nieuws

De Zeelandbrug: simpele en zeer degelijke constructie

infra Premium

De Zeelandbrug: simpele en zeer degelijke constructie

Dat Nederland een waterland is, zie je niet alleen aan de vele meren en rivieren, maar ook aan de talloze bruggen. Daaronder ook eentje die nog enige tijd Europa’s langste brug was: de Zeelandbrug. De vijf kilometer lange constructie ging 45 jaar geleden open voor verkeer.

Eigenlijk is het raar dat ooit het besluit viel om de Zeelandbrug te bouwen.
Begin jaren zestig was al lang bekend dat de Oosterschelde zou worden afgedamd.
En die dam zou een prima verkeersverbinding tussen Noord-Beveland en
Schouwen-Duiveland vormen. Maar in 1963 gaf de provincie Zeeland toch opdracht
tot de bouw. Ze vreesde anders nog lang op de zo dringend gewenste
Noord-Zuid-verbinding te moeten wachten. Terecht, bleek later, de
Oosterscheldekering zou er uiteindelijk pas in 1986 liggen. Voor de aanleg van
de 5022 meter lange betonnen constructie tussen Zierikzee en Colijnsplaat
richtte de provincie de zelfstandige vennootschap NV Provinciale Zeeuwse Brug
Maatschappij op. Combinatie Brug Oosterschelde. Een samenwerkingsverband van
aannemers Van Hattum en Blankevoort en de NV Amsterdamsche Ballast Maatschappij
won de aanbesteding. Zij legden bij Kats eerst een werkhaven aan met twee grote
portaalkranen. Daar startte de productie van de zware betonnen brugelementen,
die de drijvende bok Ir. J.G. Snip op hun plaats zette. De Zeelandbrug is een
simpele en uitermate degelijke constructie. De brug bestaat uit 54 betonnen
pijlers met daartussen 52 overspanningen van 95 meter en een beweegbare dubbele
basculebrug van 40 meter. De voorgespannen betonnen elementen die vanuit de
pijlers zijn uitgebouwd zijn in het midden verbonden met deuvels en
schokdempers. Voegovergangen die zich op dezelfde plek bevinden maken uitzetten
en krimpen van het rijdek mogelijk.

Ongevallen

Na de opening door Koningin Juliana in 1965 moesten automobilisten tol
betalen om de brug te gebruiken. De provincie moest zijn investering (77 miljoen
gulden) terugverdienen. Na opheffing van de tol in 1993, kreeg de brug ineens te
maken met problemen. Het aantal auto’s dat er gebruik van maakte ging enorm
omhoog. En daar was de brug eenvoudig niet op ontworpen. Ze gingen ook veel
harder rijden. Gevolg: een sterke stijging van het aantal ongevallen, maar ook
voortdurend losgereden stalen vingerplaten. De simpele vangrails uit 1965 waren
ook helemaal niet meer berekend op het zware verkeer dat er nu overheen ging. In
2000 kreeg de brug daarom een nieuw wegdek, nieuwe rij-ijzers en voegovergangen
en een barrièreconstructie van gewapend beton, berekend op vrachtauto’s van
30.000 kilo. Kosten: 30 miljoen gulden. Ook een inhaalverbod en een
maximumsnelheid, sinds 2005 met trajectcontrole gehandhaafd, droegen bij aan een
betere verkeersveiligheid.

Reageer op dit artikel