nieuws

Winsten hoofdaannemers stijgen boven 3,0 procent uit, vooral middelgrote bedrijven floreren

bouwbreed 1256

Winsten hoofdaannemers stijgen boven 3,0 procent uit, vooral middelgrote bedrijven floreren
Foto: Alex J. de Haan

Dankzij middelgrote bouwers is de winstgevendheid in de bouw sterk aan het verbeteren. Een hoofdaannemer behaalt gemiddeld meer dan 3,0 procent winst. En er zit meer in het vat.

Dat blijkt uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw. In 2017 werd gemiddeld een winstmarge (resultaat voor belasting) van 3,3 procent behaald door burgerlijke en utiliteitsbouwers. In 2016 was de marge nog 2,9 procent. De winstmarge steeg vooral door een relatieve daling van de loonkosten ten opzichte van de omzet.

De grote bouwers zag hun winsten het snelst stijgen. In 2016 werd nog 2,4 procent van de omzet overgehouden, een jaar later was dat 3,3 procent. Bij middelgrote bedrijven steeg de winst met 0,6 procentpunt naar 3,2 procent. Het kleinbedrijf zag de winst dalen naar 3,5 procent.

86 procent bouwers maakt winst

86 procent van de b&u-bouwers slaagde erin om winst te maken in 2017. Een jaar eerder was dat nog 82 procent. De stijging is vooral te danken aan het middenbedrijf, dat het aandeel winstmakers met 10 procentpunt zag stijgen naar 91 procent. Bij het kleinbedrijf bleef het aandeel winstmakers gelijk: 80 procent. Bij het grootbedrijf lag het aandeel op 89 procent.

De solvabiliteit verslechterde licht. De verhouding schulden ten opzicht van het totale vermogen steeg van 61 naar 63 procent.

Middelgrote infrabedrijven: 5,0 procent winstmarge

Ook gww-bedrijven zag hun winsten stijgen. Met een winstmarge van 3,1 procent in 2017 kwamen ze 0,5 procentpunt beter uit dan in 2016. Het kleinbedrijf noteerde 3,9 procent, het middenbedrijf groeide met 0,4 procentpunt naar 5,0 procent. Het grootbedrijf herstelde met 1 procentpunt naar 2,1 procent.

Het aandeel gww-hoofdaannemers dat erin slaagde winst te behalen was 70 procent (2016: 72 procent). De verhouding schulden ten opzichte van het totaal vermogen bleef nagenoeg gelijk: 68 procent (2016: 67 procent). Vooral kleine infrabedrijven verbeterden hun solvabiliteit: van 71 naar 57 procent.

De verwachting is dat de winstmarges in 2018 nog beter zijn. “De winstgevendheid is over de hele linie verbeterd”, zei Taco van Hoek, directeur van het EIB eerder dit jaar.

Reageer op dit artikel