nieuws

Circulair viaduct is een blijvertje, nu nog een verdienmodel

infra Premium 2419

Circulair viaduct is een blijvertje, nu nog een verdienmodel

Het is het nieuwste troeteldier van Rijkswaterstaat, het tijdelijke circulaire viaduct bij Dronten. Hét uithangbord voor het nieuwe circulaire werken. Want binnen tien jaar moeten alle snelwegen, viaducten en bruggen van het Rijk circulair zijn. Zoiets gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot. Want hoe bereik je een goed verdienmodel. Een open leeromgeving kan helpen. ‘‘Het moet, het kan.’’

Vijf partijen hebben zich inmiddels gemeld om het kunstwerk over te nemen en een tweede leven te geven. Maar de robuuste elementen moeten ook nog minimaal een derde, vierde en vijfde ronde mee. En zo moet het straks bij alle kunstwerken gaan, want Rijkswaterstaat wil vanaf 2030 alleen nog circulair werken. Hoe dan?

Meer bouwers in kopgroep

Het moet, het kan, maar zal pittig worden, beaamt ook Frederieke Knopperts, programmamanager Circulaire Economie bij Rijkswaterstaat. Ze wil naast de initiatiefnemers meer bouwers in de kopgroep. Rijkswaterstaat gaat toe naar circulair inkopen, maar dat lukt niet in een keer. Er zijn nog de nodige obstakels te passeren. Tussen willen en kunnen is het lastig balanceren.

Praktijkdag Circulair Bouwen

Praktijkdag Circulair Bouwen

Haar worst-case scenario is dat het circulaire viaduct binnen drie jaar als een afgedankt speeltje in de hoek terecht komt. Dat de lopende pilot van het viaduct slaagt, maar alle initiatieven daarna doodslaan.  “Zoals vaak gebeurt bij pilots. Helaas.” Het is haar alles aan gelegen om dat scenario te voorkomen.

Proto-type

De eerste horde is genomen: Het viaduct is gebouwd en zit vol sensoren om als proto-type te testen. De tweede stap is het creëren van een open leeromgeving op de Bouwcampus om meteen lessen te trekken en nieuwe stappen te zetten. Voorlopig zijn er nog meer koplopers nodig.

Alle bouwers denken mee, maar vinden ook dat circulariteit op termijn een verdienmodel moet worden. Knopperts: “Daar is op zich niks mis mee. De basis is nog zo pril dat samenwerken en ‘open source’ voorlopig meer oplevert, maar ING denkt al mee over een businessmodel.” Met de enorme vervangingsopgave van honderden bruggen en viaducten die aan het einde van hun levensduur zijn, zou dat geen groot probleem mogen zijn.

Ook kansen voor hout en staal

Mede daarom zijn partijen als Heijmans, Dura Vermeer, VolkerWessels bereid om voorlopig de kaarten op tafel te leggen. Rijkswaterstaat kiest bewust meteen breder in te zetten dan het circulaire viaduct en ook te kijken naar circulaire bruggen. “Naast beton bieden ook staal en hout allerlei perspectieven.”

Op het gebied van materiaal, inkoop, ketensamenwerking, technologie, businesscase en ontwerp gaan werkgroepen alle kennis bundelen en verrijken. Bij de lancering van de Open Leeromgeving op de Bouwcampus waren afgelopen week ruim honderd enthousiastelingen aanwezig.

Voorlopig krijgen de verschillende circulaire initiatieven naast elkaar een kans. “Tegenwoordig kun je ook innovaties aanbesteden en dat is nu precies wat we van plan zijn”, vult Maurice van Rooijen aan, die namens Rijkswaterstaat het proces voor innovatieve partnerschappen begeleidt.

Circulair is een blijvertje

“Op deze manier krijgen ook start-ups een kans om een goed idee te toetsen, zonder meteen in de financiële problemen te komen. Ook de gevestigde partijen hebben minder animo om maar overal vrijblijvend over mee te denken. De markt is wat dat betreft 180 graden gedraaid. Met deze tussenvorm wordt de drempel lager en is de kans op een concreet project een stuk groter.”

Thema’s Leeromgeving

  1. Techniek en Ontwerp
  2. Materiaal en Circulariteit
  3. Technologie
  4. Inkoop en Aanbesteding
  5. Business- en Valuecase
  6. Ketensamenwerking

 

Voorlopig lijkt er animo genoeg. Het besef dringt wel door dat circulair bouwen op termijn onvermijdelijk is. “De vraag is hoe snel die trend doorzet gaat en in hoeverre opdrachtgevers bereid zijn om die ontwikkeling af te dwingen”, aldus Van Rooijen.

Fietsbrug Almere

Maarten van Santvoort van Heijmans gaat ervan uit dat circulair bouwen een blijvertje is: “We bouwen stapje voor stapje onze expertise op. Zo hebben we onlangs in Almere een circulair ontwerp gemaakt voor een fietsbrug. Uitgangspunt voor ons was een ontwerp te maken van materialen die al beschikbaar zijn een tweede leven te gunnen, zoals stalen buizen en houten constructies.

Door aan te haken bij concrete initiatieven maak je mooie toekomstplannen meteen al een stuk concreter. Slim combineren van ambities en concrete projecten werkt het beste. Samenwerken en van elkaar leren is prima, maar je hebt het wedstrijdelement nodig om elkaar uit te dagen en scherp te blijven.”

Hij ziet binnen de bouwsector twee bewegingen. Een groep die aan de kant blijft roepen dat de ontwikkelingen te langzaam gaan en een groep die echt probeert stappen te zetten. “En als je meedoet en invloed wil, moet je niet te snel klagen.”

Meteen terug naar de fabriek

Verre toekomstmuziek of niet, met het eerste circulaire viaduct is al een klein succesje te vieren. Van Hattum & Blankevoort leverde het tijdelijke kunstwerk in december op en zal het in september weer demonteren. De eerste resultaten op basis van de monitoring zijn positief.

De 40 betonnen elementen en 5 liggers gaan eind dit jaar meteen terug naar de fabriek van Spanbeton. Het is dan vooral spannend of de tijdelijke voegen zich ook echt makkelijk laten verwijderen. Ook de demontage wordt spannend. Het is voorlopig ten slotte nog een proto-type waarbij nog lang niet alles is getest.

Vijf gegadigden

Eerste meevaller is dat zich al vijf partijen, waaronder twee gemeenten, een provincie en andere RWS-projectteams, hebben gemeld voor de tweede ronde. “Dat hadden we niet meteen verwacht. We maken komende maanden een keus over de volgende bestemming van het viaduct. De elementen kunnen 200 jaar mee, maar we willen voorlopig nog experimenteren, dus maken kortlopende projecten meer kans”, verwacht Knopperts.

Ook de betrokken bouwpartijen hebben behoefte aan meer ruimte om te experimenteren. Zij hebben aangegeven dat het wegdek afdoende is getest, maar willen meer weten over een uitbreiding met een circulair landhoofd en de mogelijkheden van andere materialen.

Kosten wegen nog niet op tegen baten

Eerder deed Rebel Group in opdracht van Rijkswaterstaat een kosten-baten analyse van circulaire infrastructuur, inclusief het viaduct. Wat blijkt: De kosten wegen nog lang niet op tegen de baten. “Voorlopig is de business case nog niet sluitend”, erkent Mayke Geradts van ING. “Maar het gaat vooral om de lange termijn en de brede uitrol.”

Eigenlijk zijn hele andere financieringsmodellen nodig voor het circulaire denken in een levenscyclus. Ook het loslaten van het ‘projectdenken’ vergt een andere aanpak. Zo heeft ING de ‘Lifetime Extension’ en ‘Products as a Service’ bekeken als verdienmodel voor het circulaire viaduct.

Nu blijkt nog vaak sprake van kapitaalvernietiging: Qua levensduur is het zo dat lineaire kunstwerken minimaal 100 jaar meekunnen, maar in de praktijk gemiddeld na zo’n 30 tot 35 jaar ten prooi vallen aan de slopershamer.

“Het circulaire viaduct gaat niet alleen technisch gezien 200 jaar mee – in plaats van 100 -, maar blijft ook langer economisch relevant omdat het modulaire design zorgt voor hergebruik elders.” De verwachte levensduur kan daarmee zomaar 5 tot 7 keer hoger worden.

‘Viaduct as a service’

ING ziet ook potentie in het scenario van het ‘Viaduct as a Service’. “Dan krijg je ook te maken met andere eigendomsstructuren. Zo zou Rijkswaterstaat dan niet meer de eigenaar worden van het viaduct en/of de bouwstenen, maar zou het eigendom in handen moeten zijn van het consortium van het infra bedrijf met belangrijke leveranciers, eventueel ondergebracht in een separaat juridisch vehikel. Rijkswaterstaat betaalt dan voor de service en het gebruik van het viaduct, inclusief onderhoud waar dan ook monteren, de- en re-monteren onder vallen.”

Geradts beseft dat deze business modellen en waarde proposities voor leveranciers, infra bedrijven en afnemers totaal afwijken van de huidige praktijk waarbij Rijkswaterstaat altijd eigenaar is van de infrastructuur. “De leeromgeving is daarom van belang nieuwe stappen te kunnen zetten. Zo’n model zou wel veel beter passen bij het idee dat afval niet bestaat en alles eeuwig herbruikbaar moet zijn.”

Negen innovatieve projecten

  1. Circulair viaduct draagt bij aan de transitie duurzaamheid
  2. Duurzaam asfalt en duurzaam beton dragen bij aan de transitie duurzaamheid
  3. Innovaties in de kustlijnzorg dragen bij aan de transitie duurzaamheid
  4. De innovatiestrook op de A58 bij Kloosters draagt bij aan de transities duurzaamheid, smart mobility en IT&Data
  5. Circulair wegmeubilair draagt bij aan de transitie duurzaamheid
  6. Voorspelling asfaltonderhoud met big data draagt bij aan de transitie IT & Data en transitie duurzaamheid
  7. Remote sensing met satellieten draagt bij aan de transities IT&Data en duurzaamheid
  8. Ultra Stil Wegdek draagt bij aan de transitie duurzaamheid
  9. Circulaire catering draagt bij aan de transitie duurzaamheid

Bron: Rijkswaterstaat aan de slag met het Regeerakkoord

Negen innovatieve projecten uitgelicht

Reageer op dit artikel