nieuws

Elco Brinkman hekelt in memoires bouw ‘mensenpakhuizen’ en vindt ‘pitspoezen’-kalender niet nodig

bouwbreed 2597

Elco Brinkman hekelt in memoires bouw ‘mensenpakhuizen’ en vindt ‘pitspoezen’-kalender niet nodig

Hij houdt van de bouw en vindt het spijtig dat hij nooit minister van “ruimtelijke ingrepen” in het steeds verder verrommelde Nederland is geworden. Elco Brinkman (71), die na zijn politieke loopbaan twintig jaar in de bouw actief was, komt in zijn deze week verschenen memoires bij vlagen scherp uit de hoek over wat er beter kan in en rond de bouw. “Woningen zijn her en der gedumpt.”

Met de liefde tussen hem en de bouw zit het nog goed. “Ik hou van de bouw omdat hij beelden en plannen tot werkelijkheid maakt”, schrijft Elco Brinkman in zijn deze week verschenen memoires met de titel Bouwen en bewaren, waarin de voormalige voorzitter van Bouwend Nederland (1995-2013) rijkelijk strooit met liefdesverklaringen voor de sector, die hij tegelijkertijd een “risicovol wereldje vol tegenstrijdigheden” noemt.

Bouwers vinden het volgens hem “heerlijk om hun vakmanschap te tonen”. Ze bouwen graag “mooi en stevig en dus voor langere tijd. Dat kunnen ze echt, zie de monumentenzorg en neem de moeite om onder het Rokin en het IJ per metro te reizen”, vertelt hij trots over de Noord-Zuidlijn.

Veldjes waar je nog niet eens blaasvoetbal kunt spelen

Toch ziet hij dat er structureel nog veel mis is met de bouwwereld. Zo hekelt hij de opmars van piepkleine nieuwbouwappartementen. “Er wordt actiegevoerd tegen megastallen voor vee, maar wie de vele nieuwe mensenpakhuizen op de keper beschouwt, zou toch vaker de wenkbrauwen mogen fronsen.”

Ook ziet hij weinig ruimte voor natuur in de stad en komt hij te vaak in wijken “met een veldje waar je nog niet eens blaasvoetbal kunt spelen […] Deze zogenaamd weer rijke tijd is wel erg zuinig aan het worden met groen tussen rood.”

Dat om schaarse ruimte gevochten wordt, is onontkoombaar in Nederland. “Stapeling van functies”, is volgens hem een oplossing. Kijk maar naar wat er boven de A2 in Maastricht of in Delft rond het station is gebouwd. In een tijd van schaarste aan woningen en grond is monotonie in de stedenbouw volgens hem echter wel een gevaar. “Een beetje meer spielerei met de welstandsregels kan dus geen kwaad.”

Brinkman lijkt begrip te hebben voor prijsafspraken

Brinkman treurde in zijn tijd als voorman van Bouwend Nederland al over bouwen tegen de laagste prijs. Dat geeft weinig ruimte voor vakmanschap. Die voortdurende, harde concurrentie tussen bouwers manifesteerde zich nadat in 2005 officieel afscheid moest worden genomen van verboden prijsafspraken bij aanbestedingen.

Brinkman kan het niet laten om zijn eeuwige kwelgeest Ruud Lubbers, die Brinkmans politieke loopbaan vroegtijdig de kop indrukte, te koppelen aan de fraude van de bouwers.  “Ooit mochten zij van Ruud Lubbers (als minister van Economische Zaken) en diens voorgangers met elkaar een bodemprijs voor hun werk onderling vaststellen.”

Maar Brinkman heeft hier wel een punt: Lubbers vond als minister dat “Europa” best wat ruimhartiger mocht zijn in het toestaan van het bouwkartel.

De voormalige voorzitter van Bouwend Nederland lijkt er net als Lubbers begrip voor te hebben dat de bouwers zichzelf beloonden. “Met wat zij eraan overhielden gingen ze niet alleen op reis om over de grens inspiratie op te doen, maar betaalden ze ook de opleiding van nieuwe werknemers. Dat is in crisisjaren geschrapt en nu schreeuwt de maatschappij om goed en beter opgeleide vakkrachten.”

Bouwers niet in de wieg gelegd voor juridisch gedoe

Bovendien leidt volledige concurrentie in de bouw volgens Brinkman tot de vraag of je als opdrachtgever voldoende waar krijgt voor je geld, of dat je achteraf toch moet bijbetalen voor meerwerk. Kortom: advocatenwerk. “Daar is een bouwer niet voor in de wieg gelegd.”

Door het ontstane wantrouwen tussen bouwers en opdrachtgevers moesten volgens Brinkman steeds meer risico’s in kaart gebracht, beschreven en beprijsd en leek kantoorwerk belangrijker te worden dan het met regen en wind bij nacht en ontij voorrijden van een draaiende betonmolen die ondanks alweer een file toch op tijd moet zijn. “Je kunt nu eenmaal niet alle risico’s verzekeren of bij een ander op het bordje schuiven. Soms moet je ze op voorhand samen delen en soms moet je ze maar nemen zoals ze komen”, verzucht Brinkman over een actueel thema in de bouw.

Werken tegen laagste prijs is ontmoedigend

Brinkman ziet dat het bouwen voor de laagste prijs ook leidt tot verschraling van materiaalgebruik. “De normen werden vaak scherper langs de lat van het minimaal noodzakelijke vastgesteld en het toezicht verschraalde evenzeer door onvoldoende inhoudelijke kennis en interesse. Schrijnende voorbeelden zijn daarbij normering voor een parkeerdek op gebruik door slechts enkele personenauto’s of een dak dat weinig sneeuw te dragen heeft. Daardoor krijg je flinterdunne vloeren en dito steunpilaren voorgereden. Conform de normen, maar niet bestand tegen een met boeken volgeladen bestelbusje of vrachtwagenchauffeur die een keertje niet in zijn achteruitkijkspiegel kijkt.”

Werken tegen de laagste prijs levert niet alleen matige producten op maar is ontmoedigend, meent Brinkman. Hij breekt een lans voor het vak. “Ketenregisseur spelen over ruimtelijke ordenaars, architecten, installateurs, tegelzetters en wie niet al klinkt groots, maar de kunde van vaak ingewikkelde technieken combineren met de kunstige kwaliteiten van degelijkheid, schoonheid en nut is meer dan een rekensom onder de streep maken in de hoop op misschien later nog wat meerwerk.”

Wc-pot op dak bespaart kosten

Maar bouwers moeten niet alleen naar anderen wijzen, maar ook bij zichzelf te rade gaan, lijkt Brinkman bedoeld of onbedoeld te zeggen met een voorbeeld van een bouwondernemer die op zoek ging naar besparingen. Een stagiair kreeg van een bouwer de opdracht om te bezien hoe het repareren van platte daken door zijn onderneming goedkoper kon. “Niet door minder deklatjes te gebruiken, bleek. Nee, de werknemers gingen telkens bij hoge nood met een bouwliftje naar beneden, deden hun behoefte, rookten hun pafje, maakten een praatje en lieten zich dan weer omhoog takelen. Dat zijn heel wat onrendabele uren. De goedkope oplossing was: een wc-pot tijdelijk op het dak!”

Brinkman constateert verder dat Nederland niet de ruimtelijke inrichting heeft gekregen die het had kunnen krijgen. “Vanuit het westen richting de grens bij Arnhem is langs de A12 de boel vol geraakt zonder dat ooit één rijksplankaart dat wilde bevorderen”, illustreert hij. “Woningen zijn her en der gedumpt.”

Er wordt te veel gepraat, zegt de man die 45 jaar op en rond het Binnenhof rondhing

“Helaas is tot op de dag van vandaag de versnippering van het landelijk grondgebruik alleen maar verder gegaan, omdat schaarste bij gebrek aan eenduidige centrale regie vanuit Den Haag onvoldoende overzichtelijk en toekomstgericht is beantwoord”, schrijft Brinkman.

Tijd voor actie. Er wordt te veel gepraat en te weinig gedaan, luidt de opmerkelijke kritiek van de man die 45 jaar op en rond het Binnenhof heeft rondgehangen. “Laten we toch zeeën van werk scheppen door meer én beter te bouwen in een nieuw nat en droog deltaplan als het ware[…] Met dat motto had ik zelfs nu nog wel minister van een departement voor Ruimtelijke Inrichting willen worden”, bekent hij. “Een kolfje naar mijn hand.”

Nederland is niet af en ook niet vol

Hij heeft een deel van zijn plannen al klaar: Nederland is niet af en ook niet vol. “Het heeft groot onderhoud nodig. Auto’s kunnen onder de straat worden opgeborgen, zoals elders. Er behoeft niet eeuwig op Rijkswaterstaat te worden gewacht totdat de bushalte voor de deur vol is. Infrastructuur – kabel, pijp, rail voor minicontainers ook onder de grond ermee.”

Als minister zou hij de omgevingswet, die ruim tienduizend pagina’s telt, direct bij het grofvuil zetten. “Dit land is jarenlang redelijk bebouwd met een zeer beperkte wetstekst. Bouwen doe je nu eenmaal niet met een wetboek, maar met een troffel in de hand.”

Pirelli-kalender met wervende pitspoezen

Maar dan moeten er wel genoeg mensen zijn om die troffel vast te houden. Brinkman is blij dat de bouw volhardt met de Dag van de Bouw en de slogan ‘De bouw maakt het’. Zo kun je interesse wekken bij een nieuwe generatie bouwvakkers. “Het is immers onvoldoende om daarvoor in de keet een Pirelli-kalender met wervende pitspoezen op te hangen”, schrijft de voormalige CDA-fractievoorzitter.

 

Reageer op dit artikel