nieuws

200 jaar NAP: hetzelfde peil steeds nauwkeuriger bepaald

infra 818

200 jaar NAP: hetzelfde peil steeds nauwkeuriger bepaald

Het peil is al eeuwenlang hetzelfde, maar de methode om het vast te leggen en te verspreiden ontwikkelt zich nog steeds. Tweehonderd jaar na de lancering van het NAP is er veel veranderd.

Het Normaal Amsterdams Peil werd op 18 februari 1818 door Koning Willem I  ingesteld als referentiepeil voor hoogtemetingen. De complete waterwereld koestert het moment als een mijlpaal in de beruchte strijd tegen het water. Met één landelijk ingevoerd peil zou er geen misverstand meer bestaan hoe hoog ene waterkering moest zijn en hoe hoog het water ergens. Net zoals de invoering van de meter een einde maakte aan de spraakverwarring tussen ellen, over hoeveelheden afstanden en lengtes van verhandelde materialen, de nulmeridiaan de tijdwaarneming stroomlijnde vereenvoudigde het NAP de discussie tussen waterschappen.

Fijn netwerk van peilmerken

voor verspreiding van het juiste peil werden over heel Nederland meetbouten of peilmerken  bevestig op gevels van solide gebouwen en op peilers van bruggen en viaducten. Daar kunnen landmeters hun meetbaak op kunnen plaatsen om het peil met driehoeksmetingen naar een bouwput te halen of naar een kering waarvan de kerende hoogte bepaald moet worden. Inmiddels is er een fijnmazig netwerk van 35.000 peilmerken. Binnen 1000 meter van elke bouwput is altijd een betrouwbaar peilmerk te vinden. Daarnaast zijn er over heel Nederland ook nog zo’n zo’n 400 ondergrondse merken, waarbij de meetbout bevestigd is in de kop van een funderingspaal die met zijn voeten in een stabiele zandlaag staat.

Het gebruik van de hoogtereferentie bleef niet beperkt tot Nederland alleen. In 1876 nam Pruisen het peil over. In 1955 stelde een aantal Europese landen een hoogtenetwerk in waarbij het NAP als basis fungeerde. In 2008 is dat netwerk op de het door de Europese Commissie  bekrachtigd als het European Vertical Reference Frame.

Regelmatige nauwkeurigheids waterpassingen

Rijkswaterstaat laat op gezette tijden nauwkeurigheidswaterpassingen uitvoeren om de hoogte van alle peilmerken opnieuw te bepalen en te kijken of ze niet ten opzichte van elkaar zijn bewogen.  In 2017 zijn de merken in Noord Holland onder de loep genomen, voor dit jaar staan de merken in Groningen en Friesland op de planning.

Vanaf 2020 stapt Rijkswaterstaat af van het die aanpak. Dan wordt op basis van bewegingsinfromatie van satellieten en het gedrag van de peilmerken in het verleden, besloten waar controle nodig is. De andere peilmerken worden dan met rust gelaten.

Reageer op dit artikel