nieuws

Bij Tegnis past de buitenunit van de warmtepomp gewoon in de nok van het dak

bouwbreed Premium 11070

Bij Tegnis past de buitenunit van de warmtepomp gewoon in de nok van het dak

Nu hij zich in een paar stroomversnellingsprojecten heeft bewezen is voor Tegnis en VolkerWessels de tijd rijp om hun nokverdamper breed weg te zetten. Die is volkomen geruis- en onderhoudsloos. En ze hebben nog meer innovaties in petto rond de warmtepomp en binnenklimaat.

De nokverdamper is in feite een langgerekte buitenunit voor warmtepompen. Hij is 4,5 meter lang en past in de nok van een zadeldak. Niet van elk zadeldak, maar wel in versies die zijn uitgerust met een flinke luchtspouw. Die zorgt voor natuurlijke trek waardoor er altijd voldoende lucht langs de verdamper stroomt. Er zijn dus geen ventilatoren nodig om de luchtstroom op gang te brengen. Want die zijn meestal verantwoordelijk voor de geluidsoverlast die warmtepompen veroorzaken.

Zelfs op windstille en bewolkte dag stroomt vanzelf 3200 kuub per uur door de nok

Bij een opstelling bij een pilotproject in Lelystad is volgens Jeroen Brouwer van Tegnis op de meest windstille en bewolkte dag nog altijd een debiet van 3200 kuub per uur gemeten. Dat betekent dat de luchtwarmtepompvan 6 tot 10 kW bij buitentemperaturen tot -11 graden nog kan zorgen voor verwarming en voldoende warm tapwater, zonder noodzaak om elektrisch bij te stoken. En als er maar een klein beetje trek ontstaat door de spouw, door zonnewarmte of wind, gaat de luchtstroming met sprongen omhoog. Daarmee neemt ook het COP van de warmtepomp evenredig toe. Die ligt sowieso al hoger dan gemiddeld omdat er dus geen energie nodig is voor een ventilator.

 

 

De nokverdamper is tot nu toe toegepast bij een aantal proefprojecten dat VolkerWessels opzette binnen het programma Stroomversnelling. Daar maakt hij deel uit van het energiedak, dat bestaat uit een sandwichconstructie met geïntegreerde zonnepanelen. De buitenste staalplaat van het sandwichpaneel, het binnenspouwblad vormt daarbij de waterkerende laag.  Ter hoogte van de goot is de spouw tussen PV-panelen en sandwichpaneel afgesloten met een zogeheten guttershutter. De complete opstelling was vorige week opgebouwd in het Rai-complex in Amsterdam voor de beurs Building Holland.

 

Proefwoning met energiedak vorige week op de beurs Building Holland  in Amsterdam

Elke ruimte een eigen verwarming en ventilatie-unit

Daar viel nog een opvallende innovatie te zien ontwikkeld door het bedrijf dat VolkerWessels en Brouwer & partners een paar jaar terug samen opzetten. Vooral voor de verduurzaming van appartementencomplexen en hoogbouwprojecten werkt Tegnis aan een decentrale verwarming en ventilatie unit. Zolang een lekker bekkende merknaam ontbreekt luistert die naar de werknaam DCU.

De DCU bestaat uit een micro warmtepompje dat is ondergebracht in een soort radiator die aan de buitenmuur van woon- of slaapkamers wordt bevestigd. De verdamper bevindt zich op een paar decimeter afstand, aan de buitenkant van dezelfde muur. Ook die is weer fluisterstil, omdat er maar kleine debieten nodig zijn. De DCU hoeft immers niet meer dan één ruimte te verwarmen. Elke kamer krijgt zijn eigen unit. Een grote ruimte misschien twee. Een DCU die een boilerunit verwarmt is ook beschikbaar.

Ingebouwde ionisator ontdoet de ventilatielucht van fijnstof

Actief en passief koelen doet de DCU ook. Maar belangrijker dan dat vindt Brouwer de ventilatiefunctie van het apparaat. Rechtstreeks door de buitenmuur zorgt die voor frisse lucht, en volgens de principes van balansventilatie. Een compacte WTW-unit met 90% efficiency is ingebouwd. De ventilatie lucht wordt bovendien ontdaan van fijnstof door een ingebouwde ionisator.

Elke ruimte krijgt als het aan Tegnis ligt een eigen DCU die verwarmt, koelt, ventileert en de lucht zuivert.

En dat is misschien waar Brouwer het meest enthousiast van wordt. Want hij maakt zich zichtbaar zorgen over de beroerde luchtkwaliteit van veel woningen. “De DCU gaat ervoor zorgen dat de lucht binnen juist schoner wordt dan buiten. Tot nu toe is dat andersom. Niet voor niets hebben steeds meer mensen last van COPD, astma, allergieën en andere chronische aandoeningen.”

Ventilatie-installatie vaak verantwoordelijk voor beroerde  luchtkwaliteit

De bronnen van de abominabele luchtkwaliteit zijn volgens Brouwer juist vaak onder andere de ventilatiekanalen en de filters van de luchtinstallatie. Die filters laten nano- en ultrafijnstof meestal gewoon door, terwijl de vervuilde kanalen met neergeslagen vocht ook broeinesten zijn en een grote bron van besmettingen. De ionisator in de DCU zorgt ervoor dat de fijnstof deeltjes samenklonteren tot grotere deeltjes. Dan kunnen ze geen kwaad meer in het menselijk lichaam. Deze deeltjes passeren bij inademing de longen niet en worden gewoon uitgehoest. De anderen dwarrelen neer op de vloer, waar ze kunnen worden opgeveegd.

Lange kanalen heeft de DCU niet, dus die kunnen de lucht ook niet besmetten. Alle onderdelen van de WTW die in aanraking komen met ventilatielucht zijn gemaakt van het materiaal P_Escrimo. Dat is een compleet inerte kunststof waar niets aan hecht. De deeltjes die er niettemin neerslaan in het apparaat worden dagelijks naar buiten geblazen door de luchtstroming ’s nachts een paar minuten om te keren. Alles gebeurt volgens Brouwer compleet automatisch. Geen mens dat er iets van merkt en geen filters die onderhoud behoeven.

Gelijkwaardigheidsverklaringen met een paar weken op zak

Net als de nokverdamper is de DCU al in een paar proefprojecten toegepast. Daar ontstonden ideeën voor aanpassingen die inmiddels ook zijn doorgevoerd. Beide producten zitten in het laatste controlestadium bij Kiwa en Brouwer verwacht de gelijkwaardigheidsverklaringen met een paar weken op zak te hebben.

De nokverdamper zoals die op Building Holland werd getoond.

Reageer op dit artikel