nieuws

Prof. Olsthoorn: ‘Waterprobleem Julianakanaal niet nat op te lossen’

infra Premium 2756

Prof. Olsthoorn: ‘Waterprobleem Julianakanaal niet nat op te lossen’
Prof. Theo Olsthoorn deed ruim een jaar lang onderzoek naar het Julianakanaal. Foto: Eran Oppenheimer

Droogleggen van het Julianakanaal is de enige optie om het grondwaterprobleem bij Obbicht op te lossen. Dat concludeert emeritus TU-professor Theo Olsthoorn na een jaar onderzoek naar de grove bodemstructuur: “Dit project staat schaakmat: niks doen is geen optie, maar het resterende deel aan een andere aannemer geven, slaat ook nergens op.”

Had Rijkswaterstaat hem maar gebeld voor nadere uitleg. Het is niet gebeurd. Olsthoorn is de grondwaterexpert van Nederland. Doceerde een decennium aan de technische universiteit van Delft en geniet nu alweer drie jaar van zijn pensioen. Geen klussen meer. Totdat Deme hem belde. Of hij naar Zwijndrecht wilde komen voor een gesprek over het Julianakanaal.

“Ik stap wel even op de motor, dus niet”

“Ik dacht nog, dat is in de buurt, ik stap wel even op de motor. Bleek het Zwijndrecht bij Antwerpen te zijn. Daar ben ik dan maar met de trein heen gereisd om het verhaal aan te horen. Ik werd meteen gegrepen door het probleem van het water dat zo razendsnel de bodem inzakt, zodra je bij Obbicht in de bodem van het kanaal gaat graven. Had nog nooit wetenschappelijk onderzoek gedaan in Limburg met zijn beroemde Maasterrassen. Het was een Walhalla.”

34 boringen op 15 meter

Het werd een onderzoek waar velen jaloers van zouden worden, aldus Olsthoorn. “Met schitterend geologisch, hydrologisch, geotechnisch en technisch teamwork, omdat Deme samen met dochter De Vries & van de Wiel alle registers opentrok om de oorzaak van de wateroverlast boven water te tillen. Grondwaterbureau AGT en ik mochten zeggen waar we boringen wilden. Dat werden er geen 2 maar 34, allemaal ruim 15 m diep, dwars door het terrasgrind heen tot in het onderliggende zandpakket. We zijn tot compleet nieuwe inzichten gekomen over hoe grondwater in Limburg zich gedraagt. Dat is dus heel anders dan in de rest van Nederland.”

Bentonietmatten werken prima

Het gebruik van bentonietmatten speelt geen enkele rol bij de problemen, is de stellige overtuiging van de hoogleraar. “Als die eenmaal op hun plaats liggen is het lek dicht.”

Ruim 80 procent van het traject is al verruimd en verdiept en voorzien van bentonietmatten, die de afdichtende rol overnemen van de kleilaag van 60 centimeter dikte die bij de aanleg van het kanaal was aangebracht om het vol te houden maar bij de verdieping is verwijderd. Het ging in dit project alleen mis bij de laatste twee kilometer bij Obbicht. Het werk werd stilgelegd en uiteindelijk haalde Rijkswaterstaat aannemer de Vries & van de Wiel van het project af. Sindsdien verkeert het project in een impasse.

Onverantwoord

“Dit is niet meer nat op te lossen. Directeur Jaap van der Weele van de Vries & van de Wiel heeft dat eerder prima verwoord in Cobouw: Niemand kan dit nat oplossen, dat is onverantwoord”, verzekert Olsthoorn.

Project staat schaakmat

Feitelijk staat het project nu schaakmat is de conclusie van Olsthoorn die met wat meer afstand naar het project kijkt: “Niks doen is geen optie, maar het project aan een andere aannemer geven, lost ook niets op, want die loopt tegen dezelfde problemen aan. Het project afmaken is in feite simpel, snel en veilig, mits je de resterende twee kilometer twaalf weken drooglegt. Ik zie persoonlijk niet in waarom Deme het werk zo niet zou kunnen afmaken. Die weet na al dit onderzoek tenminste precies hoe de situatie in dit stuk van Limburg in elkaar steekt. Ik heb het gevoel dat andere redenen of imago-schade nu de boventoon voert; vanuit wetenschappelijk oogpunt zou dat in den droge afronden zonder meer het beste zijn voor het land, inclusief de belastingbetaler.”

Onderste steen boven, letterlijk

Olsthoorn is razend enthousiast over de bevindingen en werkte ruim een jaar samen met andere disciplines – “we waren onder andere met vier professoren en een stel zeer goede vakexperts” – om de onderste steen boven te krijgen. “Soms letterlijk stenen, want de grindbiggels in dit terrasgrind blijken maar al te vaak keien tot meer dan 30 centimeter groot; wandelend langs het Pieterpad zie je in Midden en Zuid-Limburg overal zulke keien als tuindecoratie. Deze situatie is natuurlijk op geen enkele manier te vergelijken met het zand onder bijvoorbeeld de Twentekanalen.”

Zijn conclusies liggen vast in een vuistdik rapport dat inmiddels zowel bij Deme als bij Rijkswaterstaat ligt. Van de ruzie met opdrachtgever Rijkswaterstaat heeft hij niets gemerkt. Olsthoorn is op geen enkele manier in een bepaalde richting geduwd of beïnvloed. “Daar was ik zelf ook wel nieuwsgierig naar. Maar het is niet gebeurd. Dat zou ik ook nooit accepteren.”

De waarheid ligt altijd buiten

De hoogleraar bedacht eerst verschillende hypotheses, maar wilde die ook ter plekke staven. “De waarheid ligt altijd buiten. Dus ben ik twee keer mee geweest om een dag lang met de meetklok op het ponton te meten in een vers gat van 10 bij 10 meter in de kanaalbodem om vast te stellen hoe snel het water zou wegzakken.”

Tekst loopt door onder de foto

De speciaal gemaakte stalen meetklok hangend aan het ponton in 6 m diep kanaalwater. Foto: Theo Olsthoorn

“Nou, dat was snel, binnen een dag verdwijnt een waterkolom van 300 meter lengte. Zittend op zo’n ponton realiseer je je ook pas goed hoe hard het kanaalwater voorbij stroomt. Bij elke schutting van de sluis bij Born wel met zo’n meter per seconde en als er dan ook nog een groot schip langs vaart, is dat de stroming snel tweemaal zo hard.”

Conclusies wetenschappelijk te onderbouwen

De wetenschapper heeft zich bewust verre van gehouden van het gekrakeel met Rijkswaterstaat om in alle rust zijn wetenschappelijke opdracht uit te kunnen voeren. Dat neemt niet weg dat hij verrast is dat Rijkswaterstaat niet de moeite heeft genomen om zijn rapportage van 200 pagina’s door te nemen. Zelfs een telefoontje voor een toelichting is achterwege gebleven. De grondwaterexpert hoopt alsnog die kans te krijgen.

“Niemand wist dit, ook Rijkswaterstaat niet”

Hij is dan niet van plan een ander verhaal te houden. “Ik sta 100 procent achter mijn conclusies en kan ook die ook wetenschappelijk onderbouwen. Ik sta trouwens ook achter de conclusies van Deme/VWKO dat het onverantwoord en onveilig is om het restant van het Julianakanaal ‘nat’ af te bouwen. We hebben samen in het expertteam hard gezocht of die mogelijkheden er op de een of andere manier toch nog zouden zijn. Zelfs een halfdroge oplossing bleek ronduit te riskant.”

Eigenlijk is hij in zijn nopjes met de uitkomst dat de Limburgse grondwaterkaarten aangepast moeten worden op basis van zijn onderzoek. “Niemand wist dat. Geen enkel bestaand grondwatermodel klopt. Ook die van Rijkswaterstaat niet.”

Aanhikken

Olsthoorn ziet Rijkswaterstaat breder worstelen met de kanalen in Nederland die in de komende tijd verdiept en verbreed moeten worden om aan eisen van grotere schepen te kunnen voldoen. Hij ziet waterbouwers aanhikken tegen ingewikkelde opgaves waarvan ze nauwelijks kunnen overzien wat nu precies de risico’s zijn.

“Rijkswaterstaat had de afgelopen jaren nogal eens de neiging om het ontwerp en alle risico’s van uitvoering bij de aannemers te leggen. Maar die weten feitelijk ook niet goed waar ze aan beginnen. In de afgelopen jaren blijken de kanaalverruimingen stuk voor stuk problemen op te leveren met het grondwater. Dat is niet zo gek, want veel kanalen zijn vorige eeuw droog uitgegraven, soms van een kleibodem voorzien, en pas daarna gevuld met water. Dat is relatief simpel.

Op de gok

Het wordt echter een hele uitdaging om die waterwegen in den natte aan te passen waarbij gelijktijdig de scheepvaart doorgaat en daarbij bovendien grondwaterproblemen in de omgeving moeten worden voorkomen. Zonder adequaat inzicht moeten bouwers meer op de gok werken, want je ziet niet precies wat er onder water gebeurt. Het is daarom heel goed dat Rijkswaterstaat momenteel stevig inzet op kennisvergaring op dit brede onderwerp. Maar het Julianakanaal blijft een geval apart, met zijn waterpeil op soms zes meter boven de omgeving en zo’n grove, unieke grindondergrond.”

Conclusies & aanbevelingen

Conclusies: De thans beschikbare informatie laat, omwille van de complexiteit van de ondergrond en de  problematiek,  nog  steeds  niet  toe  om  volledige -en  daarom  geheel  betrouwbare- conclusies te trekken omtrent alle hiervoor omschreven oorzaken en dus evenmin omtrent  een veilige en beheersbare uitvoering van de resterende werkzaamheden.  Vanuit geologisch en geohydrologisch perspectief wordt in ieder geval geconcludeerd dat  door de onverwacht aangetroffen bodemomstandigheden uitvoering in den natte niet veilig  maakbaar is en dat enkel de mogelijkheid van uitvoering in den droge veilig maakbaar is bij  Berg a/d Maas, Kingbeek en Obbicht. Hierbij wordt aangetekend dat ook bij uitvoering in  den droge de natuurlijke voeding van de Kingbeekbronnen vanuit het oostelijke terras niet  mag worden onderbroken.

Aanbevelingen:  Gezien  de  bijzonder  complexe  geohydrologische  omstandigheden  is  onzes  inziens  een  (technisch) overleg noodzakelijk om de vermelde uitgangspunten, resultaten en conclusies  toe  te  lichten.  Voor  zover  Rijkswaterstaat  oordeelt  dat  een  droge  oplossing  met  drooglegging van het kanaal van Berg a/d Maas tot aan de sluis van Born, met de gepaste  afspraken  (waaronder  een  daartoe  door  Rijkswaterstaat  op  te  dragen  Wijziging)  in  aanmerking komt, kunnen de verruimingswerkzaamheden van het Julianakanaal bij Berg a/d  Maas, Kingbeek en Obbicht daar alsnog worden uitgevoerd.

 

 

Reageer op dit artikel