artikel

Wonen met zorg lijkt onoplosbaar probleem

utiliteitsbouw

Wonen met zorg lijkt onoplosbaar probleem

Afgelopen donderdag overhandige de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) een advies aan minister Blok. Dit advies, ‘Langer zelfstandig, een gedeelde opgave van wonen, zorg en welzijn’ zal de bouw niet uit het dal trekken, denkt Sietse la Roi.

Geconstateerd wordt: ‘Juist in de huidige woningmarkt met een lage doorstroming kan elke verhuizing belangrijk zijn voor het op gang brengen van een verhuisketen, waardoor het effect van het extramuraliseringsbeleid groter wordt.’

Momenteel is er een tekort van 40.000 geschikte woningen voor ouderen met een zorgvraag en de vraag naar geschikte woningen zal volgens de RLI toenemen tot ruim 80.000 woningen in 2021.

De oplossing voor dit complexe probleem moet gevonden worden in het gezamenlijk optrekken van partijen op lokaal niveau, waarbij men gezamenlijk de investering opbrengt. Gelet op het aantal partijen dat daarbij betrokken moet worden, doet dit het ergste vrezen. Het vormen van coalities op papier is geen enkel probleem. Het wordt pas spannend als het om de financiering gaat. Uiteindelijk komt het erop neer dat de corporatie betaalbare woningen moet bouwen en als het een beetje meezit gemeente en zorgorganisaties eventueel een bijdrage leveren voor welzijnsvoorzieningen, maar alleen als daar geld voor is. De aanbevelingen die de raad geeft, zijn allemaal waar, maar helpen ons niet uit de impasse waar we nu in zitten en waarbij er nauwelijks nog wordt gebouwd.

Allereerst moet onderkend worden dat bouwen voor de doelgroep 75-plus met een zorgvraag een andere bouwopgaaf is dan bouwen voor senioren. Om de zorg op termijn betaalbaar te houden betekent dit geclusterd bouwen waarmee op efficiënte wijze zorg en huishoudelijke hulp verleend kunnen worden. Een woning in een zorgcomplex is circa 10.000 euro duurder dan een vergelijkbare niet-zorgwoning.

Corporaties hikken tegen deze extra investering aan en begrijpen niet waarom dit door hen betaald moet worden. Regulier bouwen is veel goedkoper en als zorg het noodzakelijk maakt dat extra voorzieningen moeten worden aangebracht, dan is daar het Wmo-loket voor.

Scootmobiel

In het Bouwbesluit is opgenomen dat elke zelfstandige woning de beschikking moet hebben over een eigen berging; zorgwoningen hebben deze voorziening niet nodig. Dit artikel is terug van weggeweest en is bedoeld om ‘eenvoudig en veilig een fiets op te kunnen bergen’. Een 75-jarige met een zorgvraag heeft geen fiets meer maar wel steeds vaker een scootmobiel en stalling van een scootmobiel in een eigen berging is onpraktisch en duur. Dit is onontgonnen terrein en de gemeente zal niet snel geneigd zijn om af te wijken van het Bouwbesluit.

Steeds vaker blijkt ook dat het bestemmingsplan moet worden aangepast. Zelfstandige woningen mogen niet worden gebouwd op het terrein waar een maatschappelijke bestemming op ligt en dat is bij zorggebouwen altijd het geval. Projecten worden daarmee (onnodig) vertraagd en leiden tot extra kosten.

Belangrijk bij dit alles is dat er gezocht moet worden naar manieren om de bouw weer een impuls te geven. Die mogelijkheid lijkt zich nu aan te bieden met het wegvallen van de verzorgingshuizen maar dreigt vervolgens te verzanden in aanbevelingen die te weinig concreet zijn en zeker voor de korte termijn niet voor oplossingen zorgen.

 

 

Ontheffing

Onderkend moet worden dat zorgwoningen duurder zijn dan niet-zorgwoningen. Gemeenten moeten bereid zijn om met Wmo-geld de extra voorzieningen deels te financieren.

Door het toepassen van de gelijkwaardigheidsbepaling uit het Bouwbesluit moeten ontheffingen verleend kunnen worden voor het bouwen van individuele buitenbergingen.

En tot slot moet de overheid de bouw van woonzorgcomplexen ter vervanging van het verzorgingshuis stimuleren om, in navolging van het verlaagd tarief voor renovatieprojecten, ook hier de tijdelijke zesprocent- btw-regeling van toepassing te verklaren.

Grootschalige renovatie van een bestaand verzorgingshuis komt in aanmerking voor de zesprocentregeling maar vervangende nieuwbouw voor dezelfde doelgroep valt onder de 21-procentregel.

De overheid moet zich gaan realiseren dat niet bouwen meer kost dan bouwen met een wat lagere btw-opbrengst.

Sietse la Roi, zelfstandig adviseur huisvesting en zorg

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels