nieuws

‘Half uur aandacht voor veiligheid op de bouwplaats is toch mooi meegenomen’

bouwbreed 900

‘Half uur aandacht voor veiligheid op de bouwplaats is toch mooi meegenomen’

Eén en dezelfde veiligheidsinstructie waaraan iedereen, die werkzaam is op of toegang wil verkrijgen tot een bouwplaats, aantoonbaar moet kunnen voldoen. Dat beoogt de Generieke Poortinstructie, kortweg GPI, die sinds 1 april verplicht is gesteld op een groot aantal bouwlocaties. Het instrument heeft zijn weg naar de bouwpraktijk gevonden, zo lijkt het.

Aan de basis van de GPI staan de ondertekenaars en zogeheten ‘onderschrijvers’ van de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVidB). Zij besloten eind 2017 dat er een uniforme veiligheidsinstructie moest komen voor elke bouwplaats. Het streven was om per 1 april 2019 de GPI verplicht te stellen op alle bouwplaatsen van bouwers en installateurs die de governance code hanteren. Niet alleen voor de eigen medewerkers, maar ook voor alle onderaannemers, toeleveranciers en de mensen die namens opdrachtgevers, ingenieurs- en architectenbureau de bouwplaats willen betreden.

Simpel systeem

Het systeem is redelijk simpel: om toegang te verkrijgen tot een bouwplaats moet een certificaat kunnen worden getoond, waaruit blijkt dat een van de drie e-learning modules is gevolgd, die via de website www.gpi.nu worden aangeboden. Er zijn aparte instructies voor bouw en utiliteit, infra en installatie.

Om mee te kunnen doen met een e-learning-module is een inlogcode nodig, die veelal door de werkgever beschikbaar wordt gesteld maar ook zelf kan worden gekocht voor 8,75 euro. De code is, net als het eenmaal behaalde certificaat, een jaar geldig voor alle bouwplaatsen van bij de Governance Code aangesloten bouw- en installatiebedrijven.

15.000 bedrijven

Volgens Willem Schunselaar Paap, initiatiefnemer van de GPI en voorzitter van de Werkgroep GPI namens de Governance Code Veiligheid in de Bouw, werken inmiddels circa 15.000 bedrijven met de GPI, in omvang variërend van groot en middelgroot tot eenmanszaak en zzp’er. “Ik denk dat de GPI inmiddels op een kleine 80 procent van alle bouwplaatsen wordt gehanteerd. Er zijn op dit moment ook al bijna 124.000 certificaten uitgereikt en 160.000 inlogcodes verstrekt. Een aantal kandidaten zit dus nog in het examenproces of gaat de GPI nog volgen.”

In dat proces is rekening gehouden met het grote aantal buitenlandse werknemers op de bouwplaats. “De instructies zijn in zes talen te volgen: Nederlands, Engels, Turks, Pools, Duits en Roemeens. Het examen kan, analoog aan VCA, in 17 talen worden gevolgd. Overigens wordt 98,5 procent van de modules in het Nederlands gevolgd.”

Eenvoudig mogelijk

De e-learning module is geproduceerd door eX:plain, een bedrijf dat zich richt op de ontwikkeling van praktijkgerichte, multimediale leermiddelen voor de arbeidsmarkt. “Zij hebben geprobeerd het proces zo intuïtief en eenvoudig mogelijk te laten verlopen, maar veel mensen hebben toch moeite gehad met registreren en inloggen en dergelijke, waarschijnlijk omdat ze niet zo gewend zijn om met de computer te werken. De producent heeft hier ook weer van geleerd en zal voor nieuwe releases het proces verder verbeteren.”

Het idee is: niemand de bouwplaats op zonder GPI. Dat moet dus ook gecontroleerd worden.

Het examen wordt als zeer makkelijk ervaren, soms ook als té makkelijk: 99,9% slaagt. Schunselaar Paap: “Maar de doelstelling van het examen is ook niet om het mensen heel moeilijk te maken of te laten zakken, maar om ze weer bewust te maken van veilig werken. Het is meer een bewustzijnstraining dan een kennisexamen. Dat neemt niet weg dat er in de toekomst gekeken zal worden of en zo ja, hoe het niveau, zonder aan de doelstelling te tornen, iets omhoog kan worden gebracht. In de instructie zullen dan bijvoorbeeld meer dilemma’s worden toegevoegd, die mensen nadrukkelijker moeten aanzetten tot nadenken over hun eigen veiligheidsgedrag.”

‘Kosten voor de werkgever’

Als mede-ondertekenaar en -initiatiefnemer van de governance code besloot Dura Vermeer indertijd dat al haar werknemers, ongeacht de functie die zij uitoefenen, de GPI Bouw of Infra moesten behalen. Woordvoerder Glenn Metselaar: “Hiermee willen wij ook naar onze medewerkers uitstralen dat veiligheid een integraal onderdeel uitmaakt van ons proces. De kosten voor de training komen ten laste van de werkgever. Inmiddels heeft bijna meer dan 90 procent van onze werknemers hier opvolging aan gegeven en het certificaat behaald.”

Desondanks spreekt Metselaar nog altijd van een overgangsfase. “Want we zien weliswaar dat na ons ook de eerstelijns onderaannemers het rap hebben opgepakt, maar daarna verloopt het nog wat stroperig. We attenderen mensen er wel op het snel te regelen om ontzegging van de toegang tot de bouwplaats te voorkomen.”

Bouwplaats gecontroleerd

Want er wordt wel degelijk op elke bouwplaats gecontroleerd of de mensen een GPI-certificaat hebben. Metselaar: “Op projecten waar we gebruik maken van een bouwplaatsbeveiligingssysteem vindt de controle plaats bij het aanmelden van personen. Het systeem controleert of de persoon voorkomt in het register, waarin de certificaten zijn opgenomen. Bij een negatief antwoord genereert het systeem een waarschuwing naar de werkgever en ons uitvoeringsteam. Op de andere projecten maken we gebruik van het zogenaamde poortformulier. De werknemer vult deze naar waarheid in en tekent daar ook voor. Hier vragen wij ook of men beschikt over VCA en GPI. Vooralsnog vertrouwen wij erop dat de opgegeven antwoorden kloppen. Op steekproefbasis controleren we de waarheid in beide registers.”

We moeten hiermee doorgaan totdat het aantal incidenten in de bouw structureel is teruggebracht.

Dat is ook precies de bedoeling, aldus Schunselaar Paap. “Het idee is: niemand de bouwplaats op zonder GPI. Dat moet dus ook gecontroleerd worden. Dat kan handmatig door een portier, uitvoerder of beveiliger die in het register kijkt. En het kan geautomatiseerd met behulp van toegangsregistratiesystemen. En de houders zelf kunnen het certificaat op papier of digitaal bij zich dragen. Hoe dan ook: consistente controle en handhaving is belangrijk. Want de kracht van de GPI zit hem juist in het feit dat iedereen meedoet.”

‘Gesprek wordt aangewakkerd’

De controle aan de poort is volgens Metselaar overigens slechts de formele vertaling van de GPI in de praktijk. Het werkelijke effect is verstrekkender. “Onze ervaring is dat dankzij de GPI het gesprek over veiligheid weer is aangewakkerd. Dat op zich is al winst.” In die zin voegt een online cursus van 25 minuten ook wel degelijk iets toe aan de veiligheid op de bouwplaats, vindt Schunselaar Paap op zijn beurt.

“In veel gevallen is werken aan veiligheid helaas nog steeds een sluitpost. We werken in de bouw nog lang niet veilig. Vorig jaar waren er 22 bouwdoden te betreuren. Een half uur aandacht voor veiligheid is dan toch meegenomen, ook al is het maar een kleine bijdrage. We hopen dat er in ieder geval een gesprek over veilig werken ontstaat en dat mensen elkaar wel durven aanspreken op onveilig gedrag.”

Herhaling is belangrijk

Dat is ook de gedachte achter de jaarlijkse herhaling van de exercitie. “Om verandering van gedrag te institutionaliseren, is herhaling belangrijk. Pas dan beklijft het. De instructie en het examen zelf zullen daarom ook niet stilstaan. Ieder jaar in september komt er een nieuwe release, die weer is aangepast aan de nieuwste inzichten op het gebied van veiligheid. We moeten hiermee doorgaan totdat het aantal incidenten in de bouw structureel is teruggebracht.”

Wachten op de Bouwplaats-ID
De generieke poortinstructie is in de toekomst overigens niet het enige document dat aan de poort van de bouwplaats getoond zal moeten worden. De bouw wacht al enige tijd op de introductie van de Bouwplaats-ID. Met deze pas willen cao-partijen illegale arbeid, sociale dumping en schijnconstructies tegengaan, inzichtelijk maken wie er op een bouwplaats allemaal aan het werk zijn en inzicht bieden in diploma’s en certificaten van werknemers, uitzendkrachten en zzp’ers. Ook moet de Bouwplaats-ID ertoe gaan leiden dat de cao Bouw & Infra en de pensioenregeling van bpfBouw beter worden nageleefd. De afspraken hierover zijn vastgelegd in artikel 96, lid 10 van de cao (pag 75). Partijen komen in dat kader overeen dat de Bouwplaats-ID in de cao verankerd zal worden, “onder voorbehoud dat een verplichtstelling voor opdrachtgevers om te werken met een Bouw ID-pas kan worden ge-AVVd.” Daar is het wachten nu op, aldus woordvoerder Désirée van der Jagt van Bouwend Nederland. “De bouwplaats-ID kan rekenen op een breed draagvlak bij cao-partijen. We proberen het daarom ook via de cao te regelen. Het wachten is nu op de minister.” Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kon geen duidelijkheid worden verkregen of en zo ja wanneer een besluit daarover wordt genomen. Bij Dura Vermeer nemen ze tot die tijd een afwachtende houding in. Glenn Metselaar: “Als de Bouwplaats ID zal bieden, wat de grotere aannemers als wens hebben neergelegd, dan heeft deze pas zeker een toegevoegde waarde. Wat wel altijd een probleem zal blijven, is dat het initiatief is gekoppeld aan de cao Bouw & Infra en op de projecten veel werkgevers rondlopen met een andere of zelfs helemaal geen cao.” Volgens Willem Schunselaar Paap zal de eventuele introductie van de Bouwplaats-ID sowieso zonder gevolgen blijven voor de GPI. “Die zal als dat nodig is net als de VCA naadloos aan de nieuwe pas worden toegevoegd.”

Reageer op dit artikel