nieuws

Goed databeheer is het succes van goed gebouwbeheer

bouwbreed 366

Goed databeheer is het succes van goed gebouwbeheer
Pierre Veenman, manager Vastgoed en Huisvesting van het Máxima MC

Het Máxima Medisch Centrum in de regio Eindhoven is sinds de oplevering van het nieuwe OK-complex in Veldhoven bezig met het koppelen van databeheer aan gebouwbeheer. Met deze datakoppeling als uitgangspunt voor een werkbaar BIM-model, startte het ziekenhuis in 2016 met de nieuwbouw van het OK-complex & Dagbehandeling. Na oplevering medio 2018, bleek het BIM-model echter niet naadloos aan te sluiten op het beheer van de nieuwbouw.

Pierre Veenman is manager Vastgoed en Huisvesting van het Máxima MC. Hij vertelt dat de nieuwbouw van het OK-complex & Dagbehandeling is uitgevoerd in BIM met het doel om de BIM-modellen ook voor de beheerfase te kunnen gebruiken. Eind 2015 werd begonnen met het ontwerp en medio 2018 is het OK-complex & Dagbehandeling opgeleverd.

Ingewikkelde opgave

“Qua techniek en inhoud was een OK-complex een enorm ingewikkelde opgave”, zegt Veenman. “Onze medewerkers van beheer en onderhoud zijn bij een bouwproject altijd onderdeel van het projectteam. Dat legt tijdens een bouwproject een behoorlijke druk op onze medewerkers, omdat zij dat naast hun eigen werkzaamheden doen.” Volgens Veenman betaalt deze werkwijze zich dubbel en dwars uit in de beheerfase. Gebruikers worden met mock-up’s en vr-technieken meegenomen in het ontwerp van de bouwprojecten van het ziekenhuis. “Wij dagen hen zo veel mogelijk uit om niet in bouwkundige oplossingen te denken, maar om functioneel te specificeren wat zij nodig hebben”, zegt Veenman. Gebruikers en ontwerpteam zoeken gezamenlijk naar optimale oplossingen. Deze samenwerkingsvorm en het werken met 3D bieden veel voordelen. “De gebruikers kennen het gebouw en snappen de achterliggende gedachtes veel beter. Mutaties tijdens de bouw zijn er haast niet en na oplevering is het aantal mutaties minder dan gewoonlijk.”

OK-complex en dagbehandeling Maxima MC

Het nieuwe OK-complex en dagbehandeling van het Maxima MC.

Terug naar de tekentafel

Bij de start van de nieuwbouw van het OK-complex had de afdeling Vastgoed en Huisvesting nog weinig ervaring met BIM. Daarnaast moest het team van Veenman binnen de bestaande planning switchen van een renovatieproject in de definitiefontwerpfase, naar een nieuwbouwproject in de initiatieffase. “Dat had te maken met een wetswijziging van de Richtlijn Methode voor testen en classificeren van OK’s en opdekruimten in rust (VCCN-RL7), die op dat moment in werking trad. We moesten dus terug naar de tekentafel om een nieuw ontwerp maken”, vertelt Veenman. “Als team stelden we met onze adviseurs samen een BIM-protocol op, met daarin de eisen voor het BIM-model. “Dat viel niet mee met onze beperkte kennis over BIM anno 2015. We hadden ongeveer wel een idee hoe die gegevens werden vastgelegd, maar nog niet concreet hoe we een robuuste Informatieleveringsspecificatie (ILS) met Revit-template moesten meeleveren in de uitvraag.” Tijd om dit op te lossen was er niet. Volgens de planning werd binnen zes maanden het ontwerp van nul naar een definitief ontwerp getild. “Elk stopcontact, elk weegschaaltje werd in het 3D-Revitmodel opgenomen, met ruimte voor feedback van de gebruikers. Uiteindelijk leidde dit tot de afsprakentekeningen met de gebruikers. Bovendien werd met hen afgesproken dat zij pas na oplevering het gebouw mochten betreden, om de uitvoering niet te verstoren.”

Minder geschikt voor de beheersfase

Het project is onder een UAV-GC-contract uitgevoerd. Het BIM-model werd succesvol gebruikt om de tussentijdse validaties en clash-controles te kunnen verrichten. “Dit resulteerde in een mooi OK-complex & Dagbehandeling. So far so good! We bleven binnen het budget en binnen de planning. Het enige dat we na een half jaar in de gebruiksfase terugkregen, was een klemmende deur en een lekkende kraan. Voor de rest alleen maar lovende woorden en blije gezichten”, zegt Veenman. Kortom, een enorm succesvol traject, dat snel is gerealiseerd, mede dankzij dat BIM-model, door de goede samenwerking met de marktpartijen en de communicatie met de gebruikers. “Totdat bleek dat het BIM-model minder geschikt was voor de beheerfase dan we hadden gehoopt”, zegt Veenman.

Onregelmatigheden

Meer over gebouwbeheer met BIM

Meer over gebouwbeheer met BIM
Wat ging er mis? “Bij het exporteren van de 3D-coördinatiemodellen naar onze 2D-tekeningen bleken onregelmatigheden in de tekeningen voor te komen, zoals dubbele lijnen en onverwachte elementen in blocks.” Veenman vertelt dat het opschonen veel tijd kostte. “Dit had voorkomen kunnen worden door vooraf betere tekenafspraken aan de marktpartijen mee te geven en door vaker het tekenwerk tussentijds te controleren. We hadden gewoon te weinig tijd en te weinig mensen om datadrops goed te controleren. Daarnaast kwamen we erachter dat de definitie van de family’s niet aansloten bij de behoeftes van de beheerfase.” Bijvoorbeeld een luchtbehandelingskast was gemodelleerd zonder de afzonderlijke elementen, zoals luchtfilters en bevochtigers. De data van deze elementen zijn onmisbaar voor het beheer.

BIM-coördinator

“De enige manier om fouten en vervuiling van het model te vermijden, is door alle modelleurs van alle betrokken partijen in een bouwproject, de informatieleveringsspecificatie (ILS) uit het hoofd te laten leren zodat zij hun producten goed kunnen aanleveren. Maar dat is niet te doen! Daarom is de controlerende rol van een BIM-coördinator ook zo belangrijk.” Volgens Veenman ontstaat dit soort problemen omdat de grote meerderheid aan opdrachtgevers niet bij machte is een goede ILS op te stellen. “Zonder een goede ILS krijg je als beheerorganisatie nooit terug wat je echt nodig hebt”, zegt Veenman. “Als gebouwbeheerder van complexe gebouwen, zoals het Máxima MC, wil je betrouwbare query’s kunnen uitvoeren. Hierdoor zijn rapportages, vervangingen en aanpassingen van gebouwelementen eenvoudiger te managen.”

Elke fase een andere databehoefte

“Het heeft nogal wat voeten in de aarde om BIM als organisatie op de rit te krijgen”, geeft Veenman aan. “Allereerst moet je exact weten welke data precies nodig zijn om het onderhoud op een praktische manier te kunnen inregelen. Grondige kennis van onderhoud is hiervoor noodzakelijk.” Gedurende de hele levenscyclus van een gebouw, heeft elke fase een andere databehoefte, van ontwerp tot en met beheer. Ideaal is als data een leven lang meegaan, van fase naar fase migreren en steeds informatiever worden. “Om deze data op gestructureerde wijze en in elke fase toegankelijk te maken, zijn data-architectuur en datamanagement nodig om gebouwbeheer goed uit te voeren.” Het is voor een organisatie een hele toer om diverse applicaties, zoals een ERP, FMIS en het gebouwbeheersysteem, compatible te krijgen. “Onze leercurve is de afgelopen jaren behoorlijk steil geweest en we hebben dan ook veel van dit project geleerd. Dat kan ook niet anders met de transitie die we hebben doorgemaakt vanuit een traditionele sector naar een meer datagedreven omgeving”, aldus Veenman.

 

BID logoWilt u meer weten over BIM en digitalisering?
Bezoek dan BID (Building Industrialization & Digital transformation) op 3 en 4 december in de Jaarbeurs in Utrecht.
Meer informatie>>

 

 

Reageer op dit artikel