artikel

Meting van wateroverspanning in dijk

infra

In het kader van het periodieke onderzoek naar de toestand van regionale waterkeringen, heeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier voor het eerst op innovatieve wijze de mate van wateroverspanning in enkele dijken laten meten. Hieruit kan nieuw beleid voortvloeien, waarbij minder snel tot versterking van kaden wordt overgegaan.

Via de methode wil het schap te weten komen hoe het daadwerkelijk is gesteld met de stabiliteit van de dijken. Tot nu toe wordt die bepaald op basis van aannames. Op drie locaties in de Noord-Hollandse polders, het gebied van het hoogheemraadschap, hebben onderzoekers de afgelopen weken vrachtauto’s met zand met een gewicht van ruim 27 ton laten rijden. Met behulp van waterspanningsmeters in de dijk kon zo het effect van een zogeheten dynamische verkeersbelasting op het dijklichaam worden gemeten. Tegelijkertijd is op de drie dijken een statische belastingproef gehouden. Hierbij werd een container geladen met zand enkele dagen op de dijk geplaatst. De bak heeft een totaalgewicht van ruim 13 ton. In het kader van de verkeersbelastingsproef werden ook sonderingen en boringen verricht.

De waterspanning is de normale waterstand in een onbelast dijklichaam. Door een dijk van klei en veen te belasten ontstaat een wateroverspanning omdat het water niet direct weg kan. In een goed doorlatende zandlaag bijvoorbeeld kan het water bij belasting wel goed weg. Zodra wateroverspanning ontstaat, neemt de stabiliteit van de dijk af. Wordt de belasting opgeheven, dan herstelt de dijk zich.

De aannames voor de stabiliteit worden heel conservatief berekend, zodat vaak de conclusie luidt dat versterking noodzakelijk is. De verwachting is dat praktijkonderzoeken als de verkeersproef aantonen dat versterking van een dijk uitgesteld kan worden aangezien de stabiliteit beter blijkt te zijn dan werd verondersteld.

“Dat scheelt natuurlijk een heleboel geld en ook overlast voor de omgeving”, zegt extern onderzoeker ir. Erik van Soest, die samen met ing. Maartje Duin de verkeersbelastingsproeven uitvoert. Ook zijn de ingeniersbureaus Arcadis en Inpijn-Blokpoel bij de proeven betrokken. De resultaten van de verkeersbelastingproeven worden over enkele maanden verwacht.

Verkeersproef

Het is niet noodzakelijk dat elke dijk aan een verkeersproef wordt onderworpen. Als de test wordt uitgevoerd op een klein aantal kaden dat representatief is voor het hele gebied van een waterschap, dan gelden de resultaten voor alle keringen in dat gebied. Verder is een verkeersproef niet nodig op een kade die niet door verkeer wordt gebruikt en waarover ook niet gereden kan worden. Toch willen de onderzoekers ook op zo’n groene dijk een waterspanningsproef uitvoeren om de uitkomsten daarvan tegenover die van de kaden te zetten waar wel verkeer overheen rijdt.

Alle voorwaarden waaraan een verkeersbelastingproef moet voldoen staan nauwkeurig omschreven in een aanvulling op de ‘Leidraad Toets op Veiligheid Regionale Waterkeringen betreffende de boezemkaden’ van de Stowa, de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer. Dit rapport verscheen in 2007, naar aanleiding van de dijkafschuiving in Wilnis, en beschrijft voor de waterschappen nauwkeurig hoe zij de verplichte keuringen van de waterkeringen moeten uitvoeren. Het doel is dat de dijkbeheerders overal dezelfde methoden toepassen. In een aanvulling op de leidraad zijn in 2010 extra maatregelen aangekondigd, waaronder de verkeersbelastingproef.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels