artikel

Liftbus maakt ook nutteloze ruimte te gelde

infra Premium

De liftbus maakt nuttig gebruik van loze buitenruimte, prijst John Brinkel zijn openbaarvervoermiddel aan. Grachten, kades en open plekken die vrij moeten blijven, renderen met de portalen die de baan dragen waarover de liftbus van A naar B gaat. Ingenieurs van bureaus als Arcadis en Movares zijn er enthousiast over, zegt Brinkel. Gemeenten reageren volgens hem ‘gemengd’.

De liftbus is duur, geeft de 81-jarige uitvinder John Brinkel onomwonden toe. Waarmee hij de gemengde reactie van gemeenten op zijn vinding verklaart. “Maar hij verdient zichzelf snel terug”, weet de oud-hoofdconstructeur van onder andere Philips ook. Een kilometer liftbusbaan kost ruim 1 miljoen euro, exclusief rollend materieel. “Evenveel als een trambaan”, vergelijkt de ontwikkelaar. “Maar omdat de liftbus via een verhoogde baan rijdt, kun je de grond dubbel gebruiken.”

Het geoctrooieerde systeem is volgens Brinkel ook goedkoop omdat het stationsgebouwen overbodig maakt. “Vervoersystemen met een verhoogde baan vergen minimaal twee liften per station. De cabine van de liftbus is station en lift in één constructie.” Een kabelmechaniek beweegt de gondel op en neer om reizigers op te pikken om ze daarna via een portalenbaan te vervoeren. Brinkel noemt dat een verbeterde versie van de monorail.

Beide systemen gaan over een verhoogde baan, maar het verschil met de monorail is dat de liftbus een enkele baan gebruikt. Toch kunnen voertuigen in tegenovergestelde richting rijden zonder op elkaar te botsen. “In de baan zijn passeerplekken opgenomen”, legt Brinkel uit. Dat kunnen haltes zijn waar de liftbus uit de baan schuift waarna een andere liftbus in de ene of de andere richting kan passeren. Met deze constructies volstaat een enkele baan die daarmee minder ruimte in beslag neemt dan de twee banen die een monorail doorgaans vergt. Visueel valt het systeem volgens de ontwerper dan ook minder op dan de voorzieningen voor een monorail.

Bij een monorail is de baan minder de bron van visuele ergernis maar de stations vanwege hun omvang des te meer.

Container

In Brinkels ontwerp gebruikt de liftbus een soort container als station. “De container is een gebouw op het maaiveld dat van boven open is. De gondel van de liftbus zakt langs de open bovenkant in de container. Deuren in de containerwanden die tot dan toe gesloten waren gaan open, zodat reizigers in en uit de cabine kunnen.” Op plaatsen waar zo’n stationscontainer niet past, komt de cabine te staan op een verend platform dat is afgezet met een hekwerk dat met de gondel mee zakt. Daardoor blijft er tussen de vloer van het platform en de onderkant van de cabine een open ruimte. Loslopende honden die erin verzeild zouden raken, kunnen er weer heelhuids uit zodra de gondel weer stijgt.

Het systeem oogt in grote lijnen als de zweefbaan van het Duitse Wuppertal. In beide hangt de cabine onder een verhoogde baan die in portalen is gemonteerd. De baan wordt opgebouwd van stalen strippen. Het geheel van afzonderlijke strippen vangt uitzet en krimp beter op dan beton, stelt Brinkel. De liftbus rijdt op vier wielen met luchtbanden over de baan. Voor de energievoorziening denkt Brinkel aan accu’s die bij elke halte snel worden opgeladen.

‘Innovatie-intermediair’ Movinnio brengt de liftbus intussen onder de aandacht van onder meer bedrijven met een interesse voor duurzame mobiliteit. Arcadis en Movares zien volgens Brinkel wel wat in het systeem om massa’s te transporteren tijdens de Olympische Spelen van 2028.

Reageer op dit artikel