nieuws

Bouw kampt met hoog percentage laaggeletterdheid

bouwbreed 408

Bouw kampt met hoog percentage laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid en laaggecijferdheid komt in de bouw bovengemiddeld vaak voor. Vooral bij hulpkrachten in de sector is het aantal mensen dat niet goed kan lezen en schrijven groot, blijkt uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van Stichting Lezen & Schrijven.

Een aantal beroepen in de bouw staan volgens dit onderzoek in top tien beroepen met het hoogste percentage laaggeletterdheid en laaggecijferdheid. Mensen die hiermee ‘kampen’, hebben een onvoldoende niveau om aan het vmbo te kunnen beginnen.

Hulpkrachten in de bouw

Schoonmakers zijn de allergrootste risicogroep, gevolgd door hulpkrachten in de bouw. Bij die laatste groep kan naar schatting 37 procent niet goed genoeg lezen en schrijven. Bij 40 procent is het rekenniveau niet voldoende op pijl om aan een vmbo-opleiding te beginnen.

Op andere plaatsen in deze top tien staan nog meer technische beroepen zoals productiemachinebedieners, assemblagemedewerkers, bouwarbeiders ruwbouw. Bij de laatste groep kan 21 procent niet goed genoeg lezen of schrijven. Het zijn meestal de beroepen met een relatief hoog percentage laagopgeleide werknemers, soms ook met veel medewerkers met korte contracten, waar laaggeletterdheid en laaggecijferdheid voorkomt, stelt Lezen en Schrijven.

Tabel uit het onderzoek.

Schaamte en extra stress

Laaggeletterden schamen zich vaak voor hun probleem en vooral in de werkomgeving levert de situatie extra stress op, door angst voor ontdekking en om fouten te maken. Door de digitalisering nemen deze problemen ook nog sneller toe: een vrije dag vragen of de loonstrook bekijken moet al vaak op de computer, hetgeen de problemen nog groter maakt en steeds sneller doet groeien. De laaggeletterde werknemers zijn veelal minder productief, werken langzamer en maken ook echt meer fouten. Ze hebben bovendien meer kans op ongelukken en ziekteverzuim.

Hoe herken je laaggeletterdheid en laaggecijferdheid op de werkvloer? De stichting zet de verschijnselen op een rij:
• het wegstoppen van brochures;
• te vroeg of te laat komen op afspraken;
• laagopgeleid zijn of geen startkwalificatie hebben;
• geen belangstelling tonen voor opleidingen binnen het bedrijf;
• moeite hebben met het berekenen van verhoudingen. Bijvoorbeeld bij het berekenen van hoeveelheden behang, zand of loog;
• meerdere keren zakken voor een (verplichte) cursus;
• moeite hebben met het begrijpen van instructies, mededelingen en roosters; • moeite hebben met het beantwoorden van mails of datumprikkers;
• moeite hebben met aanvragen van vakantiedagen in een systeem;
• op de achtergrond blijven in vergaderingen;
• om mondelinge toelichting vragen voor dingen die al schriftelijk (in een flyer of e-mail) zijn uitgelegd;
• moeite hebben met het aflezen van grafieken;
• niet met kaarten of navigatie overweg kunnen.

Meer actie tegen het verschijnsel is dus dringend nodig, vindt de stichting, die hier speciaal een rol weggelegd ziet voor met name de werkgevers. Branches waar het veel voorkomt, zoals de bouw, zouden prioriteit moeten geven aan het opzetten van leertrajecten op de werkvloer. Ze zouden een voorbeeld moeten nemen aan bijvoorbeeld Bouwschool Breda, waar studenten taalles krijgen en ook oefenen met een trainingsacteur, staat te lezen in het onderzoek.

‘Overheid moet investeren’

Ook de overheid heeft hier een taak in, stelt de stichting. De overheid zou onder andere moeten investeren in een goede onderwijsstructuur voor volwassenen en subsidies beschikbaar moeten stellen voor werkgevers.

Niet alleen het welzijn van werknemers, maar ook hun welvaart is met aanpak van de problemen gemoeid. Na het verbeteren van het lezen en schrijven en ook rekenen neemt niet alleen de productiviteit van de medewerkers toe, maar gemiddeld ook hun inkomen, volgens de onderzoekers soms wel tot 17 procent.

Reageer op dit artikel