artikel

Weinig geld voor frisse school

utiliteitsbouw Premium

Scholen worden te goedkoop gebouwd. Maar Hans Ditters en Michiel Otto zijn van mening dat er, zelfs wanneer gemeenten géén budget achterhouden, onvoldoende geld beschikbaar is om aan de huidige normen te kunnen voldoen.

Het artikel ‘Scholen veel te goedkoop gebouwd’ (Cobouw 11 november) geeft een
kritische blik op de financiering en de kwaliteit van de huisvesting voor
primair en voortgezet onderwijs. Scholen worden inderdaad te goedkoop gebouwd,
maar de beschikbare budgetten voor huisvesting (nieuwbouw, renovatie) van het
primair (PO) en het voortgezet onderwijs (VO) zijn niet toereikend. De op de
‘Londo-regeling’ (bekostigingsstelsel voor het basis- en (voortgezet) speciaal
onderwijs) gebaseerde budgetten zijn weliswaar geïndexeerd, maar niet aangepast
aan aangescherpte wet- en regelgeving met betrekking tot de bouw en de vereiste
kwaliteit. Ter illustratie: het beschikbare budget voor de nieuwbouw van een
school op basis van deze norm is gemiddeld slechts iets meer dan de helft van de
gebruikelijke prijs per vierkante meter voor een gemeentehuis of stadskantoor.
Bij de bekostiging van de huisvesting voor PO en VO is bovendien sprake van een
ontkoppeling van investeringskosten (waarvoor de gemeenten verantwoordelijk
zijn) en exploitatielasten (waarvoor de scholen/schoolbesturen verantwoordelijk
zijn). Dit leidt ertoe dat gemeenten over het algemeen niet bereid zijn te
kiezen voor een hoger investeringsniveau dan nodig of -uit oogpunt van
duurzaamheid – gewenst is, ook al is sprake van een alleszins aanvaardbare
terugverdientijd. Daarbij komt inderdaad, zoals Gertjan van Midden, adviseur van
de PO Raad ook aangaf, dat de aan de gemeenten beschikbaar gestelde middelen
niet zijn ‘geoormerkt’ ten behoeve van onderwijshuisvesting en de gemeenten
beleidsvrijheid hebben om deze middelen voor andere doeleinden aan te wenden. In
een aantal gemeenten is inmiddels gelukkig wel sprake van ‘doordecentralisatie’,
d.w.z. dat die gemeenten de financiële middelen met de verantwoordelijkheid en
daarmee samenhangende risico’s voor de huisvesting doorsluizen naar de
schoolbesturen.

Bouwbesluit

Wij zijn het volledig eens met de opmerking dat ‘nieuwe schoolgebouwen
kwalitatief beneden de maat zijn’. Het Bouwbesluit is doorgaans de ‘norm’. Maar
het Bouwbesluit is in feite bedoeld als ondergrens voor de kwaliteit en
functionaliteit in de bouw. Om een ‘frisse school’ te creëren, een school met
een behoorlijk binnenmilieu en een CO2-niveau dat de leerprestaties en de
gezondheid niet in de weg staat, moet toch echt aan zwaardere eisen worden
voldaan. Gemeenten mogen door middel van aanvullend beleid afwijken van de
VNG-modelverordening voor onderwijshuisvesting, waarin de ruimtenormering en de
normkos-tenvergoedingen zijn vastgelegd. Hopelijk gaan de gemeenten inzien dat
scholen alleen gebaat zijn bij een afwijking die uitstijgt boven het niveau dat
met de modelverordening kan worden bereikt. Zorg allereerst voor een heldere,
transparante systematiek. De VNG-modelverordening is geen toegankelijk
instrument. Het vereist veel expertise om deze toe te passen. Vervolgens moeten
de budgetten worden afgestemd op eisen die echt ‘van deze tijd’ zijn. Dit kan
bijvoorbeeld door nacalculaties te maken van recent gebouwde scholen, waarvan de
kwaliteit goed is – denk aan het kwaliteitsniveau van ‘frisse scholen’ – en de
architectuur op zijn minst acceptabel is. Uit deze analyses kan dan een
gemiddeld kostenniveau worden bepaald met toeslagen voor zaken als
architectonische inpassing, maatregelen voor een goed binnenmilieu, paallengte,
bronbemaling en andere ‘excessieve’ bouwplaatskosten. Zorg ook dat de
voorbereidingskosten reëel worden gebudgetteerd. Leg bovendien de
verantwoordelijkheid niet langer bij de gemeenten, maar bij de scholen of
schoolbesturen. Met andere woorden: beperk ‘doordecentralisatie’ niet tot een
enkele gemeente. Koppel de investeringen aan de latere exploitatie. En tot slot:
biedt de scholen of schoolbesturen de ondersteuning om als professioneel
bouwheer/opdrachtgever te kunnen optreden.

Hans Ditters en Michiel Otto,
Respectievelijk senior adviseur en partner bij PRC.
PRC is een onafhankelijk adviesbureau op het gebied van bouw, huisvesting,
infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling.
Zie ook www.prc.nl.

Reageer op dit artikel