nieuws

Bouw eist dat Rijkswaterstaat stopt met loten: ‘Het is net de oliebollentest’

infra Premium 4714

Bouw eist dat Rijkswaterstaat stopt met loten: ‘Het is net de oliebollentest’

Rijkswaterstaat moet meteen stoppen met loten bij aanbestedingen en alle inschrijvers toelaten. NoMax moet de standaard worden, ondanks het risico op hogere tenderkosten. Ook de scores van prestaties mogen niet meer meetellen bij aanbestedingen. “De praktijk lijkt nu op de oliebollentest.”

Het prestatiemeten leidt tot een ranglijst gebaseerd op een vergelijking van appels met peren en is volstrekt onbruikbaar voor de tenderselectie. De conclusies van MKB-Infra, de vereniging van Waterbouwers, Bouwend Nederland en Rijkswaterstaat zijn klip en klaar. Vrijdag 30 november presenteren zij het eindrapport ‘Marktdialoog prestatiemeten’ aan de machtige gww-opdrachtgever. Een nieuwe stap in het kat-en-muis-spel dat nu al meer dan twee jaar duurt.

De geluksfactor van aanbesteden

Pas daarna laat Rijkswaterstaat weten welke voorstellen worden overgenomen in de aanbestedingspraktijk. Lees hier de eerste reactie. Opmerkelijk is namelijk dat ambtenaren van Rijkswaterstaat wel meededen met de dialoog, maar zich niet bij voorbaat verbinden aan de conclusies. Het topduo Michèle Blom en Jean Luc Beguin zal de knopen moeten doorhakken. Cobouw heeft het nog vertrouwelijke rapport in handen en zet alvast de consequenties op een rij.

De geluksfactor van het loten staat bovenaan de lijst van ergernissen. Niet de goede prestaties verhogen de winkans, maar het goede lotnummer. En die willekeur steekt, want de markt wil graag winnen op basis van onderscheidend vermogen. Het rapport wijst op de ongewenste bijeffecten van de koppeling van een beloning aan het wedstrijdelement. De praktijk van het prestatiemeten is “een vorm van competitie die niet als wenselijk dan wel effectief wordt gezien”.

Meetlat is niet meteen betrouwbare ranglijst

De meetlat leggen langs verschillende bouwprojecten kan prima, maar leidt niet tot een uniforme ranglijst, waarschuwen de mensen vanuit de praktijk: “Onwenselijk, vergelijkbaar met de oliebollentest, Champions League en certificaten”. Het ranken en de bijbehorende praktijk van het loten moet dan ook helemaal van tafel is de dringende aanbeveling. Iedereen verdient een gelijke kans om in te schrijven voor een tender.

Rijkswaterstaat kan aanbevelingen overigens helemaal naast zich neer leggen, maar dan is de kans levensgroot dat meerdere bouwers alsnog direct naar de rechter stappen om hun gelijk via die weg af te dwingen.

Het voelt tweederangs

Vooraan in de rij staan dan de waterbouwers Beens, Van den Biggelaar en Hakkers, maar er zijn meer aannemers die last hebben van de problemen. “We krijgen te horen ‘je mag meedoen met de loting’, maar dat voelt toch tweederangs”, verwoordde directeur Niels Kamphuis van Van den Biggelaar de breed gedragen frustratie rond de tender voor de kribverlaging van het Pannerdensch Kanaal. “Het lijkt wel een vicieuze cirkel waar we nooit meer uitkomen. Omdat we te weinig inschrijven, hebben we niet genoeg beoordelingen. Maar we kunnen niet inschrijven omdat er niet genoeg grote waterprojecten op rij op de markt komen”, vatte directeur Hein van Laar van Hakkers de problematiek samen.

“Onaanvaardbaar. Rijkswaterstaat is verplicht om de deelnemers aan aanbestedingen een gelijke kans op een opdracht te bieden”, reageerde directeur Karst-Jan Beens van de Beens Groep ook al eerder geërgerd bij de tender rond de sluis Terneuzen. De drie waterbouwers staken hun nek uit door de confrontatie te kiezen, maar zochten ook de ‘back-up’ van de brancheorganisaties.

Juridisch steekspel

Zelfs een gewonnen rechtszaak heeft niet meteen gevolgen voor nieuwe aanbestedingen en het was een poging waard om het poldermodel in te zetten voor structurele aanpassingen in de tenderstrategie.

Meetdoelen

  • Betrouwbaar en valide
  • Uniform
  • Proportioneel
  • Intersubjectief

Bron: Handreiking prestatiemeten

De brede dialoog is juist opgezet om het juridische steekspel te stoppen, rechtszaken te voorkomen en gezamenlijk alsnog tot werkbare oplossingen te komen. En daar hebben zowel Bouwend Nederland, de Waterbouwers MKB-Infra, maar ook Rijkwaterstaat zich in meerdere rondes voor ingezet.

Standaard een 7

Moet het systeem van prestatiemeten dan helemaal van tafel? Het antwoord op die vraag is ronduit nee. Niemand is tegen het idee van het meten van prestaties op een bouwproject om  lastige punten bespreekbaar te maken. Elk kwartaal vullen zowel opdrachtgever als opdrachtnemer vragenlijsten in en geven elkaar scores op het gebied van de ‘softe skills’ van samenwerking. De basisgedachte is dat goede prestaties en hoge scores leiden tot extra beloningen. Dat pakt nu regelmatig helemaal anders uit.

Wie namelijk niet constant voor Rijkswaterstaat werkt, valt al snel helemaal buiten de boot. Er worden minimaal vijf scores op rij geëist. Hoge prestatiescores bieden dan geen soelaas, tot grote ergernis van de bouwers. Zij krijgen standaard het cijfer 7 van een ‘nieuwkomer’ en moeten via loten hopen op een van de vijf plekken aan de inschrijvingstafel.

Samenwerken hoort altijd

Omdat het prestatiemeten zo grillig uitpakt voor nieuwe tenders, is een ingrijpend voorstel om het meetsysteem helemaal los te koppelen van aanbesteden. Daardoor zullen scores geen rol meer spelen bij de preselectie, maar alleen nog gebruikt worden voor het meten van de samenwerking op een specifiek project.

Meetpunten prestaties:

  • planmatig werken
  • deskundigheid en kwaliteit
  • samenwerking, communicatie en organisatie
  • veiligheid en gezondheid
  • kwaliteitsmanagement

De uitkomsten kunnen de basis zijn om problemen bespreekbaar te maken. Al staat de werkgroep echter op het standpunt dat samenwerken tussen teams vanzelfsprekend hoort te zijn en soepel hoort te verlopen. Het belonen van goede prestaties zou eventueel kunnen met een contractverlenging of extra 1 op 1 gegunde opdracht.

Alle inschrijvers mogen meedoen

Bij de oproep om het meten los te koppelen van de preselectie hoort ook de aanbeveling om het aantal inschrijvers niet langer te maximeren. Het risico daarvan is dat bij grote werkhonger of populaire projecten het aantal inschrijvers omhoog kan schieten. En het grote nadeel van veel offertes is dat de tenderkosten omhoogschieten, omdat veel partijen moeten rekenen en tekenen. En juist die hoge tenderkosten zijn al jarenlang andere belangrijke grief van de markt.

De brancheorganisaties doen om die reden nog een andere dringende oproep aan Rijkswaterstaat, namelijk dat de kerninformatie over een opdracht al vroegtijdig op orde is, zodat bouwers hun kansen beter kunnen afwegen. De gedachte is dat veel aannemers al kieskeuriger werken en sneller projecten terzijde schuiven als de risicoverdeling, contractvorm en eisen meteen duidelijk zijn.

Ranken en loten is erger

Mocht het aantal inschrijvers dan toch boven de 7 uitkomen dan is het mogelijk om alsnog een preselectie te houden. Aangezien de aanbestedingsregels niet in deze werkwijze voorziet, adviseert de werkgroep de introductie van een dialoogfase-light. Daarin kan dan alvast een opdracht worden uitgewerkt om alsnog het aantal gegadigden tot 7 te beperken. Daarbij wordt eerlijk aangetekend dat verschillende aannemers eigenlijk niet zitten te wachten op nog ingewikkelder procedures, maar zij vinden de huidige praktijk van ranken en loten nog erger.

Vijf aanbevelingen

  1. Goede kerninformatie zodat de markt selectief kan inschrijven, zowel voor het project als voor de bredere portfolio
  2. Toepassing van NoMax. Door selectiever inschrijven zal dot aantal niet boven de 7 inschrijvers komen.
  3. Als er toch trechtering nodig is, dan op basis van een project-specifiek trechter-product, uitgaande van de gunningscriteria. Het gaat om een ‘plek aan tafel’.
  4. Introductie light-variant concurrentiegerichte dialoog, noodzakelijk voor vroegtijdige en snelle trechtering van punt 3.  Dilemma: In de gesprekken is naar voren gekomen dat niet iedere marktpartij deze gedachte omarmt. Echter afgezet tegen het huidige systeem van ranken en bij-loten ervaart een meerderheid dit als een verbetering.
  5. Haal prestatiemeten uit de aanbestedingsfase en geef dit een blijvende rol in de contracten in de fase na gunning, de zogenaamde present performance. Beloon eventueel goed gedrag aan de hand van de behaalde scores, maar samenwerken hoort de standaard te zijn.
Reageer op dit artikel