en zes
waterschappen. Wereldwijd is er een drietal proefinstallaties gebouwd.” Ook in
Epe staat zo’n proefinstallatie, zegt Rob van Mierlo, senior projectleider van
Waterschap Veluwe. “Maar die heeft een inhoud van enkele honderden liters. De
full scale installatie bestaat straks uit drie reactoren. Die zijn elk 10 meter
diep, hebben een diameter van 25 meter en 5000 kuub inhoud.” Naar de
zuiveringstechnologie Nereda – genoemd naar een waternimf uit de Griekse
mythologie – wordt al sinds de jaren negentig onderzoek gedaan. George
Onderdelinden: “Het draait om het principe dat de bacteriën die het vuil uit het
water omzetten geen vlokken vormen, maar korrels. Die zakken ze in een mum van
tijd naar de bodem.” In een traditionele waterzuivering blijft het vlokvormige
slib nog heel lang in het water zweven. “Die methode werkt op zich goed, maar je
hebt veel meer oppervlak en tijd nodig dan in een Nereda-systeem”, zegt
Onderdelinden. “En veel meer energie”, vult Van Mierlo aan: “De oude
rioolwaterzuiveringsinstallatie bestaat uit drie tanks, waartussen we water
rondpompen. In het nieuwe systeem hoeft dat niet, omdat elke reactor zelfstandig
werkt.” DHV en Waterschap Veluwe gaan er vanuit dat de Nereda-installatie
minimaal 20 procent energiebesparing oplevert.

Regiekamer

De wijze van voeden zorgt ervoor dat de organismen in Nereda geen vlokken,
maar korrels vormen. Onderdelinden: “We kweken specifieke bacteriën die gaan
klonteren.” En dat vraagt om een uitgebalanceerde procesbesturing. “De
installatie is daarom niet handmatig te sturen”, zegt Rob van Mierlo. “Dat
gebeurt vanuit een zogenaamde Nereda-controller. Als bijvoorbeeld door regen of
door de afvoer van slachterijen hier in de buurt de samenstelling van het water
verandert, dan moet ook het ‘recept’ voor de bacteriën worden aangepast. We gaan
de aanvoer continu meten en vanuit de regiekamer in Apeldoorn wordt het recept
automatisch aangepast.” Voordat het water de reactoren in gaat, wordt het eerst
gefilterd van zand en grof vuil. De zelfstandige reactoren worden van onder de
neergezakte korrels langzaam gevoed. Het gezuiverde water stroomt tijdens het
voeden over de randen van de afvoergoten. Uit het midden van de reactoren wordt
het verzadigde slib verwijderd en afgevoerd voor verwerking in Apeldoorn. En na
de Nereda-bewerking volgt een nabehandeling om het gezuiverde water te ontdoen
van laatste resten fosfaten en stikstof. “Dat laatste is nodig, omdat het water
hier wordt geloosd in een ecologisch hoogwaardige beek”, legt Van Mierlo uit.
“De nabehandelinginstallatie in Epe wordt gebouwd met subsidie van de Provincie
Gelderland.” Aan de Stegge Bouw & Werktuigbouw uit Goor installeert de
beluchting en pompinstallaties en plaatst een leidingbrug van 80 meter lang. De
bouw van de nieuwe installatie is kort voor de bouwvak begonnen. “Volgens
planning zullen we het werk in februari opleveren”, zegt Bert aan de Stegge,
projectmanager werktuigbouw van Aan de Stegge Bouw & Werktuigbouw. In april
wordt de middelste reactor opgestart. “Die voeden we een half jaar met
afvalwater om goede korrels te kweken”, legt Onderdelinden uit. “Daarna worden
die verspreid over de drie reactoren.” Als de Nereda-installatie volledig werkt,
blijft de oude rwzi nog twee jaar als back-up. Onderdelinden: “In de testfase
kijken we in de eerste plaats of er in de Nereda-installatie ook op grote schaal
voldoende korrelvorming ontstaat. Met andere woorden: hoe hoog is het rendement?

Robuust

Daarnaast kijken we hoe robuust de full scale-installatie is, dus hoe
gevoelig voor storingen. En als de installatie in werking is, leren we meer over
het energieverbruik en andere exploitatiekosten.” Van Mierlo: “Mocht het systeem
om de een of andere reden niet goed werken, waar we uiteraard niet vanuit gaan,
dan hebben we nog een noodscenario klaarliggen. Het is mogelijk om de
Nereda-installatie om te bouwen tot een traditioneel systeem.” Maar Waterschap
Veluwe gaat liever uit van positieve scenario’s: “De installatie is zo ontworpen
dat we hem ook heel makkelijk kunnen uitbreiden om de capaciteit te
verhogen.”Omdat het om een innovatieve installatie gaat, ligt de uitvoering in
handen van advies- en ingenieursbureau DHV. Rob van Mierlo: “Waterschap Veluwe
heeft DHV de rol van ‘general contractor’ gegeven. Daarbij hebben zij onze
verplichting tot Europees aanbesteden juridisch overgenomen.” De onderaannemers
werden per onderdeel geselecteerd op hun plan van aanpak. Onderdelinden: “Die
plannen zijn door ons en door het waterschap afzonderlijk beoordeeld op
kwaliteit. De prijsenvelop bleef nog gesloten, omdat we meer op kwaliteit dan op
prijs wilden beoordelen.”

Interne innovatie

Op twee percelen rolde Aan de Stegge Bouw & Werktuigbouw uit de koker.
“Omdat we de beide bestekdelen in opdracht hebben, ontstond de mogelijkheid om
in onze eigen werkplaats de leidingbrug te bouwen”, zegt Bert aan de Stegge.
“Een slimme oplossing, waardoor we het project goedkoper kunnen realiseren en
veiliger kunnen werken.” De bouw heeft een strakke planning, maar verloopt
volgens schema. “De meeste hectiek zat in het engineeringtraject”, zegt Aan de
Stegge. “We hadden twee keer zoveel tekenaars nodig als anders. En het
Nereda-project stimuleerde ons ook tot interne innovaties. De staalconstructies
en het leidingwerk zijn ontworpen in twee afzonderlijke 3D-tekenprogramma’s. De
tekenaars hebben naar een oplossing gezocht om de beide ontwerpen samen te
voegen. Zo kunnen we fouten in het ontwerp voorkomen.”

Projectgegevens

Reageer op dit artikel