nieuws

Diepwandvoegen Delftse spoortunnel stuk voor stuk akoestisch doorgemeten

infra Premium

Diepwandvoegen Delftse spoortunnel stuk voor stuk akoestisch doorgemeten

Brem Funderingsexpertise meet alle voegovergangen akoestisch door van de diepwandpanelen pal naast belendingen van de Delftse spoortunnel. Zo hoopt aannemer CrommeLijn problemen als bij de Amsterdamse Vijzelgracht voor te zijn.

Het computerbeeld is rustig. De gestileerde diepwandvoeg op het beeldscherm kleurt keurig grijs. Dat duidt op beton zonder verontreinigingen, zoals je dat het liefste ziet als aannemer. Als er niettemin af en toe eens een rood streepje oplicht, laat Mark van Bezooijen van Brem Funderingsexpertise de sensor en ontvanger een stukje terugzakken in de meetbuis. In de meeste gevallen kleurt het bewuste gebiedje bij het opnieuw optrekken alsnog grijs. Dat wijst erop dat er geen sprake was van een insluiting van zand of bentoniet, maar van een verstoring van het meetsignaal.

Ruis treedt volgens Van Bezooijen snel op met de gevoelige zender en ontvanger die werken met ultrasoon geluid van 50 kHz. Maar bij een volgende meting wordt zo’n verstoring er meestal wel uitgefilterd. Voor de zekerheid trekt hij zender en ontvanger vaak nog een derde keer op. De gegevens van alle metingen worden zorgvuldig opgeslagen. Want pas na de verwerking en interpretatie achteraf kan een definitieve conclusie worden getrokken. Een dag meten in de blubber van de Delftse bouwput levert zeker twee dagen bureauwerk op.

Meetbuizen

Bezooijen en een collega meten vandaag zeven diepwandvoegen door aan de Delftse Phoenixstraat. Het zijn de voegen van de jongste panelen die aannemer CrommeLijn realiseerde dicht langs de bebouwing naast de spoortunnel. Om problemen met bentonietinsluitingen te voorkomen zoals bij de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, zijn aan weerszijden van elke voeg twee meetbuizen ingestort. De buizen worden nu in alle denkbare combinaties doorgemeten. Recht over de voeg, parallel aan de voeg en schuin er overheen. Zes metingen in totaal. De ene keer is de weg die het signaal door het beton aflegt wat langer dan de andere keer en duurt het dus langer voordat het signaal terugkomt. Soms passeren de geluidsgolven onderweg ook nog het rubber afdichtingsprofiel en loopt de responstijd nog verder op.

“De metingen zijn nu nog relatief”, legt Van Bezooijen uit. “We weten nog te weinig om op basis van de responstijd meteen een uitspraak te kunnen doen. Door een pas gestort paneel verplaatst het signaal zich langzamer dan door een paneel dat al een paar weken ouder is. Ook de samenstelling van de grond rondom is van invloed. Net als het materiaal en de diameter van de meetbuis. Dergelijke kennis moet allemaal nog worden opgebouwd, zodat we in de toekomst sneller uitspraken kunnen doen en slechte plekken tijdig kunnen aanwijzen.”

Promotieonderzoek

Rodriaan Spruit is bezig met het vergaren van dergelijke kennis. De geotechnicus van Gemeentewerken Rotterdam werkt parttime aan promotieonderzoek waarin hij de experimentele meettechniek valideert. Een paar honderd meter verderop aan de Delftse Phoenixstraat heeft hij net glasvezel meetkabels neergelaten in een diepwandsleuf. Twee draden bevinden zich in de voeg en twee halverwege de sleuf. Ze geven het temperatuurverloop door tot op eentiende graad nauwkeurig. Zo kan de onderzoeker zien of bij het verversen van de bentoniet daadwerkelijk alles wordt verschoond en er niet toch een kluit materiaal blijft plakken bij een voeg. Want de verse bentoniet is wat kouder. Ook bij het storten van het beton kan hij op die manier zien waar beton zit of iets anders. Naderhand worden die gegevens gecorrelleerd met de gegevens van de ultrasone meting die Brem ook over deze panelen zal uitvoeren. Voor een nog grotere nauwkeurigheid zijn hier zelfs drie meetbuizen aan weerszijden van de voegen ingestort.

De opstelling van het Israëlische Pile Test die de heitechnici uit Reeuwijk hebben aangeschaft, is voorzover bekend de enige in zijn soort in Nederland. In het buitenland wordt de CSL-methode (Crosshole Sonic Logging) vooral toegepast om grote diameter funderingspalen door te meten. Volgens van Bezooijen is de opdracht van CrommeLijn een prachtige testcase om de mogelijkheden van de methode verder te onderzoeken en verder te verfijnen. “We weten dat de techniek nog niet feilloos is. Maar je moet een keer in de praktijk beginnen, anders leer je het nooit. Niet voor niets maakt het deel uit van het programma Geo-Impuls dat in vijf jaar tijd de faalkosten door problemen met funderingstechnieken wil halveren.”

Reageer op dit artikel