artikel

‘Fly-over niet zomaar uit 3D-printer’

infra

‘Fly-over niet zomaar uit 3D-printer’

Tachtig procent van de gww-projecten bestaat uit grond, staal en beton. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de civiel ingenieur domineert, maar om innovaties een kans te geven, is verder en breder kijken een ‘must’.

Er is nog genoeg ruimte om te innoveren, weten Sieben Poel, hoofdingenieur-directeur bij Rijkswaterstaat en Koen Bogers, directeur van Siemens Building Technologies, zeker. Ze vertegenwoordigen respectievelijk de opdrachtgevers en de technologiebedrijven bij de Innovatietafel van de Club van Maarssen. Regelmatig komen ze bijeen in een poging kansen te creëren voor innovaties in de grond-, weg- en waterbouw. Hun indruk is dat er wel stappen worden gezet, maar dat bouwinnovaties weinig zichtbaar zijn.

Het draagt niet bij aan een flitsend imago: “Een nieuw snufje in een auto of mobieltje is voor iedereen zichtbaar en is goed te vermarkten. Zo werkt het in de bouw niet. Niemand merkt iets van een nieuw soort beton en daarvoor reclame maken heeft ook niet zoveel zin. Het grote publiek wordt niet warm van grote sprongen op het gebied van hogesterktebeton of BIM, maar dat zijn grote innovaties die ondanks de lange en brede keten toch voor doorbraken hebben gezorgd. En het zal nog wel even duren voordat een fly-over uit een 3D-printer kan rollen”, schetsen de innovators een kernprobleem. Gunstige uitzondering is de watersector die ook over de grens weet te scoren.

Ervaringsvak

Ze zijn het slechts ten dele eens met voorzitter Age Vermeer die vorige week op deze pagina stelde dat innovatie niet in de bouwgenen zit: “De bouw is vooral een ervaringsvak en moet weinig hebben van een wetenschappelijke aanpak”, willen zij aanvullen. Tegelijkertijd kunnen ze zich ergeren aan de stapels rapporten die maar zelden leiden tot tastbare en werkbare toepassingen.

Dat staal en beton hoofdrollen vervullen in de gww-sector is onvermijdelijk. Dat daardoor ook relatief veel civiel ingenieurs werken is een logisch gevolg, maar innovatie krijgt pas echt een kans als de focus en actieradius wat breder zijn. Want kansen voor nieuwe grote doorbraken en systeemsprongen zijn er genoeg, zoals ICT-toepassingen in allerlei soorten en maten, de snelweg zonder borden en de legolisering van materialen. Ook oplossingen uit de natuur, ‘biomimicry’, zouden tot verrassende invalshoeken kunnen leiden. “Drones zijn daar het bewijs van.”

Daarbij is een veel grotere betrokkenheid van marktpartijen mogelijk en wenselijk. De bouw is ook te veel in zichzelf gekeerd en kijkt te weinig buiten de eigen sector. “Wie zou het aandurven om te leren van de geneeskunde en bijvoorbeeld bloedbanen durven vergelijken met verkeersstromen. Juist onconventioneel denken brengt je wel verder”, stelt Poel. “De kennis is vaak wel beschikbaar, maar moet ook op de juiste momenten samenkomen.”

Proeftuinen en pilots zijn onmisbaar om nieuwe ideeën uit te proberen. “Maar het kan meer en vooral beter gericht op bredere toepasbaarheid”, zijn beiden het opvallend eens. “Uiteindelijk die moet Spielereiwel een op de tien keer leiden tot een haalbaar businessmodel. Wat dat betreft heeft de industrie het iets makkelijker dan de bouw waar nog steeds weinig seriematig wordt aangepakt”, aldus de Siemens-directeur die zich tot twee jaar terug vooral richtte op de olie- en gasindustrie. Ook merkte hij dat de verhoudingen in de bouw relatief stroef verlopen. “Als wij op een onverwacht risico of meerwerk stuitten voor een particuliere opdrachtgever in die industrietak stond de opdrachtgever daar vaak welwillend tegenover, zelfs als daarover in een contract geen afspraken waren gemaakt. Uiteraard moest je dat goed kunnen onderbouwen en op tafel kunnen leggen waar de problemen optraden, maar de indruk is dat in andere sectoren de verhoudingen soepeler en meer ontspannen zijn”, formuleert hij voorzichtig.

Tol

Bogers vindt niet invoeren van tol een gemiste kans. “Verbredenvan snelwegen helpt tot op zekere hoogte, maar er staan in de spits nog steeds files rond de grote steden in de Randstad. Via tol kun je veel beter ‘spelen’ met verkeersstromen. Kijk maar eens hoe dat in Londen gebeurt.” Topambtenaar Sieben Poel zwijgt, want aan een politieke werkelijkheid valt niet te tornen. Ook Rijkswaterstaat is afhankelijk van de keuzes in politiek Den Haag en daarom is het de komende jaren onvermijdelijk dat het meeste geld gaat naar vervanging en onderhoud.

De crisis speelt voor innovaties een vreemde rol met een niet te voorspellen uitkomst; krimpende budgetten en kostenreductie vormen tegelijkertjid kansen en bedreigingen. “We kunnen nog veel doen om te voorkomen dat het de verkeerde kant op gaat en dat wantrouwen het gaat winnen. Samenwerken en co-creatie zijn gebaat bij vertrouwen en wederzijds respect. Rijkswaterstaat investeert daarom juist nu in innovators”, wil Poel kwijt. De crisis en toenemende aandacht voor duurzaamheid zorgen ervoor dat scherper dan ooit op de kosten wordt gelet en steeds meer werk met minder moet worden gedaan.

Bogers: “Schrappen in budgetten is logisch, maar schrappen van al je innovatiebudgetten is kortzichtig en gevaarlijk. Een bedrijf moet altijd blijven meebewegen met de behoeftes en keuzes durven maken. Daarom is Siemens uit de mobiele telefonie gestapt en heeft het fors ingezet op windenergie en de gezondheidszorg. Zo’n investering verdient zich terug, kunnen we uit eigen ervaring zeggen. De bouwopgave verandert en behoeftes verschuiven, maar binnen de gww zijn en blijven er net zo goed kansen.”

Top 5 innovatieremmers

• Projectmanagers zien innovaties als risicovol

• Innovaties moeten in één project worden terugverdiend

• Intellectueel eigendom wordt slecht beloond

• Aanbestedingen laten weinig ruimte

• Mindset – Innovaties alleen als een probleem moet worden op- gelost

Bron: Innovatie-Estafette

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels