artikel

‘We willen graag dat de bouwsector meedenkt’

utiliteitsbouw Premium

‘We willen graag dat de bouwsector meedenkt’

Door de enorme Europese asielstroom is het een hectisch jaar voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). In allerijl moesten zeventig nieuwe opvanglocaties worden gevonden.

Om de verwachte toestroom van volgend jaar in goede banen te leiden, vraagt het COA ook creativiteit van de bouwsector. “We moeten van de hekgolf naar de boeggolf,” stellen bestuurslid Peter Siebers en unitmanager huisvesting Carolien Schippers. De organisatie moet in zeer korte tijd een enorme operatie in gang zetten. Vaak krijgt het COA een paar dagen van tevoren te horen dat een locatie als noodopvang gebruikt kan worden.

Schippers: “Dan moet alles nog geregeld worden. Niet alleen de bouwtechnische zaken, zoals toiletten en douches, maar ook een huisartsenpost, maaltijden en beveiligers. Het is een dilemma. Het liefst wil je een paar weken extra voorbereidingstijd, want dan kunnen we voor veel betere voorzieningen zorgen. Maar die tijd hebben we eigenlijk nooit.”

Vergist

Deze toestroom hebben we niet zien aankomen

Siebers: “Als je één ding zeker weet, is het dat er geen pijl op te trekken valt. Bij de vorige grote toevloed van vluchtelingen, in 2002, waren het er 85.000. Toen ik tweeënhalf jaar geleden aantrad, stond de teller op 14.000. Ik heb nog asiellocaties moeten sluiten. Nu is dat allemaal anders natuurlijk en ik moet eerlijk zeggen dat we de toestroom in deze mate niet hebben zien aankomen. In het voorjaar hadden we bij een bezetting van 22.000 mensen nog 8000 plaatsen vrij. ‘Daar komen we de zomer wel mee door’ dachten we, maar daar hebben we ons behoorlijk in vergist.”

Schippers: “We tellen dagelijks of we genoeg plekken hebben. Meestal beginnen we de dag met een tekort van enkele honderden plaatsen, maar tot nu toe is er aan het eind van de dag altijd een oplossing gekomen.”

Scenario’s

Terwijl de organisatie maximale middelen inzet om nieuwe locaties te vinden en in te richten, moet er ook worden nagedacht over de toekomst: hoe kan het COA ook in de komende jaren zorgen dat de stroom asielzoekers wordt opgevangen? Siebers: “Voor volgend jaar en daarna werken we met scenario’s die afhangen van de grootte van de instroom. Nu gaan we ervan uit dat er volgend jaar nog minstens 30.000 plaatsen moeten bijkomen. Maar in een ander scenario zijn die getallen groter.”

Wij zoeken naar innovaties die ervoor zorgen dat het sneller en goedkoper kan

Dit jaar groeide de asielopvang naar bijna honderd locaties, dus daar zullen er nog enkele tientallen bij moeten komen. Het COA zoekt daar plek voor, maar wil graag dat de bouwsector meedenkt. “Als we op een lege plek een nieuwe locatie moeten bouwen, dan duurt het eigenlijk nog vrij lang voor het in gebruik genomen kan worden, zelfs met alle ervaring die we daarmee hebben. Wij zoeken naar oplossingen, innovaties die ervoor zorgen dat het sneller en goedkoper kan om een terrein bouwrijp te maken.”

Lagen

Het COA gaat uit van verschillende lagen in de huisvesting. De kern bestaat uit de vaste asiellocaties, waar zo’n tienduizend plaatsen zijn en die – ook over een aantal jaren – altijd bezet zullen zijn. Schippers: “Dat zijn circa twintig locaties, die dertig jaar meegaan. Plekken als Ter Apel, waar al gebouwen staan, maar waar we ook moeten renoveren en nieuw bouwen. Maar bij nieuwbouw willen we ook rekening houden met de periode erna. Dat betekent dat we flexibel willen bouwen en manieren zoeken om de gebouwen later een andere bestemming te geven. Een voorbeeld zijn de voorzieningen in Grave, waar we de nieuwbouw voor het azc vrij eenvoudig kunnen transformeren naar seniorenwoningen door balkons en liften aan te brengen.”

Voor gemeenten met veel niet-renderende grond in bezit is dat vaak een uitkomst

Daarnaast is er de huisvesting voor middellange termijn, zo’n tien à vijftien jaar. Dit zijn locaties waarop bestaande gebouwen als kazernes en gevangenissen worden getransformeerd. “Maar het gaat ook om braakliggende grond van gemeenten, die we met modulaire bouw geschikt kunnen maken voor gebruik. Voor gemeenten met veel niet-renderende grond in bezit is dat vaak een uitkomst. En de periode is beperkt, dus die grond komt op termijn weer beschikbaar voor een andere functie.” Op de korte termijn, opvang voor een aantal jaren, gaat het vaker om huurlocaties.

Lastig

We zitten nog te weinig aan tafel met de commerciële beheerders

Siebers: “We zijn hier echt nog op zoek naar oplossingen, zoals het gebruik van kantoorruimte. Maar juist die markt is lastig. Eigenlijk zijn we nog op zoek naar een manier om snel van dit soort vastgoed gebruik te maken. We zoeken naar kantoren van minstens 10 à 12.000 duizend vierkante meter bvo. De gebouwen zijn er wel, maar we zitten nog te weinig aan tafel met de commerciële beheerders. De boekwaarde van die gebouwen hangt nog steeds boven de markt. Jammer, want technisch hebben we inmiddels ervaring genoeg om dit mogelijk te maken.”

Gedoogregeling

Het COA kan voor het aanwijzen van asiellocaties een beroep doen op een gedoogregeling, zodat geen langdurige procedures nodig zijn. Maar de organisatie moet ook voortdurend schipperen, omdat ook het maatschappelijk draagvlak voor de opvang moet blijven bestaan. Schippers: “Zeker voor de langere termijn zoek je een gemeente waarmee je een langdurige relatie kunt aangaan. Maar ook in het zoeken naar nieuwe locaties speelt het een rol: het gebeurt wel eens dat we een mooi gebouw aangeboden krijgen dat vlakbij een bestaande asielopvang ligt. Dan is het te veel voor één wijk.”

We stellen wel de eis om een deel van het werk aan lokale onderaannemers te gunnen

Ook in de overeenkomsten die het COA sluit met bouwers over werk op bestaande locaties en de bouw van nieuwe is er aandacht voor lokaal draagvlak. Schippers: “We werken in de afzonderlijke regio’s noord, midden en zuid met raamcontracten: een voor de bouw en een tweede voor de installaties. Die contracten worden over het algemeen met grotere partijen afgesloten. Voor de echt grote bouwprojecten wordt een Europese aanbesteding gedaan. Maar in alle overeenkomsten stellen we wel de eis om een deel van het werk aan lokale onderaannemers te gunnen.”

Reageer op dit artikel