nieuws

De Arbiter: Gebreken aannemer of een te kritische opdrachtgever?

bouwbreed 1038

De Arbiter: Gebreken aannemer of een te kritische opdrachtgever?

Een opdrachtgever is ontevreden over een door hemzelf uitgezochte gevelsteen. Hij geeft de aannemer de schuld.

Schoonheid is zoals vaak wordt gezegd een subjectieve kwestie. Datzelfde kan gelden voor een gebrek: wat de een beschouwt als een kleine onvolkomenheid, is voor een ander een onoverkomelijke afwijking. Zo’n interpretatieverschil lijkt ten grondslag te liggen aan het nu volgende geschil.

Aandacht voor detail

Eerst maar eens een korte situatieschets. Een aannemer bouwt voor een particulier een woonhuis. De opdrachtgever gaat niet over één nacht ijs. Hij laat het huis ontwerpen door een architect, waarmee hij ook gezamenlijk de directievoering doet. Zijn aandacht voor detail is groot. Zo laat hij met de in het bestek voorgeschreven zwarte gevelsteen eerst een proefmuurtje metselen. Als het resultaat vervolgens niet aan zijn wensen voldoet, reist de architect hoogstpersoonlijk naar de Belgische leverancier om een nieuwe, egale en door en door zwarte steen uit te zoeken. Dat lukt, en het bestekvoorschrift wordt dienovereenkomstig aangepast.

Vlekken, bobbels en scheuren

Met zo’n aanpak kan toch weinig meer misgaan, zou je denken. Des te groter is dan ook de teleurstelling bij de opdrachtgever als hij later constateert dat de gevelstenen lichtbruine vlekken, bobbels en scheuren vertonen. Hij vreest ook voor de kwaliteit van de stenen. Dat is echter nergens voor nodig, vindt de aannemer. De vlekken en bobbels zijn inherent aan de door de opdrachtgever gekozen steen. En het technisch productblad staat ook enige scheurvorming toe. Partijen staan lijnrecht tegenover elkaar en zo belanden ze bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw.

‘Specifiek gebrekkig’

De opdrachtgever betoogt dat de aannemer tekortgeschoten is omdat hij – kort samengevat – ‘specifiek gebrekkige’ stenen heeft gebruikt, en dat hij daar bovendien voor had moeten waarschuwen. Hij wil dat de aannemer ofwel de gevel herstelt met deugdelijke stenen van hetzelfde type, ofwel een schadevergoeding betaalt.
Hij denkt zijn betoog te onderbouwen met twee deskundigenrapporten, maar zijn redenering vindt geen genade in de ogen van de arbiter. Het ene (meest recente) rapport stelt weliswaar dat er sprake moet zijn geweest van een verkeerd productieproces en/of verkeerde grondstoffen. Maar die stelling wordt op geen enkele manier onderbouwd. Het lijkt er bovendien op dat deze deskundige het productblad verkeerd heeft geïnterpreteerd.

Het andere (als eerste gemaakte) rapport ondergraaft zelfs de redenering van de opdrachtgever volledig. Daarin wordt namelijk gesteld dat a) de vlekken het gevolg zijn van een natuurlijk proces onder invloed van het klimaat en inherent aan de steen; b) bij referentieprojecten een vergelijkbare aantasting is gevonden, zij het wat minder erg; en c) de steen door dit alles kwalitatief niet minder wordt.

Waarvoor waarschuwen?

Ook bij de bezichtiging ziet de arbiter overigens niets dat hem doet twijfelen aan de kwaliteit van de gebruikte stenen. De gevel mag dan voor de opdrachtgever onaanvaardbare gebreken vertonen maar ze vallen blijkbaar binnen de norm. En van een waarschuwingsplicht van de kant van de aannemer kan al helemaal geen sprake zijn. Dat de stenen bij het verwerken nog egaal van kleur en structuur waren, wordt immers door niemand betwist.

Er viel dus niets te waarschuwen.

Oordeel

De eisen van de opdrachtgever worden afgewezen. Daarnaast draait hij op voor de kosten van het proces en van de juridische bijstand van de aannemer.


(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 36.379)

Reageer op dit artikel