nieuws

Oprichters failliete kabellegger: ‘A.Hak zette ons het mes op de keel’

infra Premium 8095

Oprichters failliete kabellegger: ‘A.Hak zette ons het mes op de keel’

Douwe Mink en Theo Breugem moesten met lede ogen aanzien hoe hun kindje, kabel- en leidinglegger KEG Infra, onlangs failliet werd verklaard. Dat grootaandeelhouder A.Hak de schuld van de ondergang volledig bij hen neerlegt, doet ze niet alleen pijn, ze vinden het ook ronduit belachelijk. In een interview met Cobouw doen zij hun verhaal. “Keiharde saneerders, dat zijn het.”

Ze hoeven niet lang na te denken over het antwoord op de vraag. “Nee, we hadden nooit in zee moeten gaan met A.Hak”, zegt Mink. “Het is me erg tegengevallen. Hun organisatie vooral. Echt onvoorstelbaar hoe die in elkaar zit. Dat verwacht je eigenlijk niet van zo’n groot bedrijf. Nee, achteraf zijn we erg dom geweest.”

De vraag die Mink en Breugem kregen voorgelegd was of ze spijt hebben van de deal die ze in 2014 sloten met A.Hak. De grote leidingbouwer uit Tricht kocht toen een belang van 60 procent in hun onderneming Elounda, holding van vijf werkmaatschappijen, waarvan kabel- en leidinglegger KEG Infra in de markt verreweg de bekendste is. En daarmee werd A.Hak feitelijk de baas van het bedrijf van Mink en Breugem.

“Eigenlijk wilden we destijds alleen een minderheidsbelang in ons bedrijf verkopen, maar A.Hak-eigenaar Willem van Geenhuizen wilde per se een meerderheidsbelang. Zodat hij ook echt wat te vertellen zou hebben over ons bedrijf. Wij zijn daar toch maar in meegegaan”, vertelt Mink. “We wilden groeien, maar konden dat niet meer op eigen kracht. De Deutsche Bank, die ons financierde, was niet bereid ons verder te helpen.”

De gok pakte goed uit: over 2012 werd al een omzet van 10 miljoen geboekt

Twee jaar eerder waren Mink en Breugem – beiden dan al jaren actief in de leidingbouw – samen het bedrijf gestart. Ze zagen grote kansen in de markt voor huisaansluitingen, zeker omdat grote aannemers als Heijmans en BAM daar steeds minder capaciteit beschikbaar voor hadden. De gok pakte goed uit: over 2012 werd al een omzet geboekt van 10 miljoen euro.

Mink: “We beschikten over alle benodigde certificaten om als hoofdaannemer te opereren. Daar kozen we echter bewust niet voor. We zagen om ons heen veel bedrijven failliet gaan; het leek ons daarom verstandiger om als onderaannemer aan de slag te gaan.”

De deal die we sloten, zag er op papier prima uit

A.Hak was van meet af aan een belangrijker opdrachtgever. Het concern had enkele grote contracten binnengehaald en schakelde KEG Infra in als onderaannemer. De contracten draaiden een positief rendement, de relatie was prima en het was dan ook niet gek dat de ondernemingen in 2013 met elkaar in gesprek raakten over een gedeeltelijke overname.

“De deal die we sloten, met de toenmalige directie van A.Hak, zag er op papier ook prima uit”, verhaalt Mink. “Er waren duidelijk afspraken gemaakt over het gebied waarin wij zouden opereren voor A.Hak. Ook zou ons detacheringsbureau de totale detachering voor hen gaan doen, evenals alle opleidingen. Wij mochten bovendien gebruikmaken van het materieel van A.Hak.”

Mink en Breugem maakten zich dan ook op voor verdere groei. Onder de vleugels van het kapitaalkrachtige A.Hak.

Maar zo ging het dus niet.

Mink pakt een dikke blauwe map uit zijn tas en legt hem op tafel. De ordner houdt tientallen mails en brieven bij elkaar. Over de laatste maanden van KEG Infra vooral. Voor de oprichters vormt het dossier het bewijs dat ze bewust zijn geslachtofferd door A.Hak. Met welke reden? Breugem: “Om van ons af te komen. Om van schulden af te komen. Witteboordencriminaliteit. Dat is het. Ja, schrijf dat maar op.”

En Mink: “Wij zijn aan de kant gezet, ons bedrijf is failliet verklaard, we zijn aansprakelijk gesteld en zwart gemaakt.”

Na de overname schoof A.Hak twee contracten door naar KEG, waarvan een zwaar verliesgevend

Waar het mis ging? De belangrijkste reden is volgens Mink dat A.Hak na de overname direct twee contracten doorschoof naar KEG, waarvan er in ieder geval één op dat moment al zwaar verliesgevend was. Daar kwamen begin 2015 nog twee grote contracten bij vanuit A.Hak Infranet. Om die uit te kunnen voeren, moest de capaciteit worden vergroot. “We hadden mensen nodig. Materieel. Gereedschap. We dachten terug te kunnen vallen op A.Hak, maar die had geen financiële ruimte. Er was een investeringsstop, het ging toen financieel kennelijk al niet goed met ze.”

Dat KEG zelf opdraaide voor alle extra kosten, bleef niet zonder gevolgen. De druk op de financiële huishouding nam toe. Anders gezegd: de cijfers van de kabel- en leidinglegger verslechterden. Voor Mink en Breugem aanleiding om op het hoofdkantoor van A.Hak aan de bel te trekken.

Mink: “We hebben aangegeven dat er dringend wat moest gebeuren. Contracten zouden moeten worden opgezegd dan wel worden herzien. Ook hebben we in 2016 bij de nieuwe directie van A. Hak Infranet geopperd dat ze ons misschien maar helemaal moesten overnemen. Dat zou dan gecombineerd kunnen worden met een grotere reorganisatie bij Infranet.”

‘Onze onderaannemers dreigen weg te lopen, en liepen ook al weg’

Omdat er vanuit de directie van A.Hak niet of nauwelijks actie werd ondernomen, grepen Mink en Breugem – na ruggespraak met de directie in Tricht – zelf in: op de meest verliesgevende projecten werd besloten minder mensen in te zetten. “We hadden geen andere keus”, verzekert Mink. “Onze onderaannemers dreigden weg te lopen, en liepen ook al weg.  Naderhand viel deze ingreep niet goed bij A.Hak. Zij kregen als hoofdaannemer natuurlijk alle telefoontjes binnen van boze opdrachtgevers.”

De relatie tussen minderheidsaandeelhouder en grootaandeelhouder werd er niet beter op. Voor Mink en Breugem was het eind 2016 wel duidelijk dat A.Hak zelf in zwaar weer zat en daardoor vooral bezig was met branden blussen. “Wij kregen te horen dat het concern in 2017 weer zou gaan opkrabbelen. Maar tot die tijd was het zaak om betalingstermijnen vooral op te rekken. Onderaannemers en leveranciers moesten worden uitgemolken. Dat was natuurlijk veelzeggend.”

A.Hak was op dat moment zeker niet van plan om ook de resterende 40 procent van de aandelen in KEG over te nemen, zoals Mink en Breugem hadden voorgesteld. De resultaten van KEG waren daarvoor te slecht, kregen ze te horen. Verbaasd waren Mink en Breugem dan ook toen ze niet veel later – in juni 2017 – werden uitgenodigd door de nieuwe raad van bestuur van A.Hak om te komen praten over een volledige overname. De verrassing werd groter, toen hen werd medegedeeld dat ze konden kiezen tussen een ‘bad leave’ en een ‘good leave’.

“Feitelijk werd ons toen ineens het mes op de keel gezet. We moesten akkoord gaan met hun eisen anders zou ons het leven zuur worden gemaakt.”

Niettemin lag er binnen een half jaar een akkoord over de ‘scheiding’

De KEG-oprichters dachten er het hunne van. Niettemin lag er binnen een half jaar een akkoord over de ‘scheiding’: Mink en Breugem zouden hun aandelen voor 1 euro overdoen aan A.Hak en per 1 juli 2018 terugtreden als directeuren van KEG. A.Hak zou op zijn beurt het achterstallige salaris en andere fees uitbetalen aan Mink en Breugem, een bedrag van in totaal zo’n 375.000 euro.

Maar zo ging het dus niet. Opnieuw niet.

Mink slaat zijn blauwe map open en bladert door het dikke pak papier dat erin zit. Als hij heeft gevonden wat hij zoekt, zegt hij: “Kijk, hier een mail waarin Remco Smit (bestuursvoorzitter van A.Hak, red) bevestigt dat er overeenstemming is bereikt. Dat is in februari van dit jaar.” Mink bladert verder. “Een mailtje van 20 april, A.Hak komt ineens met een ander voorstel. Gek, want er was al overeenstemming.”

Dan gaat het snel. In mei krijgen Mink en Breugem een aangetekende brief waarin de managementovereenkomst met de twee wordt beëindigd. Bovendien worden ze aansprakelijk gesteld voor de verliezen die KEG heeft geleden. Mink en Breugem reageren, op aanraden van hun advocaat, met een claim van 375.000 euro, zijnde achterstallig salaris en fees. Breugem: “Toen A.Hak hier niet op reageerde hebben we een faillissementsverzoek ingediend. Puur en alleen als pressiemiddel. Dat was voor ons de enige manier om ze in beweging te krijgen. Natuurlijk waren we niet echt van plan het bedrijf failliet te laten gaan.”

Eind mei vraagt A.Hak, nu in functie van bestuurder, surseance van betaling aan voor Elounda. Niet snel daarna wordt de holding, op verzoek van de bewindvoerder, failliet verklaard. Hetzelfde gebeurt met KEG en de overige werkmaatschappijen.

‘Ze hadden jaren geleden al kunnen en moeten ageren’

Mink en Breugem vinden het vreselijk dat hun ‘kindje’ failliet is verklaard. Maar nog veel erger vinden zij het dat A.Hak doet voorkomen alsof zij de grote boosdoeners zijn. Dat zit ze echt dwars. “We hebben zo vaak aangegeven dat er wat moest gebeuren”, verklaart Mink. “Ze hadden jaren geleden al kunnen en moeten ageren.”

Ze maken ons nu zwart. Wij zouden het bedrijf omver hebben getrokken

Breugem: “Ze maken ons nu zwart. Wij zouden het bedrijf omver hebben getrokken. Dat ze dat beweren, vind ik echt schandalig. Ik snap best dat je als groot bedrijf een slecht renderend onderdeel failliet laat gaan. Wat je daar ook van vindt, zo gaat dat nu eenmaal in Nederland. Maar dat wij op deze manier geslachtofferd moeten worden, slaat nergens op.”

A.Hak beweerde vlak na het faillissement dat Mink en Breugem een schadepost van 7 miljoen hebben veroorzaakt. Misleidend, vinden ze. ”Dat bedrag hebben ze enorm opgeklopt”, verzucht Mink. Hij tovert nog een financieel overzicht uit zijn dossier. “Ze hebben zelf zoveel geld ‘weggegeven’ afgelopen jaren. Door slechte contracten te sluiten, door kortingen te geven. Ga zo maar door. Nu  doen ze net alsof ze nooit op de  hoogte zijn geweest van de financiële situatie bij KEG, maar dat is regelrechte kolder. Vanaf 2014 hebben wij elke maand, elk kwartaal en elk jaar de cijfers en betaalvoorstellen moeten overhandigen. In 2016 kwamen daar ook nog de wekelijkse liquiditeitsprognoses bij. De cijfers zijn ook altijd door hun accountant BDO gecontroleerd. In 2015 hebben zij bankpassen gekregen van al onze rekeningen. Alle betalingen liepen ook via hun eigen bank.”

‘Misschien waren we dan ten onder gegaan aan onze eigen ambities’

Hebben ze zelf dan helemaal niets fout gedaan? Mink moet even nadenken. “Och, ik zal best lastig zijn geweest voor ze”, geeft hij toe. Breugem: “Eerst waren we een kleine lastpak, later een grote. Maar de grootste fout die we hebben gemaakt is met ze in zee te gaan. We hadden zelfstandig moeten blijven. Misschien waren we dan wel ten onder gegaan aan onze eigen ambities, maar dat is altijd nog beter dan wat er nu is gebeurd.”


Reactie A.Hak

A.Hak laat in een reactie weten dat er inderdaad een voorstel lag voor de overname van het 40 procentsbelang van Douwe Mink en Theo Breugem in Elounda. Dat voorstel was echter onder voorwaarde van een boekenonderzoek, benadrukt de onderneming. “De uitkomsten van dit onderzoeken gaven A.Hak aanleiding om op dat voorstel terug te komen en een nieuw voorstel te doen dat door de heren Mink en Breugem werd afgewezen”, aldus de woordvoerder van de leidingbouwer.

De zegsman wil verder niet inhoudelijk reageren op het artikel, maar laat nog wel weten dat A.Hak “het volste vertrouwen” heeft in de curator die “de gang van zaken rond het faillissement zal onderzoeken”.

Overigens bereikte A.Hak Infranet vrijdagmiddag overeenstemming met de curator over een doorstart van de activiteiten van Elounda, die verder zullen gaan onder de bedrijfsnaam A.Hak Midden-West B.V. Een groot deel van de werknemers kan daardoor zijn baan behouden. Bovendien kan A. Hak zo de continuïteit van de werkzaamheden voor opdrachtgevers garanderen, laat de onderneming weten.

Reageer op dit artikel