blog

Is het Deltaprogramma wel doortastend genoeg?

infra 825

Is het Deltaprogramma wel doortastend genoeg?

0p het negende Deltacongres werd duidelijk dat de zeespiegelstijging minimaal 1 meter wordt in het jaar 2100. En ook ná 2100 gaat dit door, zelfs als we vandaag helemaal zouden stoppen met CO2-uitstoot. In 2050 al zullen er problemen optreden met Oosterscheldekering en Maeslantkering. De hoogste tijd dus voor echte klimaatdoelen én een zeedijk langs de Noordzeekust.

De Antarctische ijskap groeit aan door sneeuwval. Door de druk van het eigen gewicht schuift de ijskap langzaam over de rand van Antarctica de zee op. Soms breekt er een ijsberg af, waardoor de ijsmassa globaal constant blijft. De laatste tijd breken er echter grotere stukken van het zee-ijs af omdat het drijvende poolijs aan de onderkant iets harder smelt door opwarming van het zeewater.

Hoe smelt het ijs op de Zuidpool als de temperatuur onder het vriespunt blijft?

Nu zou je denken: “OK vervelend, maar de rest van de ijskap blijft toch gewoon liggen?” Op het deltacongres vertelde Michiel van den Broeke, hoogleraar Polaire Meteorologie aan de Universiteit van Utrecht, dat tot vijftien jaar geleden de klimaatwetenschappers inderdaad dachten dat het landijs op de Zuidpool niet zou kunnen smelten omdat het op de Zuidpool zo ijzig koud is.

Maar het smelten gaat indirect! Als het zee-ijs is weggesmolten, zal het landijs sneller naar de randen stromen. Er blijven dus ijsbergen afbrokkelen van Antarctica waardoor de dikte van de ijskap verder afneemt. Bovendien lijkt de Zuidpool op een soepbord met een hoge ijsrand. Echter, op een paar plekken ligt de rotsbodem onder die ijsmassa beneden zeeniveau. Als het zee-ijs weg is, klotst het zeewater gewoon tegen het landijs aan. Tot het zeewater uiteindelijk onder de ijskap door de lage delen van Antarctica bereikt, waardoor de ijsmassa nog verder afsmelt en er in het midden nauwelijks poolijs over is gebleven.

Wat betekent de zeespiegelstijging voor Nederland?
Goed, er ligt dus een forse zeespiegelstijging in het verschiet, zelfs als slechts een kwart van de Antarctische ijskap afsmelt. Inmiddels is wel duidelijk dat onze kinderen en kleinkinderen de gevolgen van de zeespiegelstijging al gaan meemaken.

Duidelijk is ook dat 60 procent van Nederland onder water zal staan als de zeespiegel 5 meter of meer zal zijn gestegen in 2200. Maar veel eerder al, naar schatting rond 2050, zullen er problemen optreden met de Oosterscheldekering en de Maeslantkering, zei Jaap Kwadijk, wetenschappelijk directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarom is het verstandig om nù al te beginnen met de aanleg van een zeesluis in de Nieuwe Waterweg. Maar voor de lange termijn – zeg het jaar 2150 – is zelfs een zeesluis onvoldoende en moet er worden gedacht aan een Dijk-in-Zee langs de hele Noordzeekust.

Ten slotte lichtte Anjo Travaille, adviseur gedragsverandering, toe dat ons brein de klimaatverandering maar ingewikkeld vindt. Bijvoorbeeld, het halveren van zoiets abstracts als de uitstoot van CO2 in 2050 is voor ons brein niet te overzien.

Benoem liever de concrete klimaatdoelen voor de komende vier jaar. Wees als overheid glashelder over wat er moet worden gedaan en zorg voor voldoende financiële middelen. En het belangrijkste: democratie als systeem is meedogenloos voor gekozen bestuurders, die daarom liever praten over koopkrachtverbetering dan hun nek uitsteken voor dure klimaatmaatregelen.

Bestuurlijke draagkracht
Daarom is mijn vraag aan de nieuwe deltacommissaris Peter Glas: wat is er nou nodig om bestuurlijke daadkracht te tonen in Nederland om adequaat te anticiperen op de gevolgen van zeespiegelstijging? Met natuurlijk ook meteen de vervolgvraag: en hoe gaat u dat voor elkaar krijgen?

Want het gaat wel om de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Dus: aan de slag, en vanuit ons aller eigenbelang, ook veel succes toegewenst!


Hans Middendorp, wateradviseur en vicevoorzitter van de Algemene Waterschapspartij AWP

Reageer op dit artikel