nieuws

‘Het is eigenlijk heel gewoon om te wonen op afval’

infra Premium

Deze maand is het op de kop af dertig jaar geleden. Het begin van het eerste Nederlandse gifschandaal: de affaire Lekkerkerk. Maar de misère staat nog altijd in ons collectieve geheugen gegrift, stelt drs. Bas van de Griendt, milieumanager bij Bouwfonds Ontwikkeling.

15 september 1979 sprong in een nieuwbouwwijk in Lekkerkerk-West de
hoofdwaterleiding. De monteur van dienst werd ziek en een schandaal was geboren:
“Al snel kwamen mannen in witte pakken met gasmaskers de bodem schonen. Alle
inwoners van de wijk moesten evacueren. Uiteindelijk zijn er maar liefst 1641
gifvaten onder 257 woningen vandaan gehaald,” aldus Van de Griendt. Voor zijn
promotie in 2007 onderzocht hij welke gevolgen bodemverontreiniging heeft voor
de woningmarkt. Daarvoor deed Van de Griendt onder meer onderzoek naar de
gifaffaire die Nederland wereldnieuws maakte. Hij heeft de feiten over de zaak
dan ook helder voor de geest. Ter verduidelijking loopt hij af en toe naar zijn
boekenkast: “Kijk hier zie je een foto waarop je de gesprongen waterleiding kunt
zien.” En: “Hier zie je al die stacaravans waarin de bewoners tijdelijk moesten
wonen.” Die foto’s en de tv-beelden maakten volgens hem een grote indruk op de
Nederlandse bevolking: “Mannen in witte pakken die nota bene onder een
kinderspeelplaats midden in een nieuwbouwwijk gifvaten uit de grond haalden. Dat
was schokkend.” Toen dacht de politiek, volgens Van de Griendt, nog dat de hele
problematiek rondom bodemverontreiniging binnen vijf a tien jaar voor 1 miljard
gulden zou worden opgelost. Dat bleek niet te kloppen. Meer dan een kwart eeuw
duurt de saneringsoperatie inmiddels. Deze zomer maakte het kabinet nog bekend
de komende vijf jaar 660 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het saneren
van ernstig verontreinigde grond op de meest urgente locaties in Nederland.
Gedurende die tijd voeren provincies en gemeenten samen het bodemsaneringsbeleid
uit. Na vijf jaar moeten alle locaties met gevaar voor de volksgezondheid zijn
gesaneerd. Daarnaast dienen alle overige locaties met daadwerkelijk
verontreinigde grond in kaart te zijn gebracht en een aanpak te zijn opgesteld
voor het saneren van deze locaties. Volgens een woordvoerder van VROM zijn er in
Nederland ruim 14.000 vervuilde locaties met een potentieel verspreidingsrisico
in het grondwater.

Alarmbellen

Volgens Van de Griendt gaat het daarbij lang niet altijd om grote risico’s.
“Ik wil het gevaar niet bagatelliseren, maar negen van de tien keer valt het
eigenlijk heel erg mee. Het is ook een taalkwestie. ‘Ernstig verontreinigde
grond’ is naar de letter van de wet juist, maar lang niet altijd echt
gevaarlijk, al klinkt het wel zo.” Voor zijn promotieonderzoek bekeek Van de
Griendt het aantal vermoedelijk ernstig verontreinigde bodemlocaties. Volgens
hem bleek dat maar liefst 40 procent van de Nederlandse bevolking woont of werkt
op of nabij vermoedelijk ernstig verontreinigde grond. “Je zou dus kunnen zeggen
dat het eigenlijk heel gewoon is om te wonen op je afval, al is dat natuurlijk
wel wennen.” Het echte probleem zit volgens hem daarom vooral in de beleving van
bewoners. In die beleving is er in dertig jaar nauwelijks iets veranderd stelt
Van de Griendt: “Mensen horen de woorden ‘vervuilde grond’ en dan gaan er
alarmbellen rinkelen. Ze zien meteen weer de mannen in witte pakken voor zich,
die ze kennen van de affaire Lekkerkerk.” Maar, zo zegt de milieumanager, mensen
zijn ook bezorgd over hun portemonnee; meer dan over hun gezondheid. “Het is in
Nederland zo geregeld dat wie vervuilde grond koopt ook eigenaar wordt van het
probleem; ongeacht de schuldvraag.” Dat is ook voor ontwikkelaars (publiek en
privaat) een groot probleem, meent Van de Griendt: “We staan voor een grote
opgave om veel meer binnenstedelijk te gaan ontwikkelen. Dat kan door van oude
industrieterreinen nieuwe woonwijken te maken. Dat zijn nou precies de locaties
waar veel vervuilde grond onder ligt. Wie daar wil bouwen moet volgens de regels
eerst de grond saneren. Dat is moeilijk te betalen en dus wordt er vaak niet
gebouwd.” Maar de overheid is toch zelf bezig met het saneren van die grond? “Ja
dat klopt wel, maar dat gaat langzaam. Als een gebied dat een gemeente of
ontwikkelaar wil ontwikkelen geen hoge prioriteit heeft bij de overheid, dan
duurt het jaren voordat dat gebied gesaneerd is. In die tussentijd gebeurt er
niets met dat gebied, dat is ontzettend zonde.” Dat proces versnellen kan
volgens Van de Griendt alleen maar als er meer wordt samengewerkt. “Het klinkt
als een open deur, maar samenwerking is echt de oplossing. Ontwikkelaars en de
overheid moeten zich samen verantwoordelijk voelen voor de vervuilde grond. Niet
of de een betaalt of de ander betaalt. Samen kijken naar wat de beste oplossing
is.” Ook zou het volgens de milieumanager een goed idee zijn als publieke en
private partijen anders zou kijken naar grond: “Kijk eens meer naar hoe
ruimtelijke en milieukundige doelstellingen geïntrigeerd kunnen worden. Het is
mogelijk tegelijkertijd bodemenergie te gebruiken, bijvoorbeeld met
warmte-koudeopslag, en het vervuilde grondwater te saneren. Zo wordt en de bodem
schoner en aan duurzaamheideisen voldaan” Om dat te bereiken moet eerst de
collectieve mentaliteit over grond veranderen, stelt Van de Giendt: “Grond wordt
nog altijd vooral als een gevaar gezien. Maar we moeten niet altijd maar aan de
affaire Lekkerkerk blijven denken.”

Curriculum vitae

Reageer op dit artikel