artikel

Verzorgingshuis kan zichzelf goed redden

utiliteitsbouw Premium

Verzorgingshuis kan zichzelf goed redden

Twee jaar geleden voorspelde Berenschot dat 800 verzorgingshuizen zouden moeten sluiten. De markt reageert echter niet uniform op wijzigende omstandigheden. Bestaand vastgoed kan prima dienst doen als huisvesting voor ouderen.

Ouderenhuisvesting is een veelbesproken thema. Dubbele vergrijzing aan de ene zijde (we worden steeds ouder met steeds meer mensen), zorgt voor een toenemende vraag. Het ‘scheiden van wonen en zorg’ aan de andere zijde zorgt voor een afnemend aanbod (het traditionele verzorgingshuis verdwijnt). Een toenemende vraag en een afnemend aanbod – dat zou toch kansen moeten bieden in de markt? Vanwaar alle ophef?

De ophef begon in januari 2013 met het alarmerende bericht dat 800 verzorgingshuizen hun deuren zouden moeten sluiten (Berenschot, januari 2013). De Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur danste deze dans mee. In zijn rapport van januari 2014 (Langer zelfstandig, een gedeelde opgave van wonen, zorg en welzijn) staat het volgende: “De korte termijn waarop de beperking van toegang tot intramurale verblijfsvormen wordt geregeld, past niet bij de omvang van de benodigde aanpassingen voor het zorgvastgoed. Herbestemming van vastgoed kost tijd. De raad heeft berekend dat het gaat om ruim 4 miljoen vierkante meter zorgvastgoed dat gerenoveerd of herbestemd moet worden.” Die 4 miljoen vierkante meter vormen precies de 80.000 plaatsen in verzorgingshuizen maal gemiddeld 50 vierkante meter die zouden verdwijnen. Dat komt weer overeen met 800 locaties (van gemiddeld 100 man).

De grootste denkfout die hier gemaakt wordt, is dat ervan uitgegaan wordt dat de markt uniform reageert op wijzigende omstandigheden. Dat is niet zo. De markt (en vergeet niet: ouderzorg ís een markt) is flexibel en veelzijdig. Daarnaast wil een wijziging van financieringsstructuur niet zeggen dat iedereen plotseling niet meer goed woont. De tevredenheid in bestaande verzorgingshuizen is groot. Diverse initiatieven in het land laten zien dat bestaand vastgoed, al dan niet na een (beperkte) ingreep, prima dienst kan doen als huisvesting voor ouderen. En dat geldt niet alleen voor de nieuwe panden. Juist ook oudere panden, grotendeels afgeschreven, kunnen goed in een huisvestingsbehoefte voorzien voor ouderen met een kleinere beurs. Het sociale vangnet dat een zorginstelling in die huisvesting kan geven (activiteiten, gezamenlijk eten, sociale controle en veiligheid) is van groter belang dan de technische staat en grootte van de appartementen. Een recent onderzoek van promovendus Dort Spierings onderschrijft deze, bij vele zorgorganisaties al bekende, wijsheid.

Participatiesamenleving

Daarnaast moet men zich realiseren dat ontwikkeling van de participatiesamenleving waarover nu gerept wordt en die gezien wordt als een plotselinge oorzaak van de leegloop van verzorgingshuizen, eigenlijk al decennia aan de gang is. Het totaal aantal verzorgingshuisplaatsen is de afgelopen 30 jaar meer dan gehalveerd. En dat terwijl het aantal tachtigplussers is verdubbeld. De mensen die in de huidige verzorgingshuizen wonen zijn vaak in zorg veel hulpbehoevender dan in het algemeen wordt aangenomen. De roep om geschikte huisvesting voor deze groep zal blijven bestaan. Maar ook de groep die te goed is voor het verpleeghuis en te slecht voor een zelfstandige woning zal een substantiële groep vormen die specifieke huisvesting nodig heeft. Het is in het gezamenlijk belang van woningcorporaties, gemeenten en zorginstellingen om deze huisvesting te organiseren.

Oud, niet exploitabel vastgoed moet uit de voorraad verwijderd worden. Dat er momenteel verzorgingshuizen de deuren sluiten, is dus een gezonde verversing van het huidig vastgoedbestand. Niet iets om van in paniek te raken. Financieel is hier de pijn vaak ook niet groot; de huisvesting is inmiddels afgeschreven. Nieuwe, vaak kleinschaliger initiatieven komen daarvoor in de plaats. Het afschaffen van het verzorgingshuis schaft de bewoners daarvan namelijk nog niet af. Zorginstellingen met een ondernemende vastgoedstrategie zullen de kansen van huidige dynamiek inzien en de voorspelde leegstand als een kans en uitdaging aangrijpen. Er blijft ruimte voor een passend antwoord op de vraag van oudere bewoners en die ruimte kan op een innovatieve en duurzame manier worden ingevuld.

Zoals het failliet van de bioscopen werd voorspeld bij de introductie van de dvd en de filmzenders, en de voetbalstadions leeg zouden blijven door het overaanbod van (live) voetbal op de tv, zal ook de voorspelling van 800 lege verzorgingshuizen – ondanks alle gehesen stormballen – niet uitkomen. Het verzorgingshuis blijkt zichzelf namelijk heel goed te kunnen redden en het zorgvastgoed voor de toekomst is inmiddels voor een deel al gebouwd. Voor de zorginstellingen die nog in verwondering zijn over al het onheil wat op hen af zal komen, is de boodschap dus: ga uit van een nieuwe realiteit, zorg voor een visie en pas je aan de nieuwe situatie aan. Het blijkt dan dat er ook weer geweldige kansen liggen.

Michiel Wentges, algemeen directeur bij Bob Advies en deelnemer aan BouwregieNetwerk

Reageer op dit artikel