nieuws

Opportunisten grijpen hun kans: ‘Ik zie timmerlieden steeds vaker aannemertje spelen’

bouwbreed 4455

Opportunisten grijpen hun kans: ‘Ik zie timmerlieden steeds vaker aannemertje spelen’

De bouw floreert, het aantal bouwbedrijven groeit explosief mee. Daar zitten veel ervaren vakmannen tussen, maar ook cowboys en gelukszoekers die zichzelf overschatten en zich vertillen. Het aantal klachten stijgt dan ook fors. ‘‘Er wordt eerst ontworpen en gebouwd. Tegen het eind ontstaan de geschillen.’’

Lekkage bij sommige gevelkozijnen. Vochtplekken op de neggen. En paddenstoelen onder een van vensterbanken. Het jonge stel dat begin vorig jaar aanklopte bij het Bureau voor Bouwpathologie, een bedrijf uit het Utrechtse Montfoort dat onderzoek doet naar de oorzaken van bouwkundige gebreken, was duidelijk not amused. Zeker, hun nieuwe houtskeletwoning oogde fraai, maar achter die façade stapelden de problemen zich op.

Wie daarvoor verantwoordelijk was? Het koppel, beiden startende ondernemer, hoopte daar achter te komen door een onderzoek. Wellicht was het de eerste aannemer: een jonge, beginnende bouwer die na een conflict vertrok nog voordat de ruwbouw was voltooid en nooit meer terugkeerde.

Peter Borgers, een van de oprichters en eigenaren van het Bureau voor Bouwpathologie, zou dit niet verbazen. “Onvoldoende ventilatiemogelijkheden, geen dampdichte folie: dat zijn fouten die een gerenommeerde aannemer nooit zou maken.”

‘Beginnersfouten’: Borgers ziet ze steeds vaker. Dat is niet echt opzienbarend: de bouw floreert, het aantal bedrijven groeit explosief – vorig jaar met 8 procent tot 182.000, maakte het CBS onlangs bekend. Hoe manifest is deze groep?

“Ik kom op werken vaak mensen tegen waarbij ik me afvraag: waarom in vredesnaam heb je die klus aangenomen?’

“Een ideale markt voor cowboys en gelukszoekers; waarin ook bedrijven die het niet zo nauw nemen, werk kunnen binnenhengelen.” Cijfers heeft hij niet; dat geldt voor de meeste geïnterviewden – wie het vak niet goed beheerst, opereert dikwijls onder de radar -, maar dat de bouw momenteel opportunisten trekt die graag een graantje meepikken van de florerende markt, daarvan is Rob de Groot, directeur van Stichting Bouwgarant, overtuigd.

Hij wijst op de niet aflatende stroom bouwers die graag voor het kwaliteitskeurmerk in aanmerking willen komen. Aspirant-deelnemers die onder meer moeten beschikken over het aannemersdiploma en een VCA-certificaat en een toets moeten halen. Lang niet iedereen komt door die ‘ballotage’. De Groot. “Ten minste een keer per week moeten we ‘nee’ verkopen.”

Het aantal klachten stijgt, sneller dan het aantal nieuwe toetreders

Harde cijfers mogen dan ontbreken, indicaties dat de kwaliteit van het werk lijdt onder de influx van nieuwe bouwers, zijn er wel. Het aantal klachten stijgt, sneller dan het aantal nieuwe toetreders. Bij de Geschillencommissie, waar onder anderen consumenten terecht kunnen voor klachten over ondernemers, is het aantal bouwgerelateerde zaken de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Alleen al de commissie Verbouwingen en Nieuwbouw zag het aantal klachten in drie jaar tijd verdubbelen.

Bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw, die doorgaans zaken behandelt die betrekking hebben op de wat grotere werken, steeg het aantal klachten in 2018 met 9 procent en in het eerste kwartaal van dit jaar al met 12,4 procent. Dat groeipercentage is waarschijnlijk nog geflatteerd. “Er zit doorgaans zo’n twee jaar vertraging in de cijfers,” licht Bas van Luik, directeur van de Raad, toe. “Er wordt eerste ontworpen en gebouwd. Vaak pas tegen het eind ontstaan de geschillen.”

Steeds meer zzp’ers die het vak niet beheersen opereren onder de radar, valt de Stichting Bouwgarant op. Foto: ANP

De Vereniging Eigen Huis daarentegen bespeurt geen toename van het aantal klachten. Wel is het aantal gebreken bij de oplevering van nieuwbouwwoningen significant gestegen: tot gemiddeld 20/21 tegen 14/15 tijdens de crisis. Maar of dat komt door de toename van onervaren starters en ‘gelukszoekers’ durft woordvoerder Hans André de la Porte niet te zeggen.

‘Aannemers besteden steeds meer uit aan zzp’ers’

Als de kwaliteit inderdaad terugloopt, is de vraag: hoe komt dat? Gebrek aan kennis en ervaring? Hoogmoed? Een combinatie van slechte communicatie en gemis aan commitment, denkt Evert Hulleman. Twee problemen die samenhangen met het toenemende aantal zzp’ers, meent de directeur en eigenaar van Bouwconsilium, een bedrijf dat onder meer adviseert bij bouwgeschillen.

“Aannemers besteden steeds meer uit aan zzp’ers. Dan hebben ze vaak maar één uitvoerder die ook nog eens meerdere werken onder zich heeft. Is die uitvoerder er niet, dan doen ze wat hen het beste dunkt. Het werk moet af. Dan heb ik het niet over het totale werk, maar over hun eigen bijdrage. Voor het geheel voelen ze zich niet verantwoordelijk. Verder dan hun volgende klus kijken ze vaak niet. Dat wordt alleen maar erger, vrees ik.”

Diezelfde zzp’ers – volgens het CBS het gros van de nieuwe bouwers – nemen volgens Hulleman ook vaak te veel hooi op hun vork. “Ik kom op werken vaak mensen tegen waarbij ik me afvraag: waarom in vredesnaam heb je die klus aangenomen? Timmerlieden die goed zijn in het stellen van de kozijnen en er zelf en passant ook even het tegelzetten en de elektra erbij doen; die denken dat ze alles onder de knie hebben, als het ware zelf aannemertje gaan spelen, terwijl ze dat helemaal niet kunnen. Een echte aannemer besteedt zoiets uit.”

‘Dan kun je op je klompen aanvoelen: dit gaat niet goed’

Ook aannemers gaan wat hem betreft overigens niet geheel vrijuit. De bezetting op kantoor is vaak te dun, weet de adviseur. “Die is afgestemd op een bedrijf dat op volle kracht werkt. Veel aannemers draaien op 150 procent van hun capaciteit. Dat kan door de inzet van zzp’ers. Maar als er onvoldoende ondersteuning is, is dat vragen om moeilijkheden.”

Het werken met buitenlandse zzp’ers versterkt de problemen, meent Hulleman. “Laatst was ik ergens waar een installateur veel Hongaren en Polen aan het werk had. Die mensen spraken niet eens Engels. Dan kun je op je klompen aanvoelen: dit gaat niet goed. Ze hebben andere normen en waarden, ze werkten nota bene gewoon onder stroom. Dat is toch te gek voor woorden!”

‘Wet Kwaliteitsborging komt kwaliteit ten goede’

De nieuwe Wet kwaliteitsborging, die al bijna twee jaar door de Tweede Kamer is aangenomen, maar in de Senaat op veel weerstand stuit, zal de kwaliteit in de bouw verbeteren en komt het imago van de sector ten goede. Dat is de mening van Bastiaan Benz, directeur van SKG-IKOB, een belangrijke certificatie-instelling voor de bouw- en vastgoedsector. Volgens Benz werkt dit vanuit twee kanten. “De aansprakelijkheid van de aannemer verandert. De aannemer zal daarom al de kwaliteit beter willen beheersen en borgen. Niet alleen zijn eigen kwaliteit, maar ook van subcontractors en leveranciers. Gebruik en inzet van aantoonbaar geschikte materialen en aantoonbaar capabele subcontractors gaat daarbij helpen. Die aantoonbaarheid is geregeld via honderden reeds bestaande (KOMO-)certificatieregelingen. De aannemer krijgt ook met een kwaliteitsborger te maken: een externe, onafhankelijke toezichthouder die moet gaan verklaren dat het gebouw as-built voldoet aan de wet- en regelgeving. Die borger zal die verklaring alleen afgeven als hij via (risico-gestuurd) toezicht zich ervan heeft vergewist dat ook daadwerkelijk aan de wet- en regelgeving wordt voldaan. Deze borger moet gaan werken volgens een zogeheten ‘toegelaten instrument kwaliteitsborging’. Dit regelt de onafhankelijkheid, de kwalificaties, de werkwijzen en de dossiervorming van de borger. Samenwerking door te werken met dezelfde of op elkaar aansluitende borgingssystemen is daarbij cruciaal.”

Dit is deel 1 uit een tweeluik over de explosieve groei van het aantal bouwers. Volgende week: hoe kijken nieuwkomers aan tegen de huidige markt.

Reageer op dit artikel