nieuws

Miljoenen besparen door vervangen leidingen af te stemmen op dijkversterking

infra 2020

Miljoenen besparen door vervangen leidingen af te stemmen op dijkversterking

Vervanging van kabels en leidingen moet beter worden afgestemd op de dijkversterkingen die op stapel staan. Daarmee verwacht het Hoogwaterbeschermingsprogramma, een alliantie van alle waterschappen en Rijkswaterstaat, miljoenen euro’s te kunnen besparen.

Binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma is inmiddels 6 miljoen euro vrijgespeeld voor onderzoek dat de risico’s moeten beperken die optreden als kabels en leidingen niet op tijd worden verlegd. Voor dat geld gaan onder leiding van Hoogheemraadschap Delfland waterschappen, leidingbeheerders, ingenieursbureau’s en de TU Delft richtlijnen en handreikingen opstellen. “Niet stapje voor stapje, maar binnen twee jaar,” meldt directeur Richard Jorissen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.  “Zodat er ook snel geprofiteerd kan worden van de te verwachten voordelen.”

Vanaf 2020 moeten het programma namelijk echt vaart krijgen en worden jaarlijks 50 kilometer dijk versterkt. In twaalf jaar tijd wordt er voor 2 miljard euro verspijkerd aan zo’n 600 kilometer dijk. Jorissen verwacht dat met het beter afstemmen van het onderhoud en vervanging zeker zo’n 10 tot 20 % bespaard kan worden op de kosten van het verleggen van kabels en leidingen van zo’n 25 miljoen euro per jaar. Dus dat gaat om substantieel geld.

Eerder plannen uitwisselen

De directeur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma verwacht niet dat er direct nieuwe technische oplossingen ontwikkeld zullen worden. Het gaat er vooral om dat de leidingbeheerders en de dijkbeheerders hun plannen in eerder stadium met elkaar communiceren en beter werkprocessen op elkaar afstemmen. Daarvoor moeten ze structureel data uitwisselen.

Richard Jorissen, directeur Hoogwaterbeschermingsprogamma

Op die manier kan voorkomen worden dat de berm van een dijk die net is versterkt alweer open moet omdat een leiding vervangen moet worden. Het technische deel van het onderzoek richt zich vooral op de impact van de nieuwe waterveiligheidsnormen voor ontwerp- en toetscriteria van kabels en leidingen. Het project voor kabels en leidingen heet in goed Haags jargon een projectoverstijgende verkenning of POV. Dat zijn deelprojecten binnen het hoogwaterbeschermingsprogramma, die onderzoeken of er slimmer sneller of beter kan worden gewerkt. Eerder werden er al verkenningen uitgevoerd naar macrostabiliteit en piping bij dijken, en naar de effecten van voorlanden voor de dijken. Plat gezegd komt het er volgens Jorissen op neer dat een vooroevergebied kan bijdragen aan de sterkte van de dijk. Vaak wordt daar door de beheerders geen rekening mee gehouden. “Maar dan moet je dus wel duidelijke afspraken maken met de beheerder van dat vooroevergebied, vaak een industrieterrein of een natuurbeheerder, dat die er niet in gaat graven, want dan doet hij die sterkte weer teniet. Aangezien dijkbeheerders minder hoeven te investeren in versterking als de beheerders van die voorlanden daar rekening mee houden, kun je zinvol een gesprek aan gaan. De voordelen kunnen hen ook ten goede komen.”

Kosten terugbrengen tot 7 miljoen euro per kilometer dijk

Binnenkort start er ook nog een POV ver het werken met zoveel mogelijk lokale grond. Jorissen: “als beheerders een dijk moeten versterken pakken ze vaak het handboek erbij en halen daar bijvoorbeeld uit dat ze een bepaalde hoeveelheid klei van errosieklasse I moeten toepassen. Dat die klei vervolgens van 200 kilometer verderop moet komen, daar wordt niet meer over nagedacht. Het staat immers in het handboek. Terwijl je in veel gevallen ook best met iets mindere kwaliteit toe kan, bijvoorbeeld door een dikker pakket aan te brengen.” De voordelen zijn legio: grond van dichtbij halen scheelt transport, tijd en CO2-uitstoot. Ook met die twee projectoverstijgende verkenningen hoopt Jorissen dat de waterkeringbeheerders, als de grote stroom projecten in 2020 echt in uitvoering gaat, flinke besparingen te boeken. Het streven is om tegen die tijd de gemiddelde kostprijs van een kilometer dijkversterking terug te brengen tot maximaal 7 miljoen euro.

Ook de aannemerij spint er garen bij

Voor alle POV’s is de inzet dat het mes minimaal aan twee kanten snijdt. Bij het leidingenproject zijn er niet alleen voordelen voor de dijkbeheerders, maar ook voor kabel- en leidingbeheerders. Jorissen: “Waterveiligheid en leveringszekerheid tegen de laagste maatschappelijke kosten. En ook de aannemerij spint er garen bij, want die wordt niet meer tijdens de uitvoering geconfronteerd met onverwachtse scopewijzigingen. Dat levert uiteindelijk alleen maar vertraging en extra risico op en daar wordt niemand blij van.”

Reageer op dit artikel