artikel

Anders bouwen voor ouderen onvoldoende

utiliteitsbouw

Anders bouwen voor ouderen onvoldoende

Er worden geen nieuwe verzorgingshuizen voor ouderen meer gebouwd met AWBZ-geld. Zorgorganisaties hebben de noodzaak van vervangende huisvestiging niet goed onder de aandacht gebracht. Gemeenten en corporaties zouden hier een rol kunnen vervullen, vindt Sietse le Roi.

Als gevolg van het huidige kabinetsbeleid vinden gedwongen verhuizingen plaats. Omdat nieuwe verzorgingshuizen niet meer worden gebouwd met AWBZ-geld, wordt blijkbaar niet meer gebouwd voor de doelgroep waar het om gaat, namelijk ouderen met een lichte zorgvraag.

Dat er nu schrijnende situaties ontstaan, konden we reeds lang zien aankomen. Al sinds 2010 is bekend dat er een scheiding van wonen en zorg zat aan te komen en vooruitlopend hierop is in 2007 het Volledig Pakket Thuis ingevoerd waarmee de bewoner dezelfde zorg kan krijgen als in het verzorgingshuis.

Nu er geen nieuwe verzorgingshuizen meer worden gebouwd met AWBZ-geld, ligt de bal bij de corporaties. Corporaties zullen moeten gaan bouwen voor de doelgroep die nu en straks niet meer wordt opgenomen in het verzorgings- of verpleeghuis. Dat corporaties dit nog veel te weinig doen heeft meerdere oorzaken.

Zorgorganisaties hebben de noodzaak voor vervangende huisvesting niet goed onder de aandacht weten te brengen bij corporaties en gemeenten. Bewoners van 75 jaar en ouder met een (beginnende) zorgvraag hebben geen behoefte aan een traditionele rijtjeswoning met drie slaapkamers. Dat er ‘anders’ gebouwd moet worden is nog geen gemeengoed. Anders bouwen is echter niet voldoende. Om betaalbare zorg te kunnen blijven geven, moet er ook geclusterd worden gebouwd. Kleine complexen waar voldoende en goede zorg verleend kan worden. Corporaties moeten hier de noodzaak van gaan inzien en die noodzaak is nog niet tot iedereen doorgedrongen.

Een tweede partij die hier een actieve bijdrage aan moet leveren is de gemeente. Gemeenten wachten nog veel te veel af. Ambtenaren zijn zich nauwelijks bewust van wat het betekent dat verzorgingshuizen gaan verdwijnen in dorp en stad. Ook gemeenten zullen actief moeten meewerken aan nieuwe betaalbare woonvormen voor ouderen met een zorgvraag. Dat betekent dat er locaties gevonden moeten worden waar deze woningen ontwikkeld kunnen worden en dat er gerekend moet worden met realistische grondprijzen. De grondprijzen die nu nog gehanteerd worden, zijn veelal onrealistisch hoog en vormen een belemmering voor de corporatie om te gaan bouwen.

Tot slot moet ook de zorgorganisatie veel actiever worden. Als een verzorginghuis moet sluiten betekent dit meestal sloop van het gebouw waarmee grond beschikbaar komt voor nieuwbouw. En dat kan dan weer in de vorm van zorgwoningen. Verkoop van de grond moet in overleg met het College Sanering plaatsvinden. Het College Sanering is een overheidsorgaan dat erop toeziet dat onroerende zaken tegen een ‘marktconforme’ prijs worden verkocht. Marktconform wordt dan al snel vertaald in een zo hoog mogelijke prijs. Een beter uitgangspunt zou zijn om te zoeken naar een partij die misschien minder wil betalen maar wel wil bouwen voor de doelgroep die moet verhuizen. En dat is dan weer de corporatie.

Bij de oudere verzorgingshuizen is de opbrengst van de grond vaak voldoende om het boekwaardeverlies te compenseren. Bij de verzorgingshuizen die in de jaren negentig zijn gebouwd is dit niet het geval. Voor die gevallen zou een passende oplossing gevonden moeten worden en hier mag een actieve rol van de landelijke overheid worden verwacht.

We zijn met zijn allen goed in staat om de problemen van de ouderen te verwoorden maar slagen er kennelijk niet in om hier adequaat op te reageren. Te veel gepolder en te weinig daadkracht!

Sietse la Roi, zelfstandig adviseur huisvesting en ouderenzorg

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels