nieuws

‘Laten we elkaar wat vaker de hand reiken’

infra

‘Laten we elkaar wat vaker de hand reiken’

Dat de grond-, weg- en waterbouw niet meer wordt wat het vroeger was, daar zijn opdrachtgevers, aannemers en onderzoekers het over eens. Maar hoe de toekomst eruit gaat zien, daarover verschillen de meningen, bleek tijdens het door Cobouw en CROW georganiseerde infradebat op de InfraTech in Rotterdam.

De realiteit in de grond-, weg- en waterbouw is allang niet meer die van tien jaar geleden. De prijzen en de werkgelegenheid staan onder druk, de opdrachten worden minder in aantal en leggen meer risico bij de bouwer. De groene weiden van vroeger zijn voorbij, moesten ook de aannemers tot hun spijt constateren.

“De komende tijd wordt er in onze provincie nog volop gewerkt aan grote projecten zoals de A4, A15 en Rijnlandroute, maar daarna is dat voorbij“, aldus de Zuid-Hollandse gedeputeerde van Verkeer Ingrid de Bondt. “Er zal een schuif komen naar beheer en onderhoud en de contracten zullen veranderen.”

Goede prijs voor goed werk

De opdrachtgevers en opdrachtnemers op de beurs in Rotterdam, die debatteren in een boksringopstelling, hebben genoeg stoten uit te delen. Egbert van der Wal, manager projectengineering bij het Rotterdamse havenbedrijf, verwijt de sector te veel te kijken naar prijzen en nauwelijks oog te hebben voor kwaliteit en innovatie. “Ik wil gewoon een goede prijs betalen voor goed werk. Maar door de overcapaciteit krijgen wij te maken met steeds lagere inschrijvingen die moeten worden gecompenseerd met soms absurde meerwerkprijzen. Ik denk dat een sanering of nivellering in de sector nodig is.”

Daan Stuit, voorzitter van MKB infra, legt een deel van de oorzaken bij de opdrachtgevers. “De fluctuaties zijn enorm. Er wordt soms twintig jaar gepraat over de aanleg van een weg, maar als de beslissing eenmaal is genomen, dan moet ie er zo snel mogelijk liggen. Meer continuïteit in de opdrachtenstroom is noodzakelijk. De gww is een bijzondere sector: 80 procent van de opdrachten komt van de overheid. We zijn dus tot elkaar veroordeeld, maar dan heeft de opdrachtgever ook een verantwoordelijkheid.”

Social return

Omdat de overheid zo’n grote rol speelt in de sector, krijgt ook bijna iedere aannemer te maken met contractbepalingen over Social Return on Investment (SROI), kortweg het in dienst nemen van werklozen bij overheidscontracten. Karin Rog, voorzitter van de stichting InfraWerkt, heeft geen goed woord over voor het functioneren van die maatregel in de markt. “Elk vak heeft vakmanschap nodig, en we zien veel te vaak dat de bouw voor een project wordt opgescheept met ex-barkeepers die na korte tijd het werk te zwaar vinden en er de brui aan geven. Het schort enorm aan de selectie van goede kandidaten.” “Dit wringt echt”, valt Jan de Boer van KWS infra vanuit het publiek bij. “Deze maatregel is eigenlijk verdringing van de eigen werknemers.”

Stuit pleit ervoor om de maatregel anders in te richten. “Wat heeft het voor zin om dit per project te doen? Leg dat extra geld bij opleidingsinstituten om de mensen te selecteren en te scholen die echt een toekomst willen in de sector.”

Lindy Molenkamp, hoofd Wegen bij de provincie Overijssel, verdedigt de maatregel met het argument dat het juist bijdraagt aan de wens om mensen die langs de kant staan weer aan het werk te helpen. Ze realiseerde zich dat iedere overheid dit anders aanpakt. “Het is belangrijk dat we samen met de sector kijken hoe we dit beter kunnen vormgeven.”

Naïef

Dat bleek toch de eindconclusie van de avond. Opdrachtnemers en overheid als grootste opdrachtgever, moeten elkaar wat vaker de hand reiken. Ook als het gaat om nieuwe contractvormen, de veranderende rol van het wegennet, de technologische vooruitgang en het verdelen van de risico’s bij grote werken. Maar voor Gerrit Jan van der Pol van GMB infra staat wel vast dat ook in de toekomst de dromen en wensen altijd anders uitpakken. “Wat er ook verandert, we blijven doorbouwen. Wie zegt dat we in 2030 het fileprobleem hebben opgelost en alleen nog maar wegen moeten onderhouden, noem ik naïef. Als straks de A15 af is en de Tweede Maasvlakte zijn volle capaciteit heeft benut, dan zegt iedereen ineens ‘tjonge, wat wordt het hier druk!’ We zijn altijd aan het bouwen voor de problemen van gisteren en bedenken pas een antwoord als er een probleem is. Dat zal in de toekomst niet anders zijn.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels