nieuws

Betonnen dobbers voor volgende generatie drijvende windparken

infra 1942

Betonnen dobbers voor volgende generatie drijvende windparken

Het tweede drijvende windpark krijgt hoogst waarschijnlijk een betonnen onderbouw. Deme buigt zich in opdracht van het Noorse staatsbedrijf Equinor over de engineering van de drijflichamen.

Daarmee slaat Equinor een nieuwe koers in. De proef-turbine die al tien jaar voor de Noorse kust drijft rust op een stalen dobber, die zo’n 80 meter diep steekt.  Die ‘spar’ ligt met drie staalkabels onder voorspanning verankerd aan de zeebodem. De goede ervaringen met de pilot leidden tot een heus windpark met vijf 6 MW turbines voor de Schotse kust. Dat windpark, Hywind, werd in 2017 geopend en levert sindsdien succesvol stroom aan  20.000 huishoudens.  Het park doorstond tot nu toe stevige stormen.

Het in 2017 geopende Hywind park voor de Schotse kust telt vijf drijvende turbines van elk 6 MW.

Voor de opvolger genaamd Hywind Tampen, denkt Equinor aan een betonnen drijvers. Donderdag ondertekende het een contract met de Belgische baggeraar Deme, dat de engineering daarvoor gaat verzorgen. De twee partijen ondertekenden een zogeheten Feed-contract (front-end engineering & design). Verdere details zijn niet bekend gemaakt, maar de keuze voor beton in plaats van staal geeft een duidelijke koerswijziging aan.

Ironisch genoeg gaat Hywind Tampen alleen stroom leveren voor olieplatforms

Equinor ging tot vorig jaar door het leven als Statoil. Het Noorse staatsoliebedrijf wil met de naamswijziging duidelijk maken dat het afkoerst op een toekomst waarin fossiele energie een veel kleinere rol speelt. Hywind Tampen komt overigens wel compleet in dienst te staan van de klassieke activiteiten van de firma. Bijna ironisch gaan de elf 8 MW turbines hun stroom rechtstreeks leveren aan de bestaande olie- en gasplatformen Snorre en Gullfaks. Hywind Tampen kan nog niet eens voorzien in de volledige energiebehoefte van de twee olieplatformen, maar blijft steken op zo’n 35%.  De rest moet dus worden opgewekt met aggregaten. Dit jaar moet de definitieve investeringsbeslissing vallen over de bouw van Hywind Tampen. De 11 turbines zouden dan …. Moeten drijven op de Noordzee. Daarmee wordt weer een flinke stap gezet in de ontwikkeling van drijvende windenergie.

Schommelingen slim benutten

Equinor steekt al lang haar nek uit voor drijvende windenergie vanuit de overtuiging dat de windopbrengst verder op zee vaak hoger is, maar dat de waterdiepte te groot wordt om nog turbines tegen een reeële prijs op de zeebodem te kunnen funderen. Door slim gebruik te maken van de schommelingen valt de stroomopbrengst van een drijvende windmolen zelfs nog een fractie hoger is dan van vaststaande exemplaren.

Het Spaanse X1 wind werkt aan een heel ander concept voor drijvende windmolens.

Wereldwijd zijn er meer partijen die onderzoek doen naar drijvende windmolens. Het Frans-Amerikaanse Principle Power werkt aan een concept met drie kleinere drijvers die onderling verbonden zijn met een stalen vakwerk. Voordeel van hun aanpak is dat de drijvers veel minder diep steken en er geen 100 meter diepe fjorden nodig zijn om ze op te bouwen. Het Spaanse X1 Wind werkt aan een reusachtige priamide van vakwerkliggers, waardoor ze geen mast nodig hebben en zelfs zonder kraan kunnen worden opgebouwd. Zij zijn nog in heel pril stadium van ontwikkeling.

Ook Korea zet in op drijvende windenergie

Equinor is met haar Hywind concept veruit het verst gevorderd met de ontwikkeling. Vorig jaar ging de firma een samenwerking aan met de Koreaanse overheid om drijvende windparken neer te leggen voor de kust. Op die manier moet Korea minder afhankelijk worden van steenkool en kernenergie voor haar energievoorziening.

Reageer op dit artikel