nieuws

‘We weten te weinig over de prijs van infra’

infra 23

‘We weten te weinig over de prijs van infra’

Moet Rijkswaterstaat anders boekhouden? “Ja”, vindt Jules Verlaan, opleidingsdirecteur constructiemanagement aan de TU Delft. Eind dit jaar promoveert hij op het gevoelige onderwerp. “De Tweede Kamer moet het stellen met armzalige informatie en de minister heeft te veel ruimte voor politiek opportunisme.”

“Gebruik het woord sjoemelruimte maar niet. Noem het ruimte voor politiek opportunisme”, corrigeert Verlaan zichzelf halverwege het interview. Hij weet ook wel dat hij minister Schultz of Rijkswaterstaat niet zomaar kan betichten van gesjoemel met de miljarden die er jaarlijks omgaan in de Nederlandse infrastructuur. Maar dat het huidige boekhoudsysteem van Rijkswaterstaat veel te wensen overlaat, staat volgens hem als een paal boven water. Het piept en kraakt, het Infrafonds als bodemloze put. “Het door Rijkswaterstaat gehanteerde kasstelsel is onvoldoende transparant, waardoor het verantwoorden van uitgaven onvoldoende mogelijk is. Daarbij brengt het financiële risico’s met zich mee.”

Waterreservoir

Om het probleem simpel uit te leggen gebruikt hij een metafoor. “Je kunt het gebruikte boekhoudsysteem vergelijken met een waterreservoir voor geld met een pijpje in en een pijpje uit. Daar stuurt Rijkswaterstaat dan op. Boven het reservoir hangt echter een grote steen. Maar als je alleen naar het reservoir kijkt, zie je die steen niet.”

Let op, het gaat hier wel over miljarden. Je wilt als land niet dat die steen in het reservoir valt. Als Verlaan gelijk heeft, kan dat tot grote problemen leiden. Met de grote vervangingsopgave nog voor de deur, lijkt dat risico reëel aanwezig. Het zou niet de eerste keer zijn dat Rijkswaterstaat wordt verrast door een storing of gebrek. Verlaan memoreert ‘een steen’ van een paar jaar geleden. “Ineens bleek een aantal bruggen niet bestand tegen het toegenomen verkeer en de zwaardere vrachtwagens en werd er een groot bruggenonderzoek opgetuigd.”

Gerichte controles

Met een baten-lastenstelsel, zoals de Algemene Rekenkamer bepleit, was dat volgens Verlaan nooit gebeurd en had je dat allang kunnen zien aankomen. “Natuurlijk is er kennis bij Rijkswaterstaat en zijn er jaarlijkse inspecties, maar ik ben er niet van overtuigd dat ze gericht genoeg controles uitvoeren.”

Zijn verhaal is in lijn met dat van de Algemene Rekenkamer. Die pleit al langer voor een andere manier van boekhouden. Toeval of niet, de opleidingsdirecteur aan de TU Delft promoveert binnenkort op het heikele onderwerp. “In Australië maakten ze de overstap naar een ander systeem al eerder. Misschien dat niet alles goed gaat, maar ik weet zeker dat het baten-lastenstelsel iedereen betere kosteninformatie oplevert. Rijkswaterstaat, de minister én de Tweede Kamer.”

Hij geeft een voorbeeld. “Als Rijkswaterstaat een tunnel laat bouwen, met ontwerp en noem het maar op, dan zie je die uitgaven in de boekhouding van de in dat jaar gemaakte kosten. Maar als de tunnel eenmaal gebouwd is, zie je daar niets meer van terug, terwijl die tunnel wel moet worden onderhouden en niet het eeuwige leven heeft.”

Iedereen kan ageren tegen een besluit, maar niemand heeft overzicht

 We houden de vinger aan de pols. Van grootschalig achterstallig onderhoud aan bruggen of viaducten is geen sprake, verdedigt Rijkswaterstaat. Alle voorgenomen projecten en bijbehorende planningen staan in een meerjarenprogramma en mutaties in de begrotingen. “Het is armzalige informatie”, stelt Verlaan. “En het laat te veel ruimte voor politiek opportunisme. Iedereen kan ageren tegen een besluit, maarniemand heeft het overzicht. En om een project erdoorheen te drukken kan een minister nu politiek smeergeld gebruiken, terwijl de Kamer niet kan beoordelen of dat wel zo verstandig is.”

In perspectief

Verlaan noemt meer nadelen van het huidige systeem. Tegenvallers kunnen volgens hem te makkelijk verbloemd worden in een brij aan jaarlijks veranderende getallen. En ook voor het controleren van omvangrijke onderhoudsopgaven heeft de Kamer te weinig grip op de materie. “Stel dat de minister zegt: die brug is levensgevaarlijk, daar moet iets aan gebeuren. Wat zegt een Kamerlid dan? Die kan dat nooit in perspectief plaatsen. Het zal wel, kan hij hooguit denken, Rijkswaterstaat zegt dat.”

Rijkswaterstaat zit niet te wachten op een omvangrijke transitie. Onbegrijpelijk, vindt Verlaan, omdat het de infrabeheerder meer houvast geeft. Noodzakelijke onderhoudsprojecten zullen minder snel voer voor discussie zijn. De andere kant is echter ook waar.

“Een minister is niet gebaat bij transparantie. Die wil een zekere beleidsvrijheid. Met het huidige stelsel is het bovendien mogelijk een ministerie op peil te houden. Als Rutte miljarden nodig heeft, kan Rijkswaterstaat in betrekkelijke rust beargumenteren dat bezuinigen op infra absoluut niet mogelijk is. Geld naar Volksgezondheid? Onmogelijk, wij hebben een opgave.”

Prijs

Overstappen op een ander systeem is niet eenvoudig. En al ligt de Nederlandse infra er spic en span bij, het zijn geen excuses om niet te veranderen, besluit Verlaan. “We zijn een rijk landje. Kennelijk zijn we altijd in staat geweest om de boel op orde te houden. Maar Rijkswaterstaat kampt nog vaak met overschrijdingen. Bovenal weten we te weinig over de prijs voor infrastructuur. Misschien betalen we wel te veel.”



‘Post onvoorzien houd je altijd’

“Incidenten zul je altijd houden”, betoogt emeritus-hoogleraar civiele techniek Joost Walraven. Zijn indruk is dat Rijkswaterstaat heel goed weet waar hij over praat. Walraven is al jaren nauw betrokken bij het onderzoek van Rijkswaterstaat naar het draagvermogen van bestaande bruggen. “Van de vierduizend bruggen zien de meeste er gewoon degelijk uit. De laatste paar honderd exemplaren vragen om iets meer aandacht.” Moet Rijkswaterstaat overstappen op een baten-lastenstelsel? “Dat is een politieke keuze. Maar je kunt niet alles tot op de laatste brug in de gaten hebben. De post onvoorzien houd je altijd.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels