nieuws

De ongedekte cheques van Rijkswaterstaat

infra 190

De ongedekte cheques van Rijkswaterstaat

Honderden bruggen, viaducten, dijken en sluizen naderen het einde van hun levensduur. De Algemene Rekenkamer waarschuwt al jaren voor budgettekorten, vreest voor ‘toekomstige gapende gaten’ en dringt aan op een transparanter boekhoudsysteem. Onzin, vindt Rijkswaterstaat. Maar hoelang krijgt die nog rugdekking?

Prinsjesdag is voor de infrabouwer al jaren geen feest meer. Nee, dit sociaaldemocratisch-liberale kabinet was er vooral één van bezuinigen, beter benutten én snellere procedures. Volgende week dinsdag zal het met knappe hoedjes en petjes op hoofden van bewindpersonen niet anders zijn. Ook dit keer zal het koffertje van Dijsselbloem vermoedelijk niet uitpuilen van extra bankbiljetten voor wegen, water en spoorlijnen. Die ‘blijde’ boodschap brachten de infrahouders van het land, Dijksma en Schultz, namelijk in juni al. Het Infrafonds wordt met twee jaar verlengd, meldden zij de Tweede Kamer. Van 2028 tot 2030. Het was bittere noodzaak. De tientallen miljarden die tussen nu en twaalf jaar vrijkomen, waren namelijk al goeddeels belegd, ruimte voor nieuwe projecten is er nauwelijks nog.

Opmerkelijk

Huh, nu al? Huh, slechts twee jaar? Zowel het gekozen moment, ver voor Prinsjesdag, als de gekozen termijn van twee jaar waren opmerkelijk. Normaal is de verlengingstermijn vier jaar. De laatste keer werd het fonds zelfs met acht jaar verlengd met de eventuele komst van de Olympische Spelen in het achterhoofd.

Wat was hier aan de hand? Waarom werd het Infrafonds met slechts twee jaar verlengd, terwijl Bouwend Nederland, maar ook PvdA-leider Diederik Samsom al jaren zinspeelden op een verlenging tot 2040. Het heeft met twijfels te maken. Twijfels over de manier van boekhouden van Schultz. Bij de Algemene Rekenkamer, bij minister Dijsselbloem. Waar blijven die miljarden? Weer een tegenvaller, hoe zit dat? Is het Infrafonds een bodemloze put? Dit verhaal heeft een verleden.

Vervangingsopgaaf

De Algemene Rekenkamer  vindt al langer dat Rijkswaterstaat de grote vervangingsopgaaf onvoldoende in beeld heeft.

2 januari 2012. Middernacht. Een draadstang in het ophaalmechanisme van de sluis bij Eefde knapt. Eén van de 90 ton zware schuifhefdeuren valt met klappen en vonken volkomen onverwacht naar beneden. Het herstel neemt drie maanden in beslag. Kosten? Ongeveer 11 miljoen euro, exclusief schadeclaims van de schippers.

Meerjarenplanning

Hoe kon dit gebeuren? Zag Rijkswaterstaat iets over het hoofd? Daar lijkt het wel op. De opdracht stond niet in de meerjarenplanning en de laatste opknapbeurt vond amper zes jaar geleden plaats. Vervangen? Niet nodig wist men toen zeker. De technische staat is “voldoende”.

Botte pech of alarmfase 1? Aan de Haagse Koningskade 4, bij Rijkswaterstaat, is van paniek geen sprake. Natuurlijk zit niemand hierop te wachten, er zal met geldpotjes geschoven moeten worden, maar dat komt wel vaker voor. Hier een tegenvaller, daar een meevaller. Projecten husselen mag ook van de Tweede Kamer, zolang directeur-generaal Dronkers en zijn mannen maar binnen een bepaalde bandbreedte blijven. Nee, Rijkswaterstaat plant tien tot vijftien jaar vooruit. Zomaar 60 miljard euro. Is het dan zo gek dat de zaken anders lopen dan gepland?

Koningin kunstwerkrenovatie

Minister Schultz denkt daar precies zo over. Volgens haar is het niet nodig om alle denkbare storingen of haperingen aan sluizen of viaducten financieel af te dekken tot aan de laatste cent. “Pas wanneer risico’s voldoende hard zijn, wordt geld aan het instandhoudingsbudget (van de gehele Nederlandse infrastructuur, red) toegevoegd”, is haar motto. Daar valt iets voor te zeggen. En vergeleken met haar voorgangers is Schultz eigenlijk al best ijverig. Zij is de allereerste minister van Infrastructuur ooit die rekening houdt met de grote vervangingsopgave en daar geld voor reserveert. Niet een klein beetje. 4,8 miljard euro voor de periode tussen 2011 en 2020. Nee, als Camiel Eurlings de geschiedenis ingaat als koning asfalt, dan gaat Melanie Schultz op zeker de boeken in als ‘koningin kunstwerkrenovatie’.

Was het een puinhoop? Dan begon de grote schoonmaaktbeurt bij haar.

Boekhouding

En toch kijkt men er bij Algemene Rekenkamer een tikkeltje anders over. De vraag die daar leeft is vooral: is die 4,8 miljard euro genoeg om alle bruggen en andere kunstwerken langs en over wegen en vaarwegen op peil te houden? En bovendien: waar is dat bedrag op gebaseerd? Wie bepaalt wanneer een ophaalmechanisme wel of niet moet worden vervangen en op basis waarvan? Dat is nu volstrekt onduidelijk, oordeelt de Algemene Rekenkamer. De boekhouding die Rijkswaterstaat erop na houdt is volgens de Rekenkamer onoverzichtelijk en niet transparant genoeg door jaarlijks honderden, zo niet duizenden mutaties.

Deels is die kritiek ingegeven door het feit dat die 4,8 miljard euro van Schultz  gebaseerd is op besparingen die zich nog moeten bewijzen. En ondertussen maar schuiven. Laatst weer toen het grote spoorbeveiligingsprogramma ERTMS voor de zoveelste keer vertraging opliep. Leuk voor het station van Schiphol, want dat krijgt nu een opknapbeurt, maar wie garandeert dat het niet ten koste gaat van de veiligheid op het spoor?

Dat Rijkswaterstaat binnen een bepaalde bandbreedte mag opereren, stelt de Rekenkamer geenszins gerust. Te meer omdat Rijkswaterstaat vaker met budgettaire tekorten te maken had. Dat was in 2003 zo, in 2008, in 2012 en ook weer in 2015. Het is een “terugkerend verschijnsel”.

Mankementen

Op drie punten gaat Rijkswaterstaat structureel de mist in, schrijft de Rekenkamer in verschillende rapporten. Zo reserveert Rijkswaterstaat bij het aanleggen van nieuwe infrastructuur onvoldoende geld voor het instandhouden ervan. De koek wordt groter, maar er is te weinig ‘verpakkingsmateriaal’ om die koek te conserveren. Verder ziet Rijkswaterstaat structureel toekomstige onderhoudsklussen over het hoofd. Of het nou gaat om de Hollandse brug, achterstallig onderhoud aan wegen, de brug over Middensluis of de net opgeleverde Nieuwe Botlekbrug – Rijkswaterstaat zag het niet aankomen, terwijl het water ze al aan de lippen staat. Daar maakt de Rekenkamer zich zorgen over. Natuurlijk, ‘de domper van Eefde’ kan altijd gebeuren.

Probleem

Maar het is slechts één van de vele voorbeelden die volgens de Rekenkamer aantonen dat Rijkswaterstaat geen grip heeft op de vervangingsopgave die alleen maar groter zal worden de komende jaren. Nu al heeft de Rekenkamer het over een instandhoudingstekort van 1,1 miljard euro tot 2020. En ondanks positieve inspanningen. “Als de minister niet snel iets doet aan de situatie, wordt het probleem alleen maar groter en creëert het nieuwe gaten”, zuchten ze in de wandelgangen van de Rekenkamer.

Meer lezen in het weekblad?

Meer lezen in het weekblad?
September 2016. Aan de vooravond van Prinsjesdag is het ‘gapende gat’ tussen de Rekenkamer en Rijkswaterstaat nog steeds niet van tafel. Wie heeft er gelijk? Rijkswaterstaat met ruim tweehonderd jaar ervaring, of de Algemene Rekenkamer? In een breder, interdepartementaal kader, broedt een speciale werkgroep op veranderingen die niet alleen voor Rijkswaterstaat, maar ook voor het ministerie van Defensie vergaande gevolgen kunnen hebben. De werkgroep zoomt in op “het gebruik van begrotingsreserves”, omdat de Algemene Rekenkamer vaker heeft gewezen op het gegeven dat er weinig inzicht is in kosten en uitgaven voor grote investeringen bij Defensie, IenM en andere departementen met investeringen in goederen die lang in gebruik zijn.

Verjongingscrème

Ga anders boekhouden, adviseert de Rekenkamer Rijkswaterstaat. Van een kasstelsel naar een batenlastenstelsel. Dat levert betere inzichten op. Rijkswaterstaat ziet zo’n ingrijpende transitie niet zitten. Duizenden bruggen, schutsluizen, kribben, tunnels, ecoducten en viaducten zullen op waarde moeten geschat, inclusief bijbehorende afschrijvingen en restwaardes. Prima, maar hoe doe je dat?

“Voor een auto prima te doen, maar voor kunstwerken bestaan er geen brochures”, denkt de onderhoudsdirecteur bij Rijkswaterstaat. Bovendien? Heb je dan wel altijd genoeg geld? En wie zegt dat renoveren niet alleen maar goedkoper wordt? 

Dat geldt toch ook voor die verjongingscrème voor zoab. Smeer je dat erop, dan kun je het onderhoud twee jaar uitstellen.

Komt er geld bij voor Infra op Prinsjesdag? Reken er niet op. Eerst moet dit dilemma van tafel. Het wachten is op de interdepartementale werkgroep.  Waarschijnlijk komend voorjaar komt die met een eindadvies. Dan is het nieuwe kabinet aan zet. 

Lees ook het interview met Jules Verlaan, opleidingsdirecteur constructiemanagement aan de TU Delft.



“Beheer en onderhoud is niet sexy. Daar werken dus de minst opvallende mensen. Dus je kunt je voorstellen wat er na oplevering van een weg of brug gebeurt. Beheer en onderhoud wordt dan over de schutting gegooid.”

Emeritus-hoogleraar integraal ontwerpen Hennes de Ridder is duidelijk kritisch op Rijkswaterstaat. Hij vindt dat Rijkswaterstaat veel te weinig kennis opbouwt. “Door de focus op nieuwe en vooral grote projecten is beheer een ondergeschoven kindje. Ouderwets en slap.” Of Rijkswaterstaat te weinig weet? De deskundige vindt van wel. “Als je ziet voor wat voor verrassingen ze steeds komt te staan. Pas nog met de lekkende A4 en een paar jaar geleden nog met het falende onderhoud aan de bodembescherming van de Oosterscheldekering. Dat was echt absurd. Twee zeer eenvoudige onderhoudsvoorschriften werden stelselmatig genegeerd. Rijkswaterstaat moet haar primaire proces omdraaien. Netwerksturing is het startpunt en de ingrepen in het netwerk moeten zo klein mogelijk zijn, vult de Ridder aan. “Je moet precies weten hoe je netwerk erbij ligt. Daar zit de zwakke plek bij veel netwerkbeheerders. Ze besteden te weinig aandacht aan het opbouwen van kennis. Elke keer als je ergens iets doet en je iets tegenkomt, moet je je model verbeteren. Dat doen ze niet.”

Of geld in een bodemloze put verdwijnt? De Ridder vindt van wel. “Rijkswaterstaat is een uitvoeringsorganisatie die veel te veel geld, tot wel 90 procent van de totale kosten, uitgeeft aan de inpassingskosten en transactiekosten van gekke, grote projecten. Zij hebben geen weerwoord tegen de politiek en tegen hun ingehuurde consultants.”


Verouderde kunstwerken op de to-do-list van Rijkswaterstaat

Kreekrakbrug                                                   1972

Galecopperbrug                                              1976

Brug tussen Valburg en Ewijk                     1972

Suurhoffbrug                                                    1972

Viaduct Hoogeinde/Drunen                       1955

Velsertunnel                                                    1957

Rijnlandse Boezemwaterbruggen            1967

Kunstwerken A44                                           1935/1937

Brienenoordbrug                                            1991

Zuidelijk viaduct Daelderweg/Nuth        1938

Nijkerkerbrug                                                  1962

Dr. Deelenbrug                                                2014

Stuwensemble in Nederrijn en Lek          1959/1964/1969

IRINK-maatregelen Krabbersgat                1969



 

Reageer op dit artikel