artikel

‘Verplicht label C doet onderkant kantorenmarkt de das om’

utiliteitsbouw Premium 310

‘Verplicht label C doet onderkant kantorenmarkt de das om’

Alle kantoorgebouwen moeten in 2023 een Energielabel C hebben. Volgens Marcel de Boer is dat voor de onderkant van de kantorenmarkt ondoenlijk. Hij voorziet een forse sloopopgave.

Marcel de Boer

Marcel de Boer
Minister Kamp van Economische Zaken gaf eerder dit jaar aan alles in het werk te stellen om de doelstellingen van het in 2013 gesloten Energieakkoord te halen. Als dit najaar blijkt dat de inspanningen van Nederlandse bedrijven onvoldoende opleveren, dan worden partijen verplicht de afspraken na te komen.

Voor kantoorruimte geldt dat die moet gaan voldoen aan het zogenaamde C-label van energie-efficiëntie. De beoogde scope van de maatregel is alle bestaande gebouwen met een oppervlakte vanaf honderd vierkante meter, waarbij de gebruiksfunctie overwegend kantoorruimte is. Een definitie die overigens nog nader moet worden geconcretiseerd.

Dwangsom

Het kabinet heeft gekozen voor een generieke verplichting voor alle kantoren en niet voor een verplichting die ingaat bij mutatie. De maatregel wordt officieel aangekondigd op 1 juli 2017 en gaat in op 1 januari 2023. Beoogde sancties zijn een dwangsom en het staken van gebruik. Als het aan het kabinet ligt wordt de maatregel overigens in 2030 aangescherpt naar een verplicht A-label, met een uitbreiding naar andere utiliteitsgebouwen zoals maatschappelijk vastgoed en retail.

Enorme impact

De verplichting om aan de eisen van Energielabel C te voldoen gaat een enorme impact hebben op met name de onderkant van de kantorenmarkt. De totale investeringskosten van een verplicht C-label bedragen volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) ruim één miljard euro. Deze kosten moeten terugverdiend worden door middel van een huurverhoging, maar dat is voor veel partijen helaas geen optie. Er zit dan niets anders op dan kostbare sloop of herbestemming van de vele verouderde kantoorpanden.

Is sloop wel duurzaam?

Dat we collectief moeten streven naar optimaal duurzame vastgoedportefeuilles is een no brainer. De strenge houding van het kabinet is dan ook in beginsel toe te juichen, maar er zijn wel paar kanttekeningen te plaatsen bij de gekozen aanpak. Om te beginnen is het zeer de vraag of het (nood)gedwongen en in allerijl slopen of herbestemmen van kantoorruimte duurzaam te noemen is. Niet alleen in milieuopzicht, maar zeker ook in economische zin. Daarnaast wordt nu gevaarlijk makkelijk heengestapt over de enorme financiële impact op vastgoedpartijen, waarbij het maar de vraag is of zij dat kunnen dragen.

Heilige graal

Het kabinet lijkt het ‘labelen’ onder druk van Brussel teveel tot heilige graal te hebben gemaakt. Sluiten we daardoor niet te makkelijk onze ogen voor andere mogelijkheden om energieverbruik door vastgoedeigenaren en huurders te verminderen? Een eenvoudig middel om dit te bewerkstelligen is de invoer van de zogenaamde ‘bruto-huren’. Een systeem dat in Amerika al jaren wordt toegepast en verhuurders een incentive geeft om in duurzaamheid te investeren.

Een label is een makkelijk meetinstrument, maar zegt niets over de autonome drive en behoefte om duurzamer gebruik te maken van vastgoed. Laten we ons er dan ook niet blind op staren, zeker omdat we de mogelijke gevolgen nog niet goed kunnen overzien.



Marcel de Boer is algemeen directeur van Troostwijk Real Estate.

Reageer op dit artikel