nieuws

De Arbiter: Ophef over verrassingen onder de grond

infra Premium 882

De Arbiter: Ophef over verrassingen onder de grond
raad van arbitrage De Arbiter

Een aannemer moet voor begin van de uitvoering een Klic-melding doen om ondergrondse kabels en leidingen te lokaliseren. Maar hoever reikt die verplichting?

De Arbiter

Vonnissen van de Raad van Arbitrage zijn vaak interessant voor een breder publiek dan alleen de partijen die bij het geschil betrokken zijn. In deze rubriek wordt elke maand een zaak van de Raad besproken.

Het kan een rommeltje zijn onder de grond. Zo ook in dit geval, waarin een aannemer als laagste inschrijver een sloopopdracht binnenhaalt. Het gaat om een school-met-aansluitende-woning en een bibliotheek, met kelders, en vier appartementen, die plaats moeten maken voor nieuwbouw.

Klic-melding

‘So far, so good’. Het werk wordt eerst wat uitgesteld in verband met aanwezige vleermuizen. Vervolgens doet de aannemer voordat hij begint de gebruikelijke Klic-melding voor het hele terrein om uit te zoeken waar eventueel aanwezige kabels en leidingen precies zitten, zodat die bij de uitvoering niet beschadigd raken. Dan blijkt echter dat er langs de kelder van de bibliotheek veel middenspanningskabels lopen.

Kabels, water en olie

Voorzichtigheid is nu de moeder van de porseleinkast. Daarom graaft de aannemer, in opdracht van de architect en op advies van de netbeheerder, proefsleuven en doet hij ook proefboringen. Gelukkig maar, want de kabels liggen (te) dicht bij de kelderwand en de boorgaten lopen steeds vol water, waarbij ook nog olie wordt waargenomen. Hij adviseert de architect een grondmechanisch bureau uit te laten zoeken hoe het precies zit met de ondergrond en dan te berekenen of de beoogde sloopmethode van de kelder veilig is.

Meer werk …

Hierna volgt de schriftelijke opdracht tot sloop, voor het door de aannemer oorspronkelijk geoffreerde bedrag van bijna 84 duizend euro. De opdrachtgever heeft het werk echter wel gewijzigd als gevolg van de geconstateerde problemen. Zo moet een deel van de keldervloer en -wanden worden gehandhaafd. Ook moeten er gaten in de vloer komen voor nieuw te boren heipalen. Mede daarom offreert de aannemer voor ruim 33 duizend euro aan meerwerk. Daarop voert hij alle werk uit.

… maar niet meer geld

De vreugde over de voltooiing kan echter niet van lange duur zijn geweest, want kort daarop blijkt dat de opdrachtgever het meerwerk en ook nog een kleine 3,5 duizend euro voor diverse onderzoekskosten weigert te betalen. Hij wijst op de werkomschrijving en vindt dat de aannemer al bij de aanbesteding rekening had kunnen en moeten houden met ondergrondse verrassingen. Daarop stappen partijen naar de Raad van Arbitrage voor de Bouw. De opdrachtgever wil dat de arbiter vaststelt dat hij geen meerkosten verschuldigd is. En de aannemer wil – dat zal u niet verrassen – zijn geld zien.

Wie moet wat doen en wanneer?

De arbiter komt dan heel snel tot de kern van de zaak. Het is de opdrachtgever die in de ontwerpfase ligging van kabels en leidingen in beeld moet brengen en de aannemer daarover informeren. Paragraaf 5 van de UAV 2012 is daar helder over en daarvan is in het bestek niet uitdrukkelijk afgeweken.
De klic-melding en het onderzoek die in de werkomschrijving staan vermeld als verplichting van de aannemer slaan op de uitvoerings- en niet op de ontwerpfase. Ook de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) en de CROW-richtlijn zijn op dit punt duidelijk.

Nu de opdrachtgever bij de aanbesteding geen informatie over kabels en leidingen heeft verstrekt, mocht de aannemer ervan uitgaan dat die er niet waren. De bepaling in de werkomschrijving dat de aannemer geacht wordt vóór de inschrijving op de hoogte te zijn van het werkterrein strekt zich, kort samengevat, niet uit tot wat er onder de grond zit.

De opdrachtgever moet het meerwerk betalen en draait ook op voor de kosten van het proces en de rechtsbijstand.


(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 36.435)

Reageer op dit artikel