nieuws

Interview | Topvrouw Rijkswaterstaat wil schoon schip maken: ‘Nieuwe contracten moeten risico’s indammen’

infra 7525

Interview | Topvrouw Rijkswaterstaat wil schoon schip maken: ‘Nieuwe contracten moeten risico’s indammen’
Michele Blom en Maxime Verhagen over McKinsey: "We gaan dit oplossen. Foto: Suzanne van de Kerk

De kwakkelende infra-sector verdient op korte termijn een herstart en moet zich weer ontwikkelen tot een bloeiende sector met gezonde marges. Rijkswaterstaat neemt de aanbevelingen uit het McKinsey-rapport over om die missie te laten slagen. Topvrouw Blom: “We gaan dit doen. Het is nodig.”

Het rommelt al een tijdje in de infra-sector. Projecten lopen stroef en contracten worden opengebroken of teruggegeven. Bovendien schrijven steeds minder bouwers in voor de grote complexe opdrachten. De vechtcontracten hebben plaats gemaakt voor een terugtrekkende beweging. De top van Rijkswaterstaat zag de ontwikkelingen met lede ogen aan en maakt zich zorgen over de toekomst. In het besef dat er komende jaren nog veel meer ingewikkelde infraprojecten aankomen, werd bureau McKinsey ingeschakeld voor een grondige analyse.

Aanbesteden in de praktijk

Aanbesteden in de praktijk

Waar gaat het mis? En hoe is dit te doorbreken? De conclusies zijn keihard en helder. Het structurele probleem van de gww-markt: de productiviteit is te laag en het innovatief vermogen blijft achter. En daarbij zijn de risico’s hoog en de marges laag.

“Dat gaan we dus aanpakken”

“Dat gaan we dus aanpakken. Een gezonde innovatieve gww-sector is een gezamenlijk belang”, benadrukken directeur-generaal Michèle Blom van Rijkswaterstaat en voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland in een dubbelinterview over het definitieve McKinsey-rapport dat minister Cora van Nieuwenhuizen dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde. Interviews geven doet Blom niet vaak. Voor deze ingrijpende koerswijziging maakt zij een uitzondering.

Rijkswaterstaat is nu geen aantrekkelijke opdrachtgever. Is dit rapport de oplossing?
Verhagen
: “De praktijk van de laatste jaren is dat er geen enkel groot project is waar bouwers maar één rooie cent aan overhouden. Die verhouding van risico en prijs is scheef. Bij veel aanbestedingen wordt vooral gelet op de prijs en niet op kwaliteit. Daar zit dus wel het probleem waarom bouwers de huidige markt ervaren als te veel risico en te weinig marge.”

Meetbare factoren

  1. Kennisopbouw
  2. Productinnovatie
  3. Procesverbetering
  4. Samenwerking
  5. Duurzaamheid

Bron: Rapport Toekomstige Opgave Rijkswaterstaat

Blom: “Dat ‘niet aantrekkelijk zijn’ geldt alleen voor de grote projecten. Daar zien we minder inschrijvers. Maar ik constateer ook we bij andere projecten – grofweg tot 250 miljoen – helemaal niet te klagen hebben over gebrek aan belangstelling.”

Sinds twee jaar passeerden de problemen met onder meer knooppunt Hoevelaken, de zeesluis IJmuiden, de Twentekanalen en Zuidasdok. Dat was geen lekkere start als directeur-generaal?
Blom:
“Laat ik duidelijk zijn: ik ben een gelukkig mens met de mooiste baan in ‘Den Haag’. Tegenover dingen die niet goed lopen, staan nog veel meer projecten die wel goed gaan. Die trekken minder de aandacht, maar 9000 mensen van Rijkswaterstaat zetten zich elke dag in voor de mobiliteit, waterveiligheid en leefbaarheid van Nederland. En ook alle mensen in de gww verdienen wat dat betreft een pluim. Natuurlijk hebben we ons achter de oren gekrabd over de recente ontwikkelingen, zeker met het oog op de toekomstige opgaves. Want we willen mooie projecten, maar ook duurzaamheid, ICT, innovatie en circulariteit in een steeds ingewikkelder omgeving. Dit rapport gaat zowel over het verleden als de toekomst. Eerlijk werk, voor eerlijk geld. Het realiseren van maatschappelijke opgaves, daar draait het om voor ons.”

Wat betekent dit rapport voor de lopende contracten?
Blom: “Niets, deze aanbevelingen gaan uitsluitend over nieuwe projecten. Rijkswaterstaat kan een groot verschil maken door die opgaves anders in de markt te zetten. Lopende projecten lopen en daar gaan we niets in veranderen.

“Opdrachtgever en markt hebben elkaar nodig.” De details: zilveren pumps en stippeltjessokken. Foto: Suzanne van de Kerk

Wat betekent dit voor de toekomstige contracten. Wordt dbfm geschrapt uit het palet?
Blom:
  We gaan geen contractvormen schrappen. Niet een, maar we voegen wel een paar nieuwe varianten toe. Al inspelend op de aanbevelingen van McKinsey gaan we nog beter opletten of de contractvorm past bij de opgave. Voor de Ring Utrecht Zuid stappen we deze zomer nog over op het nieuwe twee-fasen-contract, een manier om al veel eerder risico’s in beeld te krijgen. Voor het contract onderhoud Midden-Nederland stappen we over naar een basiscontract van 5 jaar met de mogelijkheid om 3 jaar te verlengen.  Dat is relatief lang, vergeleken met nu. Dat nodigt uit om te innoveren en geeft de markt langer de kans zich te bewijzen, want tegenover die verlenging moeten wel goede prestaties staan. Als dat werkt, kan het snel gaan. Rijkswaterstaat zet meerdere onderhoudscontracten per jaar op de markt.”

Verhagen: “We hebben ook hoge verwachtingen van de nieuwe portfolio-contracten, waarbij gelijksoortige bruggen of sluizen in een regio bijvoorbeeld in een mandje bij elkaar te voegen. Dan wordt de markt tenminste uitgedaagd om innovaties door te voeren en de lat steeds hoger te leggen. De grote omslag is inderdaad te verwachten voor nieuwe projecten, maar voor lopende projecten kan ook nog veel verbeteren. Denk aan de Marktvisie, dat is al een hele cultuurverandering. Maar de aantrekkende economie heeft het speelveld wel veranderd, waardoor steeds minder bereidheid was van de markt om te participeren.”

Zijn alle grieven van de markt bij Rijkswaterstaat duidelijk overgekomen?
Verhagen:
“De brancheverenigingen hebben een iets makkelijker rol dan de individuele bouwbedrijven, die toch afhankelijk zijn van de opdrachten. Alle partijen hebben hun ideeën op tafel kunnen leggen. En als belangenorganisatie zijn we daar klip en klaar in geweest.”

Blom: “Ik had gisteren nog contact met Rob van Wingerden van BAM. Die was ook positief.  We hebben heel bewust voor deze brede aanpak gekozen. Eerst een concept-versie met de basis van 70 procent van het eindrapport en dan overleg met alle partijen om te reflecteren. Herkennen jullie dit beeld? En wat vind je van de oplossingen? Kan dat nog beter? Ik had al eerder goede ervaringen met een dergelijke aanpak en denk dat deze opzet ook voor het McKinsey-rapport is geslaagd. Uit de bereidheid om mee te denken, merk ik hoe breed dit leeft. En hoe groot de bereidheid is om dat gezamenlijk anders te doen.”

Van Wingerden? BAM heeft toch de enorme verliezen van de zeesluis IJmuiden voor de kiezen gekregen?
Blom:
“Ja dat is zo. En dat zijn geen makkelijke zaken. Het is des te meer positief dat ook deze marktpartijen meedenken over een goede toekomst en een gezonde gww-markt.”

Wordt dat niet te klef ? Is er dan opnieuw risico op bouwfraude?
Verhagen:
“Hou eens op zeg. Die bouwfraude is 20 jaar geleden. Het gaat er om dat opdrachtgevers en de markt samen optrekken om de maatschappelijke opgaves op de beste manier aan te pakken. Als gelijkwaardige partners en met een gezamenlijk belang. Innovatie, rendement, risico’s en grote opgaves in een complexe omgeving los je niet in je eentje op. De ACM kan dan opletten op bouwfraude.”

De gww kampt niet met nieuwe problemen. Zijn ze dit keer wel op te lossen?
Verhagen:
“Ja, de markt is enorm geholpen met voorspelbaarheid en continuïteit. Bouwend Nederland is heel positief over de analyse en de aanbevelingen met de mogelijkheden om samen met bedrijven deze markt ten goede te keren.”

Blom en Verhagen: “Deze voorstellen zijn ingrijpend. Het is een enorme klus.” Foto: Suzanne van de Kerk

Zijn er nog minpunten?
Verhagen:
“Ja, een paar. We moeten nadenken over de voorbeeldfunctie die Rijkswaterstaat heeft als opdrachtgever. Het is belangrijk dat ook provincies, gemeentes en waterschappen meegaan in dit denken. En we maken ons zorgen over de achterblijvende budgetten. Ik doe alvast een oproep om meer geld vrij te maken met Prinsjesdag voor infrastructuur als je deze maatschappelijke doelen echt wilt uitvoeren. Ik begrijp dat de minister stelt dat de ingrepen van McKinsey binnen de beschikbare budgetten moeten passen – daarvoor heb ik lang genoeg die positie bekleed-, maar het is de vraag of dat helemaal realistisch is.”

Blom: “Laten we ons geen illusies maken, de schommelingen in de economie of conjunctuur kan Rijkswaterstaat niet veranderen. Met dit rapport in de hand kunnen we wel ingrijpen en invloed uitoefenen. Vergis je niet, dit zijn ingrijpende voorstellen om de markt anders te benaderen. En het is niet de vraag of we deze aanbevelingen gaan uitvoeren, want het zéker dat we dit gaan doen. Maar we wonen hier niet in het communistische Rusland, met de 5-jaren plannen van toen. Het is een enorme klus en dat heb je niet meteen van vandaag op morgen meteen doorgevoerd.”

Vier oplossingsrichtingen van McKinsey

  1. Rijkswaterstaat kan de risico’s van projecten verlagen door grote projecten te verkleinen en voor projecten met een hoge complexiteit een ‘twee-fasen-proces’ te introduceren.
  2. Rijkswaterstaat kan een portfolio-aanpak introduceren voor projecten met een repetitief karakter of projecten binnen een ontwikkeltraject.
  3. Rijkswaterstaat kan randvoorwaarden verbeteren, zoals het beperken van complexiteit bij projecten, explicieter voorschrijven van innovaties en duurzaamheid, het breder inzetten van alliantiecontracten en het opzetten van een constructieve dialoog rondom risico’s.
  4. Om in te spelen op de kansen die nieuwe technologieën voor informatievoorziening, ICT en Smart Mobility bieden, wil Rijkswaterstaat technologisch georiënteerde bedrijven activeren en een sterkere koppositie geven.

 

Reageer op dit artikel