artikel

Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie

utiliteitsbouw

Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie

Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze keer Theo Bruijninckx van Ballast Nedam.

Voor een grote hijsklus op zee ontwikkelde Ballast Nedam een buitenmodel
hefschip: de Svanen. Bruijninckx gebruikt dit staaltje Hollands Glorie als rode
draad in zijn canon.

Storebaeltbrug

De Zeelandbrug, ooit aanvoerder in de categorie extra large is in zijn genre
een bescheiden middenmoter geworden. “De werkmethode van destijds wordt steeds
verder verfijnd.” Aan land geprefabriceerde elementen worden met speciaal
hiervoor ontwikkeld materieel op zee geplaatst. Eind jaren tachtig werd de
Svanen gebouwd voor de 6,6 kilometer lange Storebaeltbrug in Denemarken; een
gecombineerde weg- en spoorbrug over de Grote Belt. “Hij maakte een vlotte bouw
mogelijk met grote prefab elementen die op de kant onder geconditioneerde
omstandigheden werden gebouwd.” De zelfvarende megalift bracht overspanningen
met een lengte van 110 meter en een gewicht van 6200 ton in één keer op hun
plaats.

Confederation Bridge

Dit soort referenties heeft de Nederlandse waterbouw nodig om wereldwijd
furore te maken, weet Bruijninckx. De Svanen werd na het werk in Denemarken
aangepast voor het tillen van nog zwaardere elementen – tot 7900 ton – bij het
volgende project: de bouw van de 12,9 kilometer lange Confederation Bridge in
Canada; de langste brug ter wereld over ijsbedekt water. “Deze opdracht,
verkregen in consortiumverband, was een doorbraak voor geïntegreerde
contractvormen. Het afgesloten BOT-contract (Build, Operate and Transfer) is
vergelijkbaar met de huidige dbfm-contracten.” De opdracht omvatte het
ontwerpen, bouwen en in bedrijf houden over een periode van 35 jaar, inclusief
de inning van tolgelden. “Dat geeft een ideale prikkel voor een optimale
afstemming op elkaar van ontwerp, bouw en beheer.”

Windmolenparken

“Na een tijdje in de mottenballen, diende zich voor de Svanen een nieuwe
toekomst aan met grootschalige windmolenparken op zee.” Voor het eerste voor de
Nederlandse kust – 36 molens voor de kust bij Egmond aan Zee, gereed in 2006 –
werd hij ingezet als bouwkraan en heimachine. “De Svanen is zwaar overbemeten
voor de bouw van windmolenparken op zee. Het hefvermogen is 8700 ton en een
complete molen weegt ongeveer 700 ton. Hij tilt de onderdelen dus bij wijze van
spreken met zijn pink.” Verdere doorontwikkeling van de megalift zorgt ervoor
dat steeds minder werk buitengaats hoeft te gebeuren, wat relatief duur is en
risicovol.” De Svanen staat voor hem symbool voor de manier waarop de bouw
vernieuwt. Dat gebeurt voortdurend, weet hij. Geluidsoverlast voor zeeleven door
het heien bijvoorbeeld, kunnen we nu beperken door de toepassing van een nieuwe
boortechniek.” Een andere vernieuwing die op zee in beeld kwam, was het gebruik
van beton voor de fundatiepalen. Daardoor zijn we minder afhankelijk van
prijsfluctuaties.

Innovaties

“Veel innovaties komen tot stand in de praktijk. Betrokken mensen zorgen
daarvoor. “De praktijkvinding van Arie van Vliet”, noemt hij als aansprekend
voorbeeld. Die ontwikkelde een heitechniek die goed was voor de eerste prijs in
een tweejaarlijkse ideeënwedstrijd voor medewerkers van Ballast Nedam. Deze
‘Ariepaal’ wordt in de grond getrild. De grond eronder wordt verweekt door water
in te spuiten. De methode scheelt in tijd en arbeid en bovendien komt er minder
vervuiling vrij dan bij traditioneel trillen, zo somt hij de voordelen op.

Publiek-private samenwerking

De bouw van een nieuw stadshart voor Amstelveen (1996-2003) was een voorbode
van de publiek-private samenwerking (pps) die nu op grotere schaal begint door
te breken in Nederland. “De gemeente vormde voor deze enorme operatie een
samenwerkingsverband met onder meer Ballast Nedam.” De huidige grote
pps-contracten gaan een stuk verder. Bruijninckx ziet ze als uitgelezen recept
voor een nieuwe, betere manier van werken. “Het opknappen en verbreden van de
N31/Wâldwei in Friesland is hierdoor zeer succesvol aangepakt”, weet hij.
Volgens het dbfm-contract voor de N31/Wâldwei (design, build, finance and
maintain) blijft de opdrachtnemer 20 jaar verantwoordelijk voor de kwaliteit en
beschikbaarheid van de weg. Voor de bouw van de Kromhoutkazerne in Utrecht is
ook een pps-contract afgesloten. Het is een dbfmo -contract, wat staat voor
design, build, finance, maintain and operate. “Liefst kijken we nog voorbij de
lengte van het contract: wat kun je doen met het gebouw na die twintig jaar. Zo
bevorder je duurzaamheid.”

Lezers van Cobouw mogen ook hun eigen suggesties geven voor de
BouwCanon via de e-mail van de krant.
Samen met de suggesties van de
vijf geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon
Cobouw. Het mailadres is:
cobouwcanon@sdu.nl.

Dit was de laatste aflevering van een serie waarin vijf bouwers hun top vijf
van bouwprojecten of bouwontwikkelingen gaven. Samen met lezersreacties vormen
zij straks de BouwCanon. De andere verhalen uit deze serie staan op
www.cobouw.nl/dossier/BouwCanon.html.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels