nieuws

nieuwe krib laat de waal stromen

infra 35

nieuwe krib laat de waal stromen

Ruim 450 kribben in de Waal tussen Nijmegen en Gorinchem zijn met een meter verlaagd. Bijna veertig zijn zelfs geheel verdwenen en vervangen door langsdammen. Betekent dit het einde van de rivierkrib?

Uit de aardrijkskundeboekjes weten de meeste Nederlanders wel zo’n beetje waarvoor rivierkribben dienen: ze houden rivieren bevaarbaar bij lage waterstand en voorkomen dat de bedding zich voortdurend verlegt.

Toch is dat niet het hele verhaal, legt Henk Eerden van Rijkswaterstaat uit. “De kribben zijn in de negentiende eeuw vooral aangelegd om de vorming van dammen van kruiend ijs te voorkomen. In 1809 en 1820 deden zich grote watersnoodrampen voor nadat bij een dooiaanval een watergolf uit Duitsland vastliep op die ijsdammen en over de dijken liep. Nadat de rivieren eind negentiende eeuw waren genormaliseerd, door het consequent aanleggen van kribben, deed dat probleem zich niet meer voor.”

Geen doorstroming

De hoge waterstanden op de rivieren van de jaren negentig van de vorige eeuw leidden er toch toe om het stelsel van rivierkribben nog eens te bestuderen. Want die belemmeren bij hoge waterstanden de doorstroming van het water sterk.

Eerden onderzocht als afstudeerproject voor zijn studie waterbouwkunde al de mogelijkheid om de kribben te verlagen. Hij onderzocht ook de mogelijkheden van dammen evenwijdig aan de oever. Die fixeren ook de loop van de rivier, maar belemmeren de doorstroming niet. Waarschijnlijk verminderen ze het onvermijdelijke onderhoudsbaggerwerk aan de rivieren.

De waterbouwkundige: “Schuin achter een krib ontstaat in de hoofdstroom namelijk een zogeheten neerput. Het zand dat daar is uitgeschuurd, slaat iets verderop weer neer en vormt een ondiepte: de kribvlam. Vooral die vlammen nopen ons regelmatig de rivieren uit te baggeren. Simulaties en proeven in de golfgoot leerden dat dammen in de lengterichting dat probleem zouden tegengaan.”

Sinds 2009 zijn stapsgewijs 462 kribben verlaagd tussen Nijmegen en Gorinchem. Bovendien is tussen Wamel en Ophemert zo’n 10 kilometer langsdam aangelegd in de binnenbocht. Aannemers Boskalis en Van den Herik namen de laatste fase van dit Ruimte voor de Rivierproject voor hun rekening.

“Bij Van den Herik beschouwen we de Waalkribben zo’n beetje als onze eigen kribben”, laat Roger van Duivenbode weten. Zo lang zijn we al betrokken bij het oeverbeheer langs de Waal. En toch was het ook voor ons steeds weer een verrassing wat we tegenkwamen als we zo’n krib afpelden.”

Grillige rivier

Zo’n operatie begon steevast met het opzij leggen van de bovenste laag breuksteen. Daarna verwijderde de kraan de filterlaag en verlaagden we de zandkern met een meter. Vervolgens ging er een nieuwe filterlaag overheen, zo veel mogelijk van hergebruikt materiaal. Uiteindelijk werd de breuksteen teruggeklapt die naast de krib was geparkeerd.

“Dat klinkt veel simpeler dan het in de praktijk toeging”, nuanceert Van Duivenbode. “Want de Waal is een grillige rivier. We moesten ons materieel en de werkwijze voortdurend afstemmen op de wisselende waterstanden en stroomsnelheden. Soms stortte je materiaal, maar had je je nog niet omgedraaid of het was al meegevoerd door het stromende water. Niet voor niets voeren er voortdurend peilbootjes rond om alles te controleren.”

Nu alles is opgeleverd, worden de komende drie jaar vooral de langsdammen in de Waal intensief gemonitord. Onderzoekers uit Delft, Wageningen, Enschede en Nijmegen kijken niet alleen naar waterveiligheid, stromingspatroon en sedimentatie, maar ook naar belevingsaspecten, recreatiemogelijkheden, ecologie, visstand en andere aspecten.

Eerden hoopt dat de verwachtingen die in de golfgoot en computermodellen zijn gewekt, uitkomen. Maar hij is te veel onderzoeker om daarop al een voorschot te nemen. “Het is nog te vroeg om te verkondigen dat de krib zijn langste tijd heeft gehad.” 

Scheiden van beroeps- enrecreatievaart

Ter hoogte van de langsdammen tussen Wamel en Ophemert is de hoofdstroom van de Waal 230 meter breed met de geul voor beroepsvaart. De kribben in de buitenbocht zijn op oorspronkelijke hoogte gebleven. De oevergeul achter de langsdam die is bestemd voor recreatievaart, is nog altijd 90 meter breed. Dat is ongeveer net zo breed als de IJssel.

Kribverlaging in beeld

1  Aan de kribverlaging en de aanleg van de langsdammen is sinds 2009 door drie verschillende aannemerscombinaties gewerkt.

 

2  De langsdam heeft de hoogte van de oude kribben: zo’n 8 meter vanaf de bodem. Aan de voet zijn de dammen 35 tot 40 meter breed.

3  In de binnenbochten van de Waal tussen Wamel en Ophemert zijn de kribben geheel afgegraven en vervangen door langsdammen. Om het effect goed te kunnen monitoren zijn de kribben in de buitenbochten op oude hoogte gebleven. 

4  Op de koppen van de langsdammen zijn klassieke zinkstukken toegepast als bescherming tegen erosie. lees meer over ruimte voor de rivier op 
www.cobouw.nl/zoeken/ruimte-voor-de-rivier

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels