blog

Vreemd

infra Premium 605

Vreemd

Moet de Nederlandse overheid Nederlandse bouwers beschermen tegen de boze buitenwereld? Het is een vraag die me al een paar weken bezighoudt.

Zoals u weet, publiceerden we begin deze maand de resultaten van ons Grote Gunningenonderzoek. De uitkomsten waren schokkend: twee derde van de opdrachten die Rijkswaterstaat in 2017 gunde, kwam bij buitenlandse aannemers terecht. Twee derde. Dat is wel veel.

Dat vinden veel van de grote bouwondernemingen ook, zo bleek wel uit de reacties die we na de publicatie binnenhengelden. Grote vraag is natuurlijk: wat te doen. Moet Rijkswaterstaat Nederlandse bouwers wat meer voortrekken? Doen ze in het buitenland ook, hoorde ik een aantal infrareuzen roepen. Stop in ieder geval met het polsen van ‘vreemde’ bouwers, was een andere veel gehoorde suggestie richting de overheid.

We zijn nu al weer een aantal weken verder, maar verstomd is de discussie hierover allerminst. Dat merkte ik een paar dagen terug toen ik op bezoek was bij Theo Winter, de baas van de infradivisie van Dura Vermeer. Hij verwacht dat de ‘buitenlandse invasie’ verder zal toenemen. We moeten zelfs rekening gaan houden met Chinezen. Ja, hij maakt zich daar – om meerdere redenen – zorgen over.

Zijn oplossing? Rijkswaterstaat moet buitenlandse bouwers die hier willen werken, gaan verplichten om lokaal in te kopen. Mensen. Materialen. Zo blijven Chinezen, Duitsers, Spanjaarden en Belgen welkom, maar bescherm je toch je eigen economie.

Uitstekende suggestie, vind ik. Maar eh, dan moeten wij Nederlandse bouwers natuurlijk niet de sluisdeuren voor de nieuwe zeesluis van IJmuiden in Zuid-Korea laten maken. Want dat is dan vreemd. Toch?


Joost Zwaga, adjunct-hoofdredacteur Cobouw

Reageer op dit artikel