blog

Buitenlandse bouwer komt niet sneaky via achterdeur

infra 415

Buitenlandse bouwer komt niet sneaky via achterdeur

Steeds meer buitenlandse partijen krijgen voet aan de grond op de Nederlandse bouwbodem. De Inframarkt internationaliseert: ligt dat aan de contractvorm of is de crisis daar indirect debet aan? Niemand lijkt zich erom te bekommeren en eigenlijk zijn de kapitaalkrachtige spelers van over de grens al niet meer weg te denken.

Buitenlandse bouwers haalden in 2016 ruim een derde van de omzet van Rijkswaterstaat binnen. Max Bogl, Zublin, Besix en Fluor spannen de kroon. Via bouwcombinaties met Nederlandse partijen boeken buitenlandse spelers steeds meer succes.

Bijna alle grote projecten aantrekkelijk

De A7 is veruit de grootste klapper van vorig jaar. Een bijzondere combinatie van twee grote Duitse spelers en vier regionale spelers haalden het project van 388 miljoen binnen. Bij bijna alle grote projecten zijn inmiddels grote buitenlandse spelers betrokken. Fluor zoekt bijna altijd een combinatie met Heijmans.

Samen zijn zij betrokken bij de Gaaspertunnel, maar sinds dit jaar haalden ze ook de Zuidasdok binnen, het megaproject van 990 miljoen euro om de A10 bij de Zuidas te ondertunnelen. Besix zoekt regelmatig de samenwerking met Dura Vermeer, zoals bij de Velsertunnel, de A6 Almere en al eerder bij de Tweede Coentunnel

 

Rijkswaterstaat neemt maatregelen om de veiligheid in de Tweede Coentunnel te verbeteren.

Sacyr probeert het zelf

Bij de lopende tender voor de nieuwe A13/A16 zijn bij drie van de vijf consortia grote buitenlandse spelers betrokken en probeert het Spaanse Sacyr geheel op eigen kracht het project binnen te winnen.

Het is duidelijk dat buitenlandse spelers steeds meer van de projectenkoek opsnoepen. De vrije Europese markt met verplichte Europese aanbestedingen en open grenzen doet zijn werk, zou je kunnen redeneren. Veel Nederlandse bouwers halen tenslotte ook met succes grote delen van hun omzet in andere Europese landen. BAM, Strukton en de baggeraars Boskalis en Van Oord doen met grote regelmaat succesvol mee met buitenlandse tenders.

Subtiel weren

Er zijn echter ook landen die nog een protectionistisch beleid voeren en buitenlandse spelers subtiel maar succesvol weren, zoals Frankrijk en Spanje. De tactiek is vaak om de ‘eigen’ marktpartijen een streepje voor te gunnen. Een tactiek die in Nederland volkomen is geaccepteerd voor het midden- en kleinbedrijf bij de gemeentelijke en provinciale opdrachten.

Zeker bij de onderhandse tenders is het gebruikelijk om minimaal twee of drie van uitgenodigde partijen uit de regio te kiezen, om de lokale werkgelegenheid te stimuleren. Voor de nationale tenders zijn dat soort geluiden uit de mode en maakte Bouwend Nederland een opmerkelijke draai.

Het schommelt

Een van de redenen waarom buitenlandse bouwers meer ruimte krijgen is de crisis van de afgelopen jaren en de discontinuïteit in de werkstroom. De opdrachtenstroom van Rijkswaterstaat schommelt van jaar tot jaar met honderden miljoenen euro’s, zeker als het gaat om grote projecten. Het absolute dipjaar was 2014 met een schamele 375 miljoen euro aan gunningen, maar ook 2016 was met nog geen miljard euro geen topjaar. In de jaren 2015 en 2017 schiet de waarde van de gunningen ver boven het miljard euro, vaak door grote projecten als de zeesluis IJmuiden, A1/A6 en Zuidasdok.

 

Geen 10 paarden meer

De crisis heeft de grote Nederlandse bouwers fors ingekrompen en voorzichtig gemaakt, waardoor hun capaciteit fors is geslonken. In plaats van op tien paarden tegelijk te wedden, is zorgvuldig kiezen inmiddels het credo. Het is dan handig om contact te zoeken met een kapitaalkrachtige buitenlandse speler en dan gezamenlijk te tenderen. Zolang de opdrachtenstroom breed genoeg is, zal niemand hardop morren.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels