nieuws

Verhagen pleit voor ingrijpen: ‘Rijkswaterstaat nu geen aantrekkelijke opdrachtgever’

infra 7348

Verhagen pleit voor ingrijpen: ‘Rijkswaterstaat nu geen aantrekkelijke opdrachtgever’
Minister geeft startsein voor A16 in Rotterdam. Foto: Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat is nu geen aantrekkelijke opdrachtgever. Dat stelt voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland naar aanleiding van de consultatie van het McKinsey rapport om in te grijpen op de gww-markt. “Het moet anders. Dat is duidelijk.”

Alle seinen stonden ineens op rood voor opdrachtgever Rijkswaterstaat. Minder inschrijvingen, gemor over prestatiemetingen, de ene na de andere bouwer die wegliep uit lopende tenders en een brandbrief van zeven kantjes vol grieven over de zeesluis IJmuiden.

Vertraging

Bij een groot aantal projecten zoals de Ring Groningen, Zuidasdok en Twentekanalen dreigt ook nog eens  jaren vertraging.

Tenders RWS 2020

  • Aanleg 1.100 mln
  • Vervanging en Renovatie 300 mln
  • Beheer en onderhoud 900 mln
  • Totaal 2.300 mln

Bron: Rapport Toekomstige Opgave Rijkswaterstaat

Bureau McKinsey werd ingeschakeld om de gww-markt grondig te analyseren en de knelpunten in kaart te brengen. De conclusies waren hard en duidelijk: Door verminderde marktwerking en lage productiviteitsgroei loopt Rijkswaterstaat het risico dat opgaves niet kunnen worden gerealiseerd. En dat terwijl de opdrachtgever in 2020 voor 2,3 miljard euro aan projecten te vergeven heeft en alle jaren daarna voor gemiddeld 2,4 miljard per jaar.

Op eieren lopen

De hoogste tijd dus om in te grijpen. Hoe? Dat is nog even de vraag. “Het momentum is goed. Beter dan ooit. Daar mag je me op quoten”, reageert BAM-CEO Rob van Wingerden desgevraagd tijdens het feestje van twee jaar Bouwagenda. Hij heeft de week ervoor bij minister Cora van Nieuwenhuizen zijn grieven kwijt gekund. Een select gezelschap uit de bouwtop schoof bij de minister aan om uit de eerste hand toe te lichten waar de pijnpunten zitten en vooral hoe die op te lossen.

Scheef om risico’s bij een partij te leggen

Van Wingerden wil er niet te veel over kwijt. Zo’n proces ligt ingewikkeld en veel partijen lopen op eieren. Niet in de laatste plaats omdat het ministerie Rijkswaterstaat niet veel speelruimte geeft en de touwtjes strak in handen houdt. “Ik hak de knopen door over ingrijpende wijzigingen bij Rijkswaterstaat”, liet de minister onlangs niets aan duidelijkheid te wensen over bij de starthandeling voor de A16-tunnel bij Rotterdam.

“Laat ik wel zeggen dat het scheef is om alle risico’s bij een partij te liggen. Dat gesprek gaan we nog voeren en dan zal het ook breder over samenwerking gaan. De keus voor al dan niet dbfm is daar zeker een belangrijk onderdeel van.”

Groeifactoren

  1. Kennisopbouw
  2. Productinnovatie
  3. Procesverbetering
  4. Samenwerking
  5. Duurzaamheid

Bron: Rapport Toekomstige Opgave Rijkswaterstaat

Discussiestuk

“Het is een discussiestuk. We delen het met een brede groep uit de markt, vragen of zij het beeld uit de analyse herkennen en halen reacties op”, stelde HID Grote Projecten Jean Luc Beguin van Rijkswaterstaat in Cobouw aan het begin van de consultatie, nog zonder in te willen gaan op de inhoud.

Feit is wel dat de complete gww-sector met de neus op de feiten is gedrukt en dat van Rijkswaterstaat een transitie wordt verwacht naar een “financieel gezonde, concurrerender, innovatievere, kosteneffectievere en duurzame Nederlandse bouwsector. Het McKinsey-rapport komt zelfs met drie routes voor de grote opdrachtgever: selectief risico verlagen, portfoliocontracten introduceren en randvoorwaarden creëren over het hele portfolio (zie kader).

Achter de schermen bij Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat heeft officieel nog altijd met geen woord gerept over de inhoud van het McKinsey-rapport, maar is achter de schermen keihard aan het werk om alle partijen te mobiliseren en te consulteren. Op hoofdlijnen zijn alle rondes voorbij en alle zienswijzen binnen, op details vindt nog overleg plaats, wordt bevestigd.

En dus draait het poldermodel op volle toeren. Het McKinsey-rapport is het uitgangspunt voor de gesprekken waar alle bouwpartijen op hebben gereageerd. De grote vraag is welke strategie er nu uiteindelijk uitrolt? Maxime Verhagen: “Rijkswaterstaat is nu geen aantrekkelijke opdrachtgever. Dat is tot zover wel duidelijk. En het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen. Het McKinsey-rapport stelt een aantal heldere en goede uitgangspunten, maar het is nog niet duidelijk welke punten Rijkswaterstaat daarvan gaat invoeren.”

Wat wel en wat niet?

Bouwend Nederland heeft samen met MKB-Infra en de Vereniging van Waterbouwers uitgebreid gereageerd op het advies van McKinsey. De partijen trekken samen op en hebben een lijvig advies ingeleverd bij Rijkswaterstaat. Verhagen: “Pas als de minister de brief naar de Tweede Kamer stuurt met de definitieve strategie, weten we wat wordt overgenomen en wat niet.”

Ook Philip van Nieuwenhuizen van MKB-Infra voelt zich gehoord: “Wij zijn heel content met de gedachtewisseling met Rijkswaterstaat over het rapport en hebben de stellige indruk dat de inbreng van de marktpartijen heel serieus wordt genomen.”

Bouw is bijzondere sector

De brancheverenigingen hebben ingebracht dat McKinsey de bouwsector te veel als een ‘gewone’ commerciële sector benadert. “En gaat daarbij voorbij aan de bijzondere omstandigheden als social return, duurzaamheid en circulariteit. Dan gaat het om harde eisen waar marktpartijen niet omheen kunnen. Bij bouwprojecten speelt veel meer dan alleen rechttoe-rechtaan bouwen. Dat is prima, maar maakt de bouw wel een bijzondere sector.”

3 manieren om in te grijpen

De inframarkt blijft kwakkelen en bouwers laten tenders steeds vaker links liggen. De marktwerking ebt weg en de sector holt zichzelf uit. Hoog tijd om in te grijpen, adviseert McKinsey aan Rijkswaterstaat. Dat kan langs 3 routes.

De inframarkt kampt met structurele problemen en zolang die onopgelost blijven zijn de risico’s te hoog en de marges te laag. McKinsey schetst drie routes n verwijst daarbij veelvuldig naar de ervaringen daarmee in het Verenigd Koninkrijk.

Drie concrete ingrepen

Ten eerste kan Rijkswaterstaat voor grote projecten met een hoge complexiteit de risico’s verlagen. Dit kan door het opknippen of verkleinen van projecten. Een andere optie is de introductie van een ‘twee-fasen-proces, waarin pas na de ontwerp- of engineeringfase de prijsbepaling voor de bouwfase volgt. Het idee is dat er meer informatie bekend is, waardoor er minder onzekerheden en risico’s overblijven.

Dit vereist dat Rijkswaterstaat zelf in staat is om (mee) te ontwerpen en zelf  kostencalculaties kan uitvoeren om rekeningen te controleren al wordt gekozen voor cost-plus of target-cost contracten.

Ten tweede de introductie van portfoliocontracten voor projecten met een meer repeterend karakter of projecten binnen een ontwikkeltraject. Door meerdere projecten te koppelen biedt Rijkswaterstaat bouwbedrijven perspectief te bieden over individuele projecten heen. Dit creëert een doorbraak waarbij het denken van bouwbedrijven verandert van ‘project-naar-project’ naar ‘over de projecten heen’.

Hierbij hoort ook het invoeren van ‘performance management’, waarbij bouwbedrijven verbeteringen moeten laten zien en hiervoor ook worden beloond als ze deze realiseren. Deze aanpak vereist een brede aanbesteding voor het gehele portfolio, gevolgd door ‘lichte tenders’ voor de individuele projecten die alleen toegankelijk zijn voor de geselecteerde bouwbedrijven.

Ten slot kan Rijkswaterstaat enkele randvoorwaarden verbeteren, zoals het expliciet voorschrijven van innovaties, het opnemen van duurzaamheidseisen per project, wegnemen van barrières en vaker gebruik maken van alliantiecontracten. Ook is het advies om te werken met kleinere contracten zodat bouwers minder vaak in een combinatie hoeven te werken. Bouwbedrijven willen liever tien middelgrote projecten in plaats van een of twee grote complexe werken per jaar. Het bedrag van 500 miljoen euro is daarbij genoemd als maximum.

Reageer op dit artikel