artikel

Strijd om culturele infrastructuur

utiliteitsbouw Premium

Strijd om culturele infrastructuur

In een aantal steden hebben investeringen in culturele infrastructuur centraal gestaan in de verkiezingen. Met name de tegenstanders roeren zich. Liever zorg dan nieuwe culturele infrastructuur, zegt de SP-lijsttrekker in Arnhem.

En ook in Den Haag worden nieuwe cultuurgebouwen vooral beschouwd als linkse hobby’s. Ik wil het hier niet over nut en noodzaak van deze specifieke investeringen hebben en ook niet over de omvang van het budget, maar over het gemak waarmee publieke investeringen in infrastructuur bij het oud vuil worden gezet. Het gaat overigens niet alleen om culturele infrastructuur, maar ook over grijze infrastructuur als een sluis in IJmuiden. Als serieuze kranten over die sluis van 800 miljoen euro schrijven, dan is het ondertoontje er toch een van “en dat allemaal voor die cruiseschepen…”.

Zonde van het geld dus, lijken critici te zeggen. Je zou verwachten dat Bouwend Nederland een hoogleraar als Anjo Klamer inhuurt om nog eens uit te leggen aan alle nieuwe wethouders in Nederland hoe belangrijk een goede culturele infrastructuur voor het concurrentievermogen van een stad is. Of dat diezelfde organisatie een commissie-Van Woerkom instelt om een wervend rapport te schrijven over de economische meerwaarde van internationaal toerisme.

Waar het om gaat is dat voorstanders van die investeringen politici die hun nek uitsteken een handje helpen en niet stilletjes wachten op een wellicht foute uitkomst. Publieke investeringen staan onder druk en die situatie begint te lijken op die van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ook toen kwam het pleidooi om daar iets aan te doen – na jaren zwijgen – uit onverwachte hoek. Een SER-rapport zorgde toen voor een omslag in het denken. Ik denk dat ondernemers nu weer met zo’n initiatief moeten komen.

Lenny Vulperhorst, adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht

l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op dit artikel