nieuws

Perfect bouwcontract bestaat niet: ‘Meedenken vaak afgestraft’

bouwbreed 2692

Perfect bouwcontract bestaat niet: ‘Meedenken vaak afgestraft’
Bouwrechtjuristen Eric Moesker en Sjoerd Rutten: "Bouwveiligheid niet te vangen in regels." Foto: Rob Kluitenberg (Pok Producties)

De Wet kwaliteitsborging en de Omgevingswet houden de gemoederen onder bouwjuristen flink bezig. “Incidentele ongevallen en instortingen zullen er altijd blijven. En vrijheid, blijheid om overal te bouwen, is ook een illusie.”

Omvallende hijskranen, ontwerpfouten en gedoe over meerwerk: Bouwregels zijn en blijven nodig om veilig te bouwen en ook waar te bouwen. Politiek Den Haag verzint de nieuwe regels, maar rechters en arbiters toetsen de kaders. Bouwadvocaten helpen gedupeerden die grenzen aftasten en het ‘gelijk’ aan hun kant te krijgen. Tegelijk houden veel bouwers juristen het liefst zo lang mogelijk buiten de deur.

Ons kent ons

Zo nemen de bouwrechtjuristen een bijzondere positie in binnen de sector. Een eigen overzichtelijke wereld van ‘ons kent ons’, waarbij de juridische werkelijkheid soms mijlenver afstaat van de werkelijkheid op de bouwplaats.

“Bouwjuristen houden van projecten met een duidelijk begin en einde. Ze hebben meestal een fascinatie voor bouwwerken en zijn relatief concreet en pragmatisch”, ontdekten Eric Moesker en Sjoerd Rutten als een rode draad in hun zoektocht om 25 bouwrechtjuristen te portretteren.

“Elk vonnis is een verhaal”

Zij kozen kopstukken uit het bouwrecht die hun sporen hebben verdiend in de wetenschap, bij de overheid, in de advocatuur, in het bedrijfsleven, bij belangenverenigingen en in de geschillenbeslechting: rechterlijke macht, arbitrage en mediation. Het boek ‘Bouwrechtjuristen’ is een bonte verzameling geworden met opmerkelijke feiten en bijzondere weetjes op zowel het persoonlijke als het juridische vlak.

“Uiteindelijk is elk vonnis, elke getuigenverklaring en alle wetgeving een verhaal. Een optelsom van gebeurtenissen waardoor iets tot stand is gekomen”, trapt Eric Moesker af. “We hebben een tijdsgeest willen neerzetten. Willen vastleggen hoe bouwjuristen anno nu de praktijk ervaren, door wie ze zijn beïnvloed en waar ze zich zorgen over maken”, vult Sjoerd Rutten aan.

Het werd een hele drukke zomer. Vooral nadat het Instituut voor Bouwrecht (IBR) had laten weten het boek te willen uitgeven ter gelegenheid van het 10e lustrum in december 2018. “Toen hadden we meteen een keiharde deadline.”

Juristen willen wikken en wegen

En dus moesten de bouwjuristen aan de slag. Ze bedachten een uniforme vragenlijst en gaven de juristen de tijd om na te denken over de antwoorden. “Anders voelen juristen zich ongemakkelijk. Ze willen eerste even wikken en wegen voordat ze een antwoord formuleren”, weten beide meesters in de rechten uit ervaring. Moesker was jaren hoofd van de juridische afdeling van de gemeente Delft en Rutten is advocaat en partner van HabrakenRutten. Beiden zijn lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Bouwrecht. Zij beschouwen hun rol als schrijver als ondergeschikt en hebben er bewust voor gekozen geen foto van zichzelf in het boek op te nemen. Het resultaat is een mix van door de geportretteerden geschreven antwoorden en mondelinge interviews.

‘Instortend gebouw? Aannemer gedood: zo kan je bouwkwaliteit ook regelen’

Moesker is vooral het verhaal van prof. Aart van Velten bijgebleven, de notaris die veel grondtransacties van de ZuidAs in erfpacht vastlegde in het kadaster en juridische constructies bedacht voor ingewikkelde situaties. “Toen ik deze bijna 80-jarige vroeg naar zijn mijlpalen en inspiratie in het bouwrecht, kwam het verhaal van de Zuil van Hammourabi van 1700 voor Christus. Over verborgen gebreken bestond geen enkel misverstand: als de opdrachtgever om het leven kwam door een ingestort gebouw, werd ook de verantwoordelijk aannemer terechtgesteld.”

Ook de geschiedenis van advocaat Jade Gundelach heeft indruk gemaakt. Zij werd als 3 maanden oude baby uit Zuid Korea geadopteerd en werkt nu al jaren als topadvocaat die zich zorgen maakt over de houdbaarheid en complexiteit van de Omgevingswet. “Waarom niet de term bouwvergunning in plaats van de term omgevingsplanactiviteit? En mensen zitten echt niet te wachten op een vuurwerkfabriek naast hun woonwijk: Vooraf enige duidelijkheid scheppen over wat wel en niet mag op een locatie helpt bij een balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid.”

Meedenken is extra risico

Het is de schrijvers opgevallen dat veel juristen zich zorgen maken over zowel de implicaties van de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Een eenduidige rode lijn over de mening van de verschillende juristen ontbreekt. Zoveel juristen, zoveel meningen. Het zijn net echte mensen. Zelf is Moesker van mening dat de private bouwwereld de Wet kwaliteitsborging als een uitdaging zou moeten zien om het vertrouwen in diezelfde bouwwereld waar te maken.

Bij Rutten is het interview met Arent van Wassenaer juist bijgebleven. De topadvocaat reisde de hele wereld rond om het geheim van een goed bouwcontract te ontrafelen. “Van Wassenaer wees me erop dat zowel in de UAV als in de UAV-gc er een straf staat op samenwerken. Zodra je met de andere partij meedenkt en oplossingen aandraagt voor een probleem, neem je meteen de verantwoordelijkheid over en draai je op voor het risico als het misloopt. Dus zijn partijen per definitie terughoudend om met elkaar mee te denken en elkaar te helpen. Dat is geen onwil, maar ingestoken door onze eigen bouwrechtregels. “Straf op samenwerken” vond ik wel een mooie kanttekening bij deze populaire contractvormen.”

HSL leert: Elk contract kan gedoe opleveren

Rutten vindt het sowieso fascinerend om te ontdekken dat een bouwcontract uiteindelijk niets zegt over of een project soepel loopt of juist uitmondt in hoogoplopende conflicten. De wijze waarop opdrachtgever en aannemer met elkaar omgaan is daarvoor doorslaggevend: “Eén van de geïnterviewden vertelde bijvoorbeeld dat bij de bouw van de Hoge Snelheidslijn zeven vrijwel identieke contracten op de markt waren gezet. Bij alle clusters zijn er grote en onverwachte problemen geweest tijdens de uitvoering. Bij sommige clusters hebben deze tot grote geschillen geleid, bij andere zijn vergelijkbare problemen in goed overleg opgelost. Dat laat zien dat je als jurist nog zo’n mooi contract kunt maken, maar nooit garanties hebt op een probleemloze uitvoering.”

Enkele opvallende uitspraken van bouwjuristen:

Chris Jansen (hoogleraar): “Wat ik mij inmiddels echter wel afvraag, is of het niveau van rechtsbescherming van ondernemingen in het domein van overheidsaanbestedingen niet onder de maat begint te raken.”

Jade Gundelach (advocaat): “Waarom is een gewone dwergvleermuis minder verstoringsgevoelig dan een passief luisterende gewone grootoorvleermuis en heeft die laatste ogenschijnlijk geen last van hardcore-festivalmuziek.”

Rob Bleeker (advocaat): “Waar ik grote moeite mee heb zijn uitspraken waarin op grond van uitsluitend contractuele – en soms ook foute – overwegingen risico’s worden gedeponeerd bij degene die het echte werk moeten doen, de aannemer.”

Hanneke Ellerman (advocaat): “De Crisis- en herstelwet is inmiddels meer geworden tot een experimenteerwet.”

Klaas Mollema (arbiter en oud-rechter): “Er kan zonder schroom worden beweerd dat de overheid als aanbesteder goed af is bij de burgerrechter: Zij wordt namelijk in ruim 70 procent van de gevallen in het gelijk gesteld.”

Bron: Boek Bouwrechtjuristen

Bouwrechtjuristen Eric Moesker en Sjoerd Rutten (rechts): “Bouwveiligheid niet te vangen in regels.” Foto: Rob Kluitenberg (Pok Producties)

Reageer op dit artikel