nieuws

DEMI MORE maakt monumenten klaar voor de toekomst

bouwbreed 1040

DEMI MORE maakt monumenten klaar voor de toekomst
De voormalige Adrianuskerk kreeg een vloerverwarmingssysteem met capillaire matten zodat de vloer snel is op te warmen. Foto: Gemeente Hilvarenbeek

Energiezuiniger maken van monumenten vraagt om een specifieke aanpak. Bestaande maatregelen zijn niet altijd zonder meer toepasbaar in monumentaal erfgoed. Het Nederlands-Vlaamse project DEMI MORE laat aan de hand van zes voorbeeldmonumenten in de twee grensstreken zien welke innovatieve technieken kansrijk zijn voor dit soort objecten. Tegelijkertijd werkt het project aan de ontwikkeling van een methodiek om de duurzaamheid te kunnen beoordelen op een manier die monumenten recht doet

De naam van dit Europese Interreg-project (een Europese subsidieregeling voor grensoverschrijdende samenwerking bij ruimtelijke en regionale ontwikkeling) doet denken aan die van de Amerikaanse actrice Demi Moore, maar heeft daar niets mee van doen. Het is een samentrekking van de projectomschrijving: Demonstration of Energy efficiency by Measurement and Innovation gives More. Het project wordt gezamenlijk geleid door de provincie Noord-Brabant vanuit Nederland en het Kempens Landschap vanuit Vlaanderen.

DEMI MORE is gestart in 2015 en wordt dit najaar afgesloten met een symposium. “We willen monumenten nog zeker vijftig jaar bewaren voor de toekomst”, zegt de projectleider voor Nederland, Aster Speckens van de provincie Noord-Brabant. Wanneer de gebouwen een functie hebben, is de kans op behoud groter dan wanneer ze leegstaan. “Dan moet de energierekening wel omlaag, anders is het vaak niet te betalen.”

Ten behoeve van DEMI MORE krijgen de eigenaren of gebruikers van zes monumenten hulp bij het verduurzamen. Vijftig procent van de investering die dat vergt, betalen ze zelf. De andere helft komt van Interreg Vlaanderen-Nederland. De aanpak is in grote lijnen gelijk. De trajecten zijn gestart met een nulmeting om het energieverbruik te bepalen en een energiescan om onder meer na te gaan hoe de ruimtes worden gebruikt, hoe de isolatie is en waar de warmte­lekken zitten. Vervolgens is met experts in kaart gebracht welke maatregelen haalbaar en betaalbaar zijn. Ook bij de implementatie worden de gebouweigenaren of -gebruikers ondersteund.

Koudeval tegengaan

Een goed voorbeeld van een innovatieve maatregel is HumiTemp, een lucht­behandelingssysteem om koudeval tegen te gaan, ontwikkeld door Innovation Handling, een bedrijf dat is gespecialiseerd in akoestische meetapparatuur. Het nieuwe systeem bespaart niet alleen energie, maar verhoogt ook het comfort. In februari en maart stond er een testopstelling in de kapel van het klooster in Megen, een van de zes deel­nemende monumenten. “Het idee is dat je met geluidsmetingen de snelheid en temperatuur van de lucht meet, zodat je de koudeval goed kunt bepalen. We kijken vervolgens hoe we die koudeval tegen kunnen gaan met ventilatoren die de koude lucht terug omhoog blazen. Dit systeem is nog niet eerder toegepast en wordt nu voor dit klooster ontwikkeld. In de toekomst zou het wellicht ook bij andere monumenten kunnen worden toegepast”, aldus Speckens.

Cultuurhistorische waarde

Bij monumenten is het vaak zoeken naar geschikte ingrepen. Een oplossing moet niet alleen technisch en financieel haalbaar zijn, tegelijkertijd moet ook de cultuurhistorische waarde behouden blijven. Zo viel de optie af om bij hetzelfde klooster zonneleien op het zuidelijk dak bij de binnentuin te plaatsen. De monumentencommissie ging er niet mee akkoord. Het gevolg was dat een daarmee samenhangende ingreep ook niet meer doorging: het installeren van zonnecollectoren onder de leien om de warmte op te slaan. Speckens: “De zonnecollectoren zouden ook onder het huidige dak geplaatst kunnen worden, maar dan moet het hele dak eraf. Dat maakt het veel te duur. Wanneer de huidige leien aan vervanging toe zijn, is dat wel weer haalbaar.”

Zonnepanelen bij de buren

Bij de voormalige Adrianuskerk in Esbeek zijn ze al klaar met de hele operatie. Bij de restauratie van de leegstaande kerk is het gebouw ook duur­zamer gemaakt. Daarna kreeg het rijksmonument een nieuwe functie. Het huisvest sinds begin dit jaar een school, kinderopvang en peuterspeelzaal. Om minder energie te verbruiken, is een heel scala aan maatregelen getroffen. Zo kreeg het monument onder meer een vloerverwarmingssysteem met capillaire matten die zijn ingebouwd in een dunne cementlaag, zodat de vloer snel is op te warmen.

“We willen monumenten nog zeker vijftig jaar bewaren voor de toekomst”

Net als bij het klooster in Megen was ook hier de voorwaarde dat het aanzicht van het gebouw niet mocht worden aangetast. Zonne­panelen werden daarom niet op het kerkdak maar op een aangrenzend gemeenschapshuis geïnstalleerd. Via een zonnestroomverdeler wordt de opgewekte energie verdeeld over het gemeenschapshuis en de kerk. Niet alledaags zijn daarnaast de daglichtbuizen in het vroegere priesterkoor om meer daglicht binnen te krijgen als alternatief voor een lichtstraat.

Betrokkenheid inwoners

Bijzonder bij de renovatie van de kerk in Esbeek noemt Speckens de grote betrokkenheid van de inwoners van Esbeek (onderdeel van Hilvarenbeek), die het project zelfs eerst in eigen hand wilden nemen. Eerder wisten ze op deze manier een gemeenschapshuis voor het dorp te behouden. De transformatie van de kerk bleek toch een maatje te groot, waarna de gemeente Hilvarenbeek het project overnam. “Dat er zo veel draagvlak was in Esbeek, was wel een van de succesfactoren”, meent Speckens.

Standaard

Bestaande methodieken zijn niet geschikt om de duurzaamheidsprestaties van monumenten op een reële manier te kunnen beoordelen. Monumenten komen daar steevast slecht uit vanwege de grote, open ruimtes en de slechte isolatie. Daarom werkt DEMI MORE ook aan de ontwikkeling van een standaard die toegespitst is op dit soort gebouwen. Omdat de regelgeving in Nederland en België verschilt, worden hiervoor twee trajecten doorlopen.

In Nederland zocht het project aansluiting bij de BREEAM- methodiek door samen met Dutch Green Building Council te werken aan een nieuw nationaal schema voor het internationale keurmerk BREEAM Refurbishment en Fit-Out. Hierin moeten monumenten met hun duurzaam materiaalgebruik en beperkingen in renovatie beter tot hun recht komen. Omdat België geen ‘national scheme operator’ heeft dat BREEAM kan aanpassen op landelijk niveau, is voor Vlaanderen een andere koers gekozen. Het ziet ernaar uit dat de Vlaamse monumentenstandaard onderdeel wordt van de GRO-meter, de bestaande duurzaamheidsmeter van de Vlaamse overheid.

Zes monumenten

Aan de hand van zes erfgoedcomplexen in Nederland en Vlaanderen toont DEMI MORE welke innovatieve maatregelen zich lenen voor energiebesparing in monumenten. Het gaat om twee monumenten in de Nederlandse provincie Noord-Brabant: het Franciscanenklooster in Megen (zeventiende eeuw) en de Adrianuskerk in Esbeek (gebouwd in 1937 op de fundamenten van een eerdere kerk uit 1888). Daarnaast zijn er vier Vlaamse monumenten: de Beddermolen in Westerlo (achttiende eeuw), domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver (oudste deelzeventiende eeuw), kasteel Hof Ter Linden in Edegem (achttiende eeuw) en de douaneloods in Essen (1902).

Meer DEMI MORE? Kom op 14 mei naar de Monumentenbeurs naar het praktijktheater voor een ontmoeting. Of kijk op maakmonumentenduurzaam.eu

Reageer op dit artikel