nieuws

Er gaat nog niets boven een zinkstuk met wiepen

infra Premium

Er gaat nog niets boven een zinkstuk met wiepen

De schroef van de containerschepen die straks aanmeren op Maasvlakte 2 veroorzaken lokaal zo’n waterstroom, dat zonder speciale maatregelen de bodem voor de kade zou wegspoelen. Een zinkstuk afgestort met breuksteen en colloidaal beton moet dat voorkomen.

Al zeker zestig jaar maken ze zinkstukken. De handel in en het werken met griendhout is bij Van Aalsburg van vader op zoon overgegaan en inmiddels runt de derde generatie het bedrijf. Ze houden de grienden bij langs de grote rivieren en in de Biesbosch en verwerken het wilgenhout dat daarbij vrijkomt in schuttingen, beschoeiingen en zinkstukken.

Deze maanden zijn ze op Maasvlakte 2 in de weer. Op het uiterste puntje van de RWG-kade hebben ze tijdelijk een werkplaats of zate ingericht: een mooie vlakke oever waarop de griendwerkers hun arbeidsintensieve knoop- en vlechtwerk uitvoeren. Het water voor de zate heeft genoeg diepgang, zodat een boot dichtbij kan komen om het zinkstuk weg te slepen.

Bodemerosie

Er gaat volgens Dick van Aalsburg van het familiebedrijf nog altijd weinig boven een zinkstuk. Het raster van wilgentenen samengebonden tot wiepen en opgevuld met jonger rijshout is nog altijd onovertroffen als het gaat om het tegengaan van bodemerosie. De grootste verandering die de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden is dat er een stuk geotextiel onderaan is gekomen. Dat vormt een effectieve barrière om het zand eronder op zijn plek te houden. Daardoor is het zinkstuk wel een stuk dunner geworden. De klassieke zinkstukken maken ze bij Van Aalsburg ook nog wel, maar die vergen veel meer werk en zijn een stuk duurder.

Aannemingscombinatie PUMA past de zinkstukken vooral toe om de bodem te beschermen vlak voor de kademuren die zijn opgetrokken uit diep- en combiwanden. De schroeven van de manoeuvrerende zeeschepen veroorzaken plaatselijk zo’n waterstroom dat zonder extra bescherming de bodem voor de kade kan uitspoelen. De kademuren kunnen daardoor zelf instabiel worden.

Dat er niet rechtstreeks geotextiel over de bodem wordt uitgerold heeft volgens Harry Blokland, die door PUMA is ingehuurd, te maken met het feit dat de vorm van de zinkstukken heel verschillend kan zijn. Soms zijn er ingewikkelde taartpunten nodig. De breedte varieert ook sterk per werk. Om het geotextiel op de juiste plek op de bodem te krijgen wordt het toch vaak eerst versterkt met wiepen en vulhout. Dat houdt bovendien de stenen netjes bij elkaar tijdens het afzinken.

Vandaag wordt het vijfde van in totaal zeven zinkstukken voor de RWG-kade afgezonken. Maar liefst 260 meter lang is het en 21 meter breed. Daarmee behoort het tot de grootste stukken die Van Aalsburg ooit maakte. Het moet ook nog eens worden afgezonken op de indrukwekkende diepte van 21 meter.

Rond zeven uur ’s ochtends wordt het werkstuk dat in drie dagen tijd in elkaar is gezet, met een boot en een ponton van de zate getrokken en voorzichtig naar de bestemming gevaren, een paar honderd meter verderop. Daar ligt kraanponton Triton al klaar dat samen met twee andere pontons het zinkstuk op zijn plek legt.

Rustig weer

Blokland fungeert tijdens de operatie als een manus van alles. Zodra het zinkstuk op zijn bestemming aankomt stapt hij op de wankele constructie. In een oliepak en met stevige rubberen laarzen loopt hij behendig over de wiepen en zonder een nat pak te halen weet hij alle lijnen aan te geven aan zijn collega’s op de kade. Die slaan de lijnen losjes om de bolders. Dat kan omdat het vandaag uitzonderlijk rustig weer is en het water in de Amaliahaven er rimpelloos bij ligt. Terwijl de machinist van de Triton heel geleidelijk keien over de mat uitstrooit, gemiddeld zo’n 150 kg per vierkante meter, vieren Blokland en consorten langzaam de lijnen. Zo loopt het zinkstuk niet te ver van de kade weg. Juist de voet van de kade heeft immers bescherming nodig.

Uitvoerder Antoin Veen heeft de regie over de operatie. Met een walkietalkie staat hij in contact met de kraanmachinist op de Triton en de mannen op de andere pontons. Het afzinken gaat volgens grotendeels op gevoel. Er staan Veen geen sensoren ter beschikking die hem de exacte positie van het zinkstuk onder water doorgeven. Twee rode boeitjes op de kop die boven komen drijven geven een indruk waar en wanneer het zinkstuk op de bodem ligt. Ook de spanning op de lierkabels vormt een belangrijke indicator. Veen beoordeelt het allemaal met het blote oog vanaf de kade en vraagt bij twijfel een collega op het ponton even te voelen.

Later in de middag vaart er een survey-boot met multibeam sonar overheen. Dan valt er aan de ligging van het zinkstuk niet veel meer te veranderen, maar er kan wel rekening worden gehouden met afwijkingen bij het verder afstorten van het zinkstuk. Veen wil de mat zonder grote plooien of onregelmatigheden op de bodem krijgen.

Vijftig jaar

Nadat de Triton een paar keer is verhaald ligt de 260 meter lange flexibele constructie van wilgentenen en geotextiel op zijn plek. Er gaan de komende weken nog 85 centimeter zwaardere stenen overheen. De eerste 4 meter uit de kade wordt extra vastgelegd met een pakket colloïdaal beton. “Dan is er geen echt geen scheepsschroef die nog een steen van zijn plaats krijgt”, verzekert Veen.

Dick van Aalsburg garandeert dat de constructie zeker vijftig jaar meegaat. En het geotextiel nog wel langer. Dat de wilgentenen langzaam slijten is volgens de griendwerker eerder een voor- dan een nadeel. “De wiepen en het vulhout hebben hun werk gedaan zodra het geotextiel op de bodem ligt. Zodra ook alle stortsteen is ingezand ligt alles onwrikbaar op zijn plek. Je zou een zinkstuk tegenwoordig ook wel kunnen maken met kunststof slangen die je op het geotextiel bindt. Maar je weet nooit wat voor invloed dat op lange termijn heeft op het milieu in de haven. Over het rijshout hoeft niemand zich zorgen te maken. Dat is de kracht van zo’n oude techniek.“ n

Wiepenmachine

Het ouderwetse zinkstuk met gevlochten wilgentenen is nog altijd onovertroffen bij oever- en bodembescherming. PUMA past deze klassieker uit de Nederlandse waterbouw ook toe bij Maasvlakte 2.

Reageer op dit artikel