nieuws

Spoorboekloos rijden blijkt complex

infra Premium

Spoorboekloos rijden blijkt complex

De uitvoering om overal elke tien minuten een trein te laten rijden, blijkt lastig en invoering blijkt complexer dan verwacht. ProRail-topman Pier Eringa zet openlijk vraagtekens bij de geschiktheid van het Nederlandse spoornet om spoorboekloos te rijden.

Op sommige plaatsen zullen de spoorbomen vrijwel constant dicht zijn

De topman ziet heel veel mitsen en maren voordat het spoornet als een metrosysteem kan functioneren. “Het vraagt een enorme inspanning van vervoerders en de infrastructuur. Waarschijnlijk zal het in sommige gebieden op termijn wel kunnen, maar in andere delen zeker niet. Er zijn heel veel meer treinen voor nodig en ook veel meer opstelplaatsen en ondersteunend personeel. Bovendien zullen op sommige plaatsen dan de spoorbomen vrijwel constant dicht zijn, zoals in Elst. Dan moet je toch echt eerst zo’n overgang ondertunnelen”, lichtte Eringa onlangs zijn plannen toe. 

Aantal treinen verdubbelen

Ondanks de complexiteit werkt Prorail hard aan het programma hoog frequent spoor, waar overigens 2,4 miljard euro voor is gereserveerd. Er zijn vijf reizigers-corridors (Alkmaar-Amsterdam; Amsterdam-Utrecht-Eindhoven; Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen; Den Haag-Rotterdam-Breda; Breda-Eindhoven) aangewezen om geschikt te maken voor spoorboek-loos rijden. De invoering verloopt traag en ProRail kan geen einddatum noemen voor de doorvoering.

Voorwaarde om spoorboekloos te rijden is een veiligheidssysteem dat bij elke snelheid en altijd ingrijpt. De bedoeling is om vanaf komend jaar het zogenaamde ertms in te voeren in de Randstad, maar dit is niet strikt noodzakelijk om elke tien minuten een intercity te laten rijden. Op de begroting van het ministerie staat daarvoor 2,6 miljard euro gereserveerd. Bij het project OV-SAAL dat momenteel rond Amsterdam in uitvoering is, wordt het systeem vanaf 2023 ingebracht. De bedoeling is uiterlijk 2022 ertms in te bouwen op al het bestaande materieel dat rijdt op het Nederlandse spoor. Ook de HSL en Betuweroute zijn er al mee uitgerust, maar het zal nog tot 2028 duren voordat alle belangrijke Europese routes voorzien zijn van het nieuwste veiligheidssysteem.

Eringa heeft afgelopen jaar zijn handen vooral vol gehad aan het op orde krijgen van ProRail zelf. “Normaal staan daar de eerste honderd dagen voor, maar dat zal nu een stuk langer duren.” De ervaren bestuurder heeft er zijn handen meer dan vol aan, geeft hij ruiterlijk toe. Ook komend jaar verwacht hij nog nodig te hebben om alle lijken uit de kast te krijgen en over te stappen op maximale transparantie. Hij heeft intern een oproep gedaan om volledig schoon schip te maken. Zijn ambitie is om van de spoorbeheerder een transparante organisatie te maken die geen verkeerde verwachtingen meer wekt en zelden zal teleurstellen. Om zijn droom waar te maken zijn nog wel een lastige knopen door te hakken.

Reageer op dit artikel