nieuws

Waar blijven de inframiljarden?

infra 3

Waar blijven de inframiljarden?

Elf miljard extra voor infrastructuur? Handenwrijvend zullen regiobestuurders volgende week met hun verlanglijstjes de onderhandelingen ingaan met minister Schultz. En toch is het vergeefse moeite. Twee derde van het geld is namelijk al weer uitgegeven. Maar, waaraan dan?

“Als de Nederlandse infrastructuur de patiënt is. En minister Schultz de dokter. Dan weet de dokter heel veel over allerlei kwaaltjes, maar kan hij niet vertellen wat de patiënt echt nodig heeft om er weer veertig jaar tegenaan te gaan.’’ Zo kijkt Jules Verlaan, opleidingsdirecteur Ontwerp en Beheer aan de TU Delft, naar de Nederlandse infrastructuur. Als een patiënt. Zonder geneesmiddel.

Financiering infrastructuur voor de toekomst zekergesteld

Ronkend presenteerde minister Schultz op Prinsjesdag: “Financiering infrastructuur voor de toekomst zekergesteld. Elk jaar wordt het Infrastructuurfonds automatisch verlengd.” Fantastisch, zo op het eerste oog. Dat is toch tien keer beter dan op je beurt wachten in het wachtkamertje van ‘dokter’ Schultz. Zeker als je geld nodig hebt als provinciebestuurder. Bijvoorbeeld voor de belangrijke verkeersader die dreigt dicht te slibben. Of om het oude kanaal te verbreden, zodat ook de meest moderne vrachtschepen de haven nog steeds binnen kunnen. Geen geld meer? Dokter, wanneer kan ik terugkomen?

Infrafonds als grabbelton

Mooi dus. Elk jaar een verlenging. Op recept. Maar je kunt er ook anders naar kijken. Voor infrabouwers had het onvoorspelbare en speculatieve miljardenregime namelijk ook voordelen. Bij politiek gunstig weer kon het zomaar ineens tientallen miljarden euro’s regenen. Neem de regering Rutte I. Die gebruikte de mogelijke komst van de Olympische Spelen als argument om het Infrafonds niet met twee, vier of zes jaar, maar met acht jaar te verlengen. Dan gaat het niet om een ‘schamele’ 5,7 miljard euro (bij jaarlijkse verlenging). Dan heb je het zomaar over het achtvoudige.

Veel te riskant al die miljarden in één keer op de markt

Maar Rutte 2 wil daar nu van af. ‘Veel te riskant al die miljarden in één keer op de markt.’ Het gaat hier over geld van de toekomst en daar moet je zuinig op zijn. Ook daar valt veel voor te zeggen. Je kon de klok er namelijk op gelijkzetten. Was er een grote zak met geld, dan waren regiobestuurders en Kamerleden er als de kippen bij om dat geld met al hun lokale plannetjes te bestemmen. Het Infrafonds als grabbelton.

Infradebat gelijk aan cadeautjestijd

De minister van Verkeer en Waterstaat moest wel heel sterk in zijn schoenen staan om niet te zwichten voor de vele verlangens tijdens het jaarlijkse Mirt-overleg. Eigenlijk stond het urendurende infradebat gelijk aan cadeautjestijd. En niet alleen omdat het meestal begin december plaatsvond. Vraag dat maar aan oud-CDA-Kamerlid Ger Koopmans. Zonder hem had Limburg er naar eigen zeggen nu nooit zo fraai uit gezien.

Schultz was blut voor ze begon

Kun je het een minister eigenlijk kwalijk nemen? Wat is er nou leuker dan miljarden verdelen. En dus kon geen minister zich inhouden. Ja, Schultz misschien, maar zij stond al met de rug tegen de muur. Ondanks al die eerdere verlengingen tot 2028, goed voor 88,5 miljard euro, had ze eind 2015 nog slechts 2,4 procent schone investeringsruimte. Schultz was blut voor ze begon. Terwijl de Olympische Spelen erbij inschieten.

Bouwend Nederland, Diederik Samsom. Iedereen wist het eind 2014 al. Er valt niets meer te halen. “Verleng het Infrafonds tot 2040”, betoogde daarom ‘zelfs’ de fractievoorzitter van de PvdA op de stoep van het Binnenhof, bij de lobbybouwkeet van Bouwend Nederland. Bij Bouwend Nederland knikten ze instemmend. “Precies.”

Voor lange tijd nieuwe verplichtingen

Maar Mark Rutte temperde al wandelend, toen al, de verwachtingen. “Ik zie wel een paar risico’s”, stond hij Cobouw te woord. “Als je dit doet, ga je voor een lange tijd nieuwe verplichtingen aan.” En toen bleef het stil. IJzig stil. Eén jaar, twee jaar. Tot Schultz (VVD, minister IenM) en Dijksma (PvdA, staatssecretaris IenM) de stilte doorbraken afgelopen juni. “We verlengen het Infrafonds met twee jaar tot 2030. Goed voor 10,9 miljard euro”, klonk de blijde, maar ingetogen boodschap.

10,9 miljard extra? En dan ook nog eens een jaarlijkse, automatische verlenging van het Infrafonds? Met minister Schultz ben je geneigd te denken dat er maar één conclusie denkbaar is: de financiering van de infrastructuur is voor de toekomst zeker gesteld. Fantastisch.

Er lijkt een voorschot genomen te worden op beknibbelen

En toch denken werkgeversorganisaties zoals VNO-NCW en Bouwend Nederland daar anders over. “Er komt namelijk geen echt geld bij”, lichtte de woordvoerder van Maxime Verhagen klokslag kwart voor vier, een half uur nadat het ‘heuglijke’ Prinsjesdagnieuws bekend was gemaakt, toe. Nauwelijks twaalf uur later was de stemming bij Verhagen niet anders. “Het lijkt erop dat er al een voorschot wordt genomen op beknibbelen”, liet de oud-vicepremier Cobouw weten. “Je loopt namelijk het risico dat er ook jaarlijks besloten wordt om van verlenging af te zien. Qua besluitvorming loopt het dan mee met de normale begrotingsdiscussie.”

Ontevreden werkgevers

Twee waarheden. Minister Schultz is in een jubelstemming, terwijl werkgevers ontevreden zijn en aandringen op vooral hogere investeringen in asfalt, spoor en vaarwegen. “Werk aan de winkel”, staat boven een pamflet van talloze werkgeversorganisaties. Met daaronder een waslijst aan wensen waar nog geen geld voor is gereserveerd. Maar het kabinet heeft toch net 10,9 miljard euro vrijgespeeld? Waar gaan die aan op?

3,3 miljard voor nieuwe investeringen

Cobouw duikt de stukken in. Pagina 10 van het Infrafonds verschaft de benodigde opheldering. Hier staat beschreven waar de 10,9 miljard euro aan wordt besteed. 6,8 miljard euro gaat naar onderhoud, 0,8 miljard is nodig voor het corrigeren van een rentevrijval als gevolg van de aflossing van leningen ProRail. De rest blijft over voor nieuwe investeringen. Welgeteld 3,3 miljard euro.

Meer lezen in het weekblad?

Meer lezen in het weekblad?
Maar, Schultz wil haar opvolger ook iets nalaten (1,9 miljard euro). Voor wat het waard is. Want wie het Infrafonds goed leest, ontdekt dat die erfenis van 1,9 miljard euro ook kan worden aangewend voor eventuele nieuwe risico’s en dat zou zeker niet de eerste keer zijn. (zie de ongedekte cheques van Rijkswaterstaat). Schultz realiseert dat ook en durft dan ook geen garanties te geven voorde toekomst. “Dit bedrag (1,9 miljard euro voor haar opvolger, red) kan nog wijzigen, indien komend jaar blijkt dat de omvang van dedoorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld.”

3,3 miljard over voor nieuwe beslissingen. Natuurlijk, vanaf 2018 komt er steeds weer iets bij, maar volgens Jules Verlaan vertoont het Infrafonds nog te veel trekjes van een bodemloze put.

Het ontbreekt aan informatie over de toekomst

Het ontbreekt aan informatie over de toekomst

Op verzoek van Cobouw bestudeerde hij het Infrafonds. “Het is een bom aan informatie, al die mutaties, met termen als kasschuiven die niemand begrijpt. Het ontbreekt aan informatie over de toekomst. Het is als de dokter die zegt: hier heb je alle labuitslagen, terwijl ik wil weten hoe het met mijn hart gaat.”
 

Apart fonds

Bij de VVD roept de beperkte investeringsruimte vragen op, Maxime Verhagen denkt er het zijne van. “Of het niet tijd is voor een apart onderhouds- en aanlegfonds? Dat is denk ik niet nodig. Mijn medicijn voor de ‘arme’ provinciebestuurder die tal kunstwerkkwaaltjes op zich af ziet komen? Een regionaal meerjarenprogramma voor infrastructuur.”



Nauwelijks Investeringsruimte

Onderhoud slokt twee derde nieuwe miljarden op

Wat er is bijgekomen (2029-2030) 10.9 miljard
Opgeslokt door onderhoud en andere zaken 7,6 miljard
Resterende investeringsruimte 3,3 miljard
Totaal in Infrafonds tot 2030 81,7 miljard

Investeringsruimte uitgesplitst

Hoofdwegennet 1,051 miljard
Spoorwegen 1.422 miljard
Hoofdvaarwegennet 0,163 miljard
Overig 1.545 miljard
Totaal 4,1 miljard

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels