nieuws

Dijken nog lang niet veilig: ‘Waterbouwers hebben last van koudwatervrees’

infra Premium 3040

Dijken nog lang niet veilig: ‘Waterbouwers hebben last van koudwatervrees’
HWBP-directeur Erik Wagener: "Dijken ophogen moet sneller, goedkoper en innovatiever." Foto: Christiaan Krouwels

Het tempo voor dijkversterkingen moet vanaf volgend jaar verdubbelen naar 50 kilometer per jaar. Waterprojecten moeten en sneller, en goedkoper en innovatiever, maar tegelijk droogt de capaciteit in de waterbouw op en stijgen de prijzen. “Tegen die problemen gaan we keihard aanlopen.”

Directeur Erik Wagener van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is geen voorstander van integrale contracten waarbij partijen nauwelijks samenwerken en opdrachtgever en opdrachtnemer snel in de vechtstand schieten.

‘Durf met open boekhouding te werken’

“Ik geloof er niet meer in. Daar moeten we dus mee stoppen als we vaart willen maken. Durf met open boekhoudingen te werken en afspraken te maken over een vast rendement voor de aannemer. Dan is die angel eruit en hoeft niemand meer bang te zijn voor onbeheersbare budgetten of woekerwinsten. Samen verantwoording dragen zoals in een alliantie of bouwteam zorgt voor een beheersbaar en rustig proces. Niemand schiet er iets mee op als partijen de kaarten tegen de borst houden, zoals nu regelmatig gebeurt. Dat is onnodig complicerend, want projecten zijn meestal al ingewikkeld genoeg zonder gedoe rond het contract.”

Onverwachte tegenvallers blijven altijd

Wagener ziet veel waterschappen al experimenteren met alternatieven en verwacht dat die trend doorzet. Hij heeft een zwak voor water en kan met passie praten over dijken en rivieren. Is ervan overtuigd dat waterprojecten nog veel leuker kunnen worden als opdrachtgevers en marktpartijen elkaar het leven niet langer zuur maken.

Te verwachten tenders:

  • Lauwersmeerdijk
  • POV Waddenzeedijken: Asfaltbekleding (10 proefvakken)
  • Stadsdijken Zwolle
  • Grebbedijk
  • IJsseldijk Apeldoorns Kanaal
  • Noordelijke Randmeerdijken
  • 7 deeltrajecten Sterke Lekdijk
  • Meanderende Maas
  • Heel, Beesel, Belfeld, Nieuw Bergen
  • Steyl – Maashoek, Willem Alexanderhaven Roermond, Buggenum
  • Gameren
  • Vianen
  • TiWa
  • Neder Betuwe
  • Stad Tiel
  • KIJK – Krachtige IJsseldijken
  • Krimpenerwaard
  • Hansweert

Wagener beseft terdege dat lastige projecten niet eenvoudig worden door de keus voor een alliantie. Ook zijn nieuwe probleemprojecten zoals Julianakanaal of de Twentekanalen niet te voorkomen.

Tempo moet verdubbelen

“Onverwachte risico’s zoals grondwaterproblemen of vondsten in de bestaande dijken zullen blijven. Dat weet ik ook uit eigen ervaring als directeur Inkoop bij waterschap Drents Overijsselse Delta.”  Hij weet nog goed dat bij het ophogen van de dijk in Zwolle ineens een oude weg tevoorschijn kwam in het talud. Een obstakel waarvan niemand op de hoogte was.

“Wie vooraf beter nadenkt over risico’s en samenwerking zal zich langer inzetten om ook van zo’n project een succes te maken. Techniek is belangrijk, maar communicatie en een gezamenlijke inzet zijn essentieel om problemen op te lossen.”

Er lopen inmiddels verschillende succesvolle allianties. Zoals Markermeerdijken van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier samen met Boskalis en Volker Wessels en de dijkversterking Gorichem-Waardenberg met Heijmans, GMB en De Vries & van de Wiel. “De Markermeerdijk is en blijft een complex project, maar het helpt enorm dat het gezamenlijke projectteam samen kan optrekken om werkbare oplossingen te zoeken.”

“Het is een blijvertje”

Ook worden innovatieve stappen gezet door een waterbouwer op basis van kleuren te kiezen zoals bij het kanaal Almelo – De Haandrik of met het ‘verplicht samenwerken’ in het de-escalatiemodel tussen waterschap Rivierenland met GMB.

Wagener is ervan overtuigd dat het tempo fors omhoog gaat. “Nu halen we 20 tot 25 kilometer per jaar, maar dat gaat vanaf 2020 naar minimaal 50 kilometer per jaar.”

Tekst loopt door onder de foto

“Wij onderzoeken een vangnet om de grootste risico’s te maximeren, zodat de drempel voor innovaties verlaagt.” Foto: Christiaan Krouwels

Ruim 1300 kilometer van de Nederlandse dijken is afgekeurd, waarvan afgelopen jaren 314 kilometer (76 kilometer bij HWBP en 238 kilometer bij HWBP-2) is aangepakt. In het huidige tempo duurt het ruim 40 jaar voordat de dijken weer veilig zijn, maar ook met een versnelling gaat de operatie nog grofweg 20 jaar in beslag nemen.

Zo’n termijn schrikt Wagener niet af: “We zijn nu weer bezig met toetsen op basis van de nieuwe  normering. De kans is groot dat daar ook extra projecten zullen uitrollen. Eigenlijk is van een apart of tijdelijk programma geen sprake meer, maar heeft het klussen aan de dijken een permanent karakter. Het is een blijvertje.”

Jaarlijks 380 miljoen beschikbaar

Komende jaren zijn ruim 700 kilometer primaire waterkering – “de dijken” – en meer dan 200 kilometer waterkerende kunstwerken – “sluizen en stuwen” – als urgent aangemerkt. Waterschappen en Rijkswaterstaat zijn samen verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud daarvan en hoesten ook gezamenlijk het jaarlijkse budget op van 380 miljoen euro.

De opgave is voor de periode tot 2023 verdeeld in een prioriteitenlijst met 174 projecten, zoals de Grebbedijk, de IJsseldijk, de Emmapolder en Zuid Beveland-West. Nog eens ruim 100 projecten bungelen daaronder. “Bovenaan de lijst staan de meest urgente projecten die als eerste worden uitgewerkt. Dat zijn vooral de dijken langs de Waal, de IJssel, de Nederrijn en Lek.” Ambities genoeg, maar papier is geduldig.

Nu even aanbestedinsgdip

Het is niet dat er niets gebeurt aan de Nederlandse dijken. Het HWBP is al aan de derde ronde toe, maar dit jaar is nog sprake van een aanbestedingsdip omdat de rondes niet vloeiend in elkaar overlopen. “Veel projecten uit de tweede fase zijn afgerond, maar veel nieuwe opdrachten verkeren nog in de planfase en zijn nog niet toe aan de tenderfase”, herkent Wagener het beeld dat de waterbouwers klagen over de mismatch en het gebrek aan concrete projecten.

Nieuwe normen

Vanaf 1 januari 2017 zijn nieuwe wettelijke normen van kracht voor het beschermen van Nederland tegen overstromingen. Met deze normen wordt het overstromingsrisico op veel plekken met meer dan een factor 10 gereduceerd. In het Hoogwater Beschermingsprogramma (HWBP) worden de maatregelen geïmplementeerd waarmee voldaan kan worden aan de nieuwe beschermingsnormen.
Dit programma is ambitieus: meer dan 1/3 van alle primaire waterkeringen moeten worden versterkt, en dan ook nog goedkoper en sneller dan in het verleden. In totaal is daar tot 2030 ruim 8,1 miljard euro voor beschikbaar op de infra-begroting.

Van een overspannen markt of te weinig inschrijvers is nu nog geen sprake, maar Wagener maakt zich oprecht zorgen over   de komende jaren als het tekort aan handjes en de stijgende prijzen ook in de waterbouw voor problemen gaat zorgen. “Alle seinen staan al op rood, zeker als ook de projecten van andere opdrachtgevers tegelijk loskomen. We zijn gewaarschuwd. Prijsstijgingen zullen onvermijdelijk zijn.”

Pilot lukt wel, maar daarna….

Is dat hoge tempo dan nog wel haalbaar? Wagener ziet het als zijn persoonlijke missie om de versnelling in goede banen te leiden en heeft ook al meerdere oplossingen bedacht. Hij constateert veel koudwatervrees om innovaties breed te passen. “Een pilot draaien lukt wel. Waterschappen en bouwers staan in de rij als er met subsidie een nieuwe methode kan worden uitgeprobeerd, zonder meerkosten en zonder risico.”

De animo om zo’n innovatie op grote schaal toe te passen is een stuk kleiner. Bijna niemand heeft dan zin in de risico’s en onzekerheid en vaak bestaat dan de neiging om toch de vertrouwde en beproefde methode voor te schrijven.

Hij heeft afgelopen maanden intensief gepraat met zowel de waterschappen als de waterbouwers en is tot de conclusie gekomen dat innovatie een duwtje in de rug nodig heeft en de kosten te reduceren.

Vangnet voor risico’s

“Wij onderzoeken een vangnet om de grootste risico’s te maximeren, zodat de drempel voor innovaties verlaagt. De projectfinanciering via het HWBP is dan meteen de buffer om de risico’s voor zowel de markt als de waterschappen te verkleinen. Dat voorkomt meteen dat inschrijfprijzen omhoog schieten door grote risico’s.” De directeur zet in op minimaal vijf innovatieve projecten op korte termijn.

Volgens de directeur zijn er afgelopen jaren meerdere spectaculaire pilots uitgevoerd met grote potentie voor de toekomst. Hij wijst daarbij op de damwanden van de Eemdijk, waarbij de ‘bezwijkdijk’ heeft aangetoond dat damwanden met 30 procent minder staal effectief zijn om de veiligheid te garanderen. Ook zijn er hoge verwachtingen van de effecten van grasbekleding, zoals in de Krimpenerwaard en het aanbrengen van extra zandlagen voor een dijk, zoals bij de Houtribdijk.

“We gaan graag op zeker in deze sector”

“Maar de stap om zo’n succesvolle innovatie dan breed toe te passen blijkt in de praktijk soms nog te groot. Niet iedereen durft zomaar nieuwe technieken toe te passen, ook al heeft onderzoek uitgewezen dat het net zo veilig is. Partijen hikken vooral aan tegen de onzekerheid en de risico’s omdat het toch relatief nieuwe bevindingen betreft die alleen op kleine schaal zijn bewezen en ook nog niet volledig zijn uitontwikkeld. Wat dat betreft is de watersector wel een tikkeltje conservatief. We gaan graag op zeker. Begrijpelijk, maar daarom gaat een vangnet zeker helpen.”

Ondanks de stijgende bouwprijzen hoopt Wagener toch 30 procent op de kosten te besparen. Nu kost de aanpak van een kilometer dijk zo’n 10 miljoen euro. Met de combinatie van innovatie, het risicovangnet, meer samenwerking en een gestage opdrachtenstroom verwacht Wagener uit te komen op 7 miljoen euro per kilometer. “Ik weet zeker dat het gaat lukken, maar kan dat pas over  tien jaar bewijzen.”

Reageer op dit artikel