artikel

Levensduur en infrastructuur

infra Premium

Momenteel worden allerlei pogingen ondernomen om de milieubelasting veroorzaakt door de aanleg van bruggen en wegen te verkleinen. Hierbij is het belangrijk te bewaken dat een reductie van de milieubelasting bij de aanleg niet ten koste gaat van de levensduur. De levensduur werkt immers net zo hard door in de duurzaamheid van producten als de milieubelasting bij aanleg.

Het is nu ‘hot’ om bij de aanleg van nieuwe wegen de milieubelasting terug te
brengen. Aansluitend op deze trend heeft de Rijksoverheid sinds 1 januari 2010
aangegeven dat zij 100 procent duurzaam wil inkopen. Hierdoor komen er
aanbestedingen op de markt waarbij milieuvriendelijkere alternatieven
bijvoorbeeld worden beloond met een verlaging van de fictieve inschrijfprijs.
Dit stimuleert de markt om te komen met innovatieve ideeën die de
milieubelasting van producten verlagen. Tot nu toe wordt hierbij sterk gestuurd
op vermindering van CO2 gebruik en het omlaag brengen van de benodigde energie.
Prima idee, zou je denken, ware het niet dat het ongewenste effecten kan hebben.
Want de overheid stelt niet dat elke duurzaamheidwinst beter is mits het niet
ten koste gaat van de levensduur van de weg of brug. En dat zou er eigenlijk wel
in moeten staan. Het huidige beleid stuurt op winst op de kortere termijn. Dat
kan leiden tot kortzichtig denken. Want 20 procent energie besparen kan worden
beloond, terwijl het goed mogelijk is dat die milieuwinst van nu betekent dat de
levensduur van de weg korter is. Beter beschouwd is levensduur zelfs een hele
belangrijke graadmeter voor duurzaamheid. Voor infrastructuur geldt dat deze in
de regel een lange tijd in gebruik zal zijn. Een aantal van onze spoorlijnen
zijn al meer dan 150 jaar oud. En ondanks dat er veel verandert in Nederland,
zullen we naar alle waarschijnlijkheid over 100 jaar nog steeds over een weg
willen beschikken die van Den Haag naar Utrecht loopt. Hoe minder vaak je
onderdelen hoeft te vervangen hoe minder vaak er milieubelasting ontstaat door
aanleg of onderhoud. Rijkswaterstaat hanteert pas sinds relatief korte tijd
eisen op het gebied van duurzaamheid. Overheid, de markt en toeleveranciers
zoeken momenteel nog naar een gemeenschappelijke taal. Wat de beste duurzame
opties zijn, is ook niet glashelder. De wetenschap vordert en posities
verschuiven. Juist in zo’n situatie is het belangrijk om de juiste criteria te
kiezen. In het kiezen van criteria voor duurzaamheid is het dus van belang om
levensduur een centrale rol te geven. We willen toch immers werkelijk duurzamer
werken, en geen genoegen nemen met window dressing op de kortere termijn?

Greet Leegwater
Onderzoeker bij TNO Bouw en Ondergrond

Reageer op dit artikel